„Die Erde hat keine angst vor dem Wasser. Das Wasser wird uns finden.

Een eigenzinnig boekje over allegorie en metaforisme in operaregie van Wagners “Ring”.  Het kan aanzetten tot het lezen van Wagners vroege geschriften (zijn “Revolutionstraktate”) en “The perfect Wagnerite” van George Bernard Shaw. Kan nooit kwaad, denk ik dan. En zeker niet in het jubileumjaar.

 „Die Erde hat keine angst vor dem Wasser. Das Wasser wird uns finden.

Een eigenzinnig boekje over allegorie en metaforisme in operaregie van Wagners “Ring”.  Het kan aanzetten tot het lezen van Wagners vroege geschriften (zijn “Revolutionstraktate”) en “The perfect Wagnerite” van George Bernard Shaw. Kan nooit kwaad, denk ik dan. En zeker niet in het jubileumjaar.

Steffen Barth heeft een eigenzinnig boekje samengesteld rond Wagners “Ring des Nibelungen”. Zijn boekje is onderverdeeld in vier delen. Uiteraard. De eerste twee delen bestaan uit fragmenten van teksten van Wagner en van Georg Bernard Shaw. In het eerste deel, fragmenten uit Wagners  “Die Revolution”  en  “Die Kunst und die Revolution”  (beide uit 1849), en uit  “Das Kunstwerk der Zukunft” (1849 -1852 in Zürich). Dit wordt gevolgd door het Wagner-brevier “The Perfect Wagnerite: A Commentary on the Niblung’s Ring” (London, 1898), weliswaar in Duitse vertaling,  van de al even eigenzinnige, Ierse schrijver en muziekcriticus  George Bernard Shaw (1856-1950). Een derde deel “Mythos Rhein”, bevat het gedicht “Die Loreley” van  Heine, een brief (reisverslag), Le voyage sur le Rhin, (soort van  journal de voyageur), over de Rijn, uit 1839, van Victor Hugo. Daarnaast bevat het derde deel  een fragment (tekst van General Harass) “Vom Rhein – noch dazu. Vom Rhein. Von der großen Völkermühle. Von der Kelter Europas!” uit het toneelstuk “Des Teufels General” (1946) van Carl Zuckmayer (1896-1977). Het bevat ook  een korte, maar mooie tekst bij het Museum der Weltkulturen im Rhein  van de Japanse schrijfster Yoko Tawada (°1960), en de tekst, “Grundlegende Gedanken zum “Museum der Weltkulturen im Rhein” van de Japanse architect Tadao Ando (°1941). Tawada woont in Berlijn en Ando ontwierp het bijzondere Museum Insel Hombroich in  Neuss, in het Duitse Noordrijn-Westfalen. In het vierde deel overloopt de auteur de evolutie van concept  tot  enscenering.

Barths boekje is een  „Raum- und Zeitreise von der Quelle des Rheins zur Mündung des Rheins. Eine Entwicklung vom Urzustand zur menschengemachten Zerstörung der eigenen Lebensgrundlagen“. Loge is gids. Loge weet, voelt aan, vermoedt en is omnipresent. De vier delen van de „Ring“ worden in verband gebracht met de economische situatie van de huidige tijd. Barth sluit zich aan met de visie van Shaw, die uiteindelijk aan de basis lag van de moderne operaregies van de “Ring”.

"Ik schrijf dit pamflet voor de hulp van degenen die wensen te worden geïntroduceerd, om op gelijke voet te staan met die binnenste cirkel van ingewijden … De reden is dat de dramatische momenten geheel buiten het bewustzijn liggen van de mensen  wier  vreugde en verdriet  van huishoudelijke en persoonlijke aard zijn, en wier religies en politieke ideeën zuiver conventioneel en bijgelovig zijn. Voor hen is de “Ring”  een strijd tussen een half dozijn sprookjespersonages om een ring, die urenlang kijven en bedriegen, en een lange scène in een donkere  mijn, met sombere, lelijke muziek, met niet eens een glimp van een knappe jonge man of een mooie vrouw. Alleen zij die een breder bewustzijn hebben kunnen ademloos volgen, en zien het als  de hele tragedie van de menselijke geschiedenis en de hele verschrikking van  dilemma's waardoor de wereld almaar  kleiner wordt." (Shaw)

Shaw interpreteerde de “Ring” in marxistische termen, als een allegorie van de ineenstorting van het kapitalisme door  interne tegenstellingen. Volgens Barth liep Wagner daar op vooruit. Musicologisch, was zijn interpretatie  opmerkelijk omwille van zijn perceptie van de verandering in de esthetische richting die begint met de laatste scène van Siegfried, waarin Shaw beweerde dat de cyclus  terugkeert van muziekdrama naar opera.

“Meest verheven voorbeeld in Jezus Christus, Giordano Bruno verbrand door Renaissance monniken. Tragedie van grote geesten: hun onderwerping aan de regels van tijd en plaats, terwijl hun geboorte wordt beheerst door mysterieuze wetten van een bovenwerelds leven. Plato en zijn politieke fouten, Dante en middeleeuws bijgeloof, Calderon en de  leerstellingen van de jezuïeten. Griekse tragedieschrijvers hielpen, eerder dan  belemmerden, hun creatieve werk, maar de afwezigheid, die drama’s op het podium proberen te plaatsen, bewees dat we de sleutel verloren waren om iets dat ooit  geconditioneerd was in een ander tijdperk en land. Italiaanse schilders en hun broodheren, Cervantes’ ontberingen, Fransen die nooit denken aan het schrijven van een toneelstuk waarvoor niet reeds een publiek bestaat, zoals ook het geval is met Italiaanse opera’s, bvb. Rossini. Wat Mozarts opera's boven hun tijd verhief, maakte ze gedoemd verder te leven zonder kennis van hun oorspronkelijke boodschap: Figaro, Don Giovanni, maar vooral Zauberflöte. Afgezien van enkele lokale verschillen in het huidige publiek, komen we tot het probleem van de symfonische gedichten van Liszt: zijn Dante-symfonie, de verlossing van de ziel van de Goddelijke Komedie van alle  bijgeloof. Niet  enige bewondering heeft hij gekregen, want, voor wie kon hij het hebben geschreven? Duidelijk voor een ideaal publiek, opgeroepen door de actieve opschudding van leidende geesten in Parijs in 1820-40. Het publiek is een rivier die stroomt  naar de zee van vulgariteit: wie streeft naar hogere dingen, moet zijn koers   tegen de stroom in varen.”

(Richard Wagner, “Das Publikum in Zeit und Raum” (1878)).

Barth heeft een fantasmagorie geschreven, een enscenering beschreven van de “Ring” naar zijn eigen verbeelding. Een strijd tussen vuur en water, een dilemma tussen vuur en as. Het bekende logo van Audi, met de vier in elkaar gehaakte  ringen, geïnspireerd door de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn,  symboliseerde de samenwerking van de automerken Audi, DKW, Horch en Wanderer. Bij Barth staan ze voor Inferno/Apokalypse in Götterdämmerung. De drie ringen (eigenlijk drie naadloos gewalste  treinwielen) van Krupp, worden bij Barth metafoor van de Industrialisierung en Finanzspekulation  in Siegfried. Het huwelijkssymbool van twee ineengevlochten ringen, ziet Barth dan weer als symbool van liefde en dood in “Die Walküre”. Aan het eind overloopt de auteur de vier delen van de “Ring” met vergelijkingen als Erda, die, als Afrika, de wieg van de mensheid symboliseert, Walhalla dat  een hotel is in St.Moritz, de nornen die respectievelijk een katholieke non, een muslima en een boeddhiste zijn, Siegfrieds Rheinfahrt langs olieraffinaderijen, Chemie Basel en BASF in Ludwigshafen, enz. Een opvallend, guitig boekje, dat ik U zeer kan aanbevelen, op voorwaarde dat U dan ook Wagners eigen regieaanduidingen leest. Een voorproefje:

„Auf dem Walkürenfelsen. Die Szene ist dieselbe wie am Schlusse des zweiten Tages. Nacht. Aus der Tiefe des Hintergrundes leuchtet Feuerschein. Die drei Nornen, hohe Frauengestalten in langen, dunklen und schleierartigen Faltengewändern. Die erste – älteste – lagert im Vordergrunde rechts unter der breitästigen Tanne; die zweite – jüngere – ist an einer Steinbank vor dem Felsengemache hingestreckt; die dritte – jüngste – sitzt in der Mitte des Hintergrundes auf einem Felssteine des Höhensaumes. Eine Zeitlang herrscht düsteres Schweigen“.

En dan moet U dit combineren met de verweving in het orkest van het Erwachens-Motief, het Erda-Motief, het Wellen-Motief, het  Schicksals-Motief en het  Seil-Motief. En beluistert U dan ook eens, en liefst  een paar keer na elkaar, de overgang in het orkest van “Tagesgrauen. Wachsende Morgenröte, immer schwächeres Leuchten des Feuerscheines aus der Tiefe”, van Tagesgrauen naar Sonnenaufgang tot Heller Tag, in het Orchesterzwischenspiel, dat de overgang vormt van het eerste deel van het Vorspiel naar het tweede deel van het Vorspiel tot Götterdämmerung. U zal merken dat alles reeds klaar, duidelijk en begrijpbaar  is genoteerd door de magische tovenaar van Bayreuth, althans voor wie het wil.