Schuberts Winterreis in meervoud ontleed

Het is op een passend koude en regenachtige winteravond dat ik dit boek opensla. De Winterreise in het strijklicht van de Romantiek. Je kan het een kunstboek noemen, en het is het ook. Groot formaat, prachtige coverfoto van de auteur zelf. Een vrouwenportret. Zwaar korrelig, in flou artistique zou je willen zeggen, mocht die term niet zo denigrerend klinken. Poëtische titel ook. De auteur moet zelf ook dichter zijn, én filosoof én musicoloog. En vooral bezeten van Schubert. Maar het is met een heel aparte insteek dat Joep à Campo die toch buitengewone liedcyclus behandelt.  

Luistergenot ervaar je als muziekliefhebber sowieso bij dit werk. Maar de auteur wil ons verder krijgen dan dit toch beperkte genot. Hij wil inzicht geven in de inhoud en achtergronden van de liedteksten. Het is voor hem een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot een juistere waardering van de muziek. Niet voor niets staat in de titel dat het ook gaat over “Erotiek, Religie en Esthetiek”.

Hoe pakt hij dat aan?  Door eerst en vooral alle 24 teksten te publiceren, met zijn vertaling én een korte of langere toelichting. “Dieplezen” noemt hij dat en het is een eerste absolute vereiste. Want over de componist Franz Schubert is al véél geschreven, over de dichter Wilhelm Müller té weinig. En daar hecht de auteur belang aan, meer dan honderd bladzijden lang. Wat is nu voor de ik-figuur en voor ons dat begrip van ‘wandren’, van zwerven, van vreemde zijn, waarmee dat eerste lied begint: “Als vreemde kwam ik aan, als vreemde vertrek ik weer.” Het zijn soms razend interessante, soms wel uitgebreide beschouwingen maar ze getuigen altijd van grote kennis en nog meer van een fijne gevoelseruditie. Elke strofe keert hij binnenste buiten en geeft kansen om dieper in te gaan op  inhoud en betekenis, maar niet enkel van de versregels maar van de hele cyclus. En in zijn beschouwingen verwijst hij naar de Bijbel, de Germaanse mythologie, de Ovidius, Tolkien en nog tal van anderen…. Vergezocht? Het is zijn manier van “dieplezen”.

Waarna “dwarslezen” komt: over de samenhang en de vormkenmerken van de cyclus, over verschillende duidingen ervan om dan uit te monden bij het “breedlezen“, dit alles in zijn maatschappelijke en culturele context zetten. En hier belanden we bij die Romantiek. Maar de auteur wil dat bekijken bij strijklicht, en dat is heel speciaal licht, terzelfdertijd zijdezacht én alle oneffenheden oplichtend. En zoekend naar de essentie. Wat wil die Winterreise betekenen voor ons, welke boodschap willen Müller en Schubert ons brengen en vooral ook de auteur. Wat verdichten en verklanken poëet en componist. Je leest er doodsverlangen in, je doorloopt je innerlijke levensreis, neergaand of opgaand. De eerste contextuering is een persoonlijke. Volgt, een heel interessante biografie van Müller, een man met een verdrongen verleden. Vol citaten uit zijn poëzie, brieven én rijkelijk geïllustreerd met tekeningen van toen. De auteur is ook historicus en dat laat zich lezen in de voortreffelijke situering van het vroeg 19e eeuwse politieke klimaat.

Wat besluit hij hieruit? Vanuit zijn verbluffende historische wetenschap doet hij dat weerom met tal van uitspraken van auteurs van toen en nu. Je kan Winterreise zeker lezen als de metafoor van een politieke winter, maar hij laat in het midden of dit ook door hen uitdrukkelijk bedoeld was. En stelt terecht dat er onderscheid is tussen een bedoeling vooraf en duiding achteraf. Ook plaatst hij de liedcyclus in de geestelijke stromingen van die tijd, (en hun filosofen) én van Müller die een zelfverklaarde atheïst was. Ook hier weer ploegt hij door het oeuvre van filosofen en dichters als Goethe, Schiller, Hölderlin, Ruckert en nog anderen op zoek naar hun godsbeeld. Maar de ik-figuur in Winterreise moet zelf zijn weg zoeken in een godverlaten leegte, zo interpreteert Joep à Campo dat. Ontheemd, met Weltschmerz en Sehnsucht als wonden om te helen. Het zijn wezenlijke thema’s, ook in de literatuur van de Romantiek. Maar à Campo leest en hoort in Winterreise ook een anti-romantische stem, een tegenstem: die van een opkomend realisme, van een modern levensgevoel. Hij zet de liederencyclus – eigenlijk ook een landschapsschildering- dan ook nog af tegenover de gangbare esthetiek, tegenover de visie van schilders als Caspar David Friedrich.

Het hele boek door sleept de auteur ons mee in zijn zoektocht naar meervoudige duidingen van dit werk, naar de gelaagdheid ervan. Onuitputtelijk lijkt hij daar wel in. Zijn besluit staat vast: Winterreise is zonder einde. “De tekst eindigt met een vraag (…) en de piano sluit af met een onbepaalde noot”.  Vooraleer we dit slot lezen, krijgen we nog een heel persoonlijke biografie beschreven van de componist. Alles in dit boek, ook die levensschets, getuigt van een heel eigenzinnige en originele, maar minstens ook erudiete visie op dat prachtige muziekstuk. Een kunstwerk van een huiveringwekkende schoonheid, staat er ergens geschreven.  Joep à Campo is een schrijver die onze luisterervaring van dit mooie en droevige Winterreise alle hoeken en kanten uitstuurt, een winterse reis die Schubert zelf heeft meegemaakt onder het motto: “Het donker zal mij liever zijn”.

Informatie

  • WAT: Joep à Campo, Erotiek,religie,esthetiek. De Winterreise in het strijklicht van de Romantiek. ArtScape/ArteVista, Rotterdam, 2021, 300 blz. met foto’s van de auteur.
  • Meer info voor te bestellen: klik hier

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: