Het lijvig boek van Simon Montefiore geeft een vrij volledig beeld van de geschiedenis van de Russische, keizerlijke familie Romanov, de legendarische familie die tsarina’s en tsaren voortbracht. Sedert Tsarina Anna (1730-1740), de nicht van Peter de Grote, waren de Romanovs de belangrijkste mecenassen van muziek en van het legendarisch Ballet in Rusland.

Zonder weerga

Let wel, dit is geen boek over de geschiedenis van Rusland. Het Kievse en Mongoolse Rijk komen niet aanbod en het Grootvorstendom Moskou en “Smoetnoje Vremja”, de tijd der troebelen (1604-1613), evenmin. Montefiore heeft het specifiek over de periode 1613-1918, vanaf de eerste tsaar Michaël I Fjodorovitsj Romanov (1596-1645) tot de gruwel van de moord op de hele tsarenfamilie (vader, moeder en vijf kinderen), de lijfarts, een kamerdienaar, een hofdame en de kok, in het Ipatjev-huis in Jekaterinenburg in de nacht van 16 op 17 juli 1918. Maar, de auteur stelt het duidelijk, “De Romanovs regeerden over een gigantisch Rijk dat werd opgebouwd door spijkerharde veroveraars en briljante staatsmannen die Siberië en de Oekraïne veroverden, Berlijn en Parijs innamen, en dat mensen als Poesjkin, Tolstoj, Tsjaikofski en Dostojevski voortbracht. Het had een beschaving die qua cultuur en schoonheid haar weerga niet kende”.

Mariinsky

Het Mariinsky Ballet bv. werd opgericht in de jaren 1740, na de vorming van de eerste Russische dansschool in 1738. Deze “Keizerlijke Theaterschool” zoals ze oorspronkelijk heette, werd tijdens het bewind en bij decreet van tsarina Anna in 1738 opgericht in het Winterpaleis in Sint-Petersburg. Het zou de verre voorloper zijn van de “Vaganova Balletacademie” (Agrippina Vaganova (1879-1951) was een belangrijke danspedagoge). De oprichter en eerste directeur van de “Keizerlijke Theaterschool” was de Franse balletmeester en docent, de “maître de ballet de la cour”, Jean-Baptiste Landé. Het doel van de school was om jonge dansers te trainen om zo het eerste Russisch balletgezelschap te vormen. De eerste lessen gingen door in kamers van het Winterpaleis in Sint-Petersburg en de eerste leerlingen waren twaalf jongens en twaalf meisjes. Landé werd opgevolgd door Charles Le Picq en Charles-Louis Didelot. De Keizerlijke Balletschool was tevens de directe voorloper van het Mariinsky Ballet, genaamd naar Sophie Marie van Hessen-Darmstadt, na haar huwelijk met tsaar Alexander II, Maria Alexandrovna.

Van Hilferding tot Fokine

Bijna alle eerste leraren op de school kwamen uit West-Europa, met inbegrip van de Oostenrijkse choreograaf en danser Franz Hilferding en Giovanni Canzianni. De eerste Russische leraar was Ivan Valberg. Na de verspreiding van het ballet in Europa werd de ontwikkeling van de school beïnvloed door een aantal leraren en methoden, waaronder Christian Johannson, een student van August Bournonville, en de Italiaanse methoden van Enrico Cecchetti, Pierina Legnani en Carlotta Brianza. Andere beroemde 19de -eeuwse dansers en balletmeesters die er doceerden waren Charles Didelot, Jules Perrot, Arthur Saint-Léon, Lev Ivanov, Marius Petipa en Michel Fokine. Fokine maakte vervolgens naam bij de legendarische Ballets Russes. Het Keizerlijk Russisch Ballet werd na de moord op Sergej Kirov in 1938 omgedoopt tot “Kirov Ballet”.

Bolsjoj, geteisterd door brand

Het Bolsjojballet was het eerste vast balletgezelschap in Moskou. De opvoeringen gingen aanvankelijk door in de privé-vertrekken van prins Ouroussoff en werden enkel bezocht door een select gezelschap. Vanaf 1780 vestigde het balletgezelschap zich in het Petrovskitheater. In dit theater werden toneelstukken en ballet- en operavoorstellingen opgevoerd. In 1805 brandde het Petrovskitheater volledig af. Het Bolsjoj Theater werd ontworpen door architect Joseph Bové. De oorspronkelijke naam van het theater was het keizerlijk Bolsjoj (groot) Theater van Moskou, terwijl het St. Petersburg Bolsjoj Theater (gesloopt in 1886), het keizerlijk Bolsjoj Kamenny theater genoemd werd. Het Moskouse Bolsjoj werd in 1776 opgericht door Prins Pjotr Vasilyevich Ouroussoff en de Engelse theatermanager Michael Maddox. Aanvankelijk organiseerden ze optredens in een privéwoning, maar in 1780 verwierven ze met steun van de tsaar Peter de Grote, het Petrovsky Theater. De productie van toneelstukken en opera’s startte, wat leidde tot de oprichting van wat later het wereldberoemd Bolsjoj Theater is geworden. Met de vernietiging door een brand van het Petrovsky Theater in oktober 1805 werd het in 1808 vervangen door de opening van het Nieuw Arbat Keizelijk Theater. Als gevolg van de Franse invasie van Moskou in 1812, verwoestte de door de Moskovitische Oudgelovigen aangestoken brand ook dat theater.

Uitsluitend opera en ballet

Het huidig Bolsjoj theater werd ten tijde van de regering van tsaar Alexander I (tsaar van 1801 tot 1825), gebouwd op het Theaterplein tussen 1821 en 1824. Het werd ontworpen door architect Andrei Mikhailov die in 1824 ook het nabijgelegen “Maly Theater” gebouwd had. Het opende in januari 1825 als het “Bolsjoj Petrovsky Theater” met een voorstelling van Fernando Sors’ ballet, “Cendrillon”. Aanvankelijk presenteerde het enkel Russische werken, maar rond 1840 deden ten tijde van tsaar Nicolaas I (1825-1855), buitenlandse componisten met hun repertoire hun intrede. In dit nieuw theater werden uitsluitend opera- en balletvoorstellingen opgevoerd. Ballet en opera werden beschouwd als verfijnde en hoogstaande kunstvormen. De opvoering van toneelstukken had minder aanzien en werd daarom verplaatst naar het Malitheater (Mali betekent in het Russisch klein). In 1843 vond een grootschalige reconstructie van het theater plaats met behulp van een ontwerp van A. Nikitin, maar een brand in 1853 veroorzaakte ernstige schade. De verdere reconstructie werd uitgevoerd door Alberto Cavos, de zoon van de Russische operacomponist Catterino Cavos. Op 20 augustus 1856 heropende het Bolsjoj Theater haar deuren. Andere reparaties en restauraties aan het gebouw vonden plaats in 1896.

Europese muziek als vorm van beschaving

Rusland kwam laat in het ontwikkelen van een inheemse traditie van klassieke muziek. Dit was het gevolg van o.a. het verbod door de Orthodox-Slavische Kerk op wereldlijke muziek. Vanaf het bewind van Ivan IV, van 1547 tot 1584, eerste tsaar aller Russen en zelf dichter en componist, nodigde het keizerlijk hof stilaan westerse componisten en musici uit om deze leegte te vullen. Tegen de tijd van Peter I (de Grote), van 1682 tot zijn dood in 1725 tsaar van Rusland, waren deze kunstenaars een vast onderdeel van het hof. Hoewel persoonlijk niet meteen muzikaal, beschouwde Tsaar Peter de Europese muziek als een vorm van beschaving en een manier om zijn land te verwestersen. Zijn westers verbouwde stad Sint Petersburg hielp het bevorderen en de verspreiding ervan naar de rest van de hogere klassen.

Peter de Grote

Wie een geschikte introductie wil tot de tijd en de regering van tsaar Peter de Grote kan terecht in het boek van Graddy Boven. Het was deze tsaar die tussen 1697 en 1698 naar Nederland en Engeland reisde om zijn kennis van de scheepsbouw te vergroten. Eenmaal terug in Rusland groeide vanaf 1703 zijn maritieme ambitie samen met de bouw van zijn droomstad Sint Petersburg. In zijn boek beschrijft Graddy Boven het leven van deze energieke en fanatieke tsaar die gedurende zijn leven veel van zijn idealen wist te verwezenlijken. Hij legde o.a. de basis voor de indrukwekkende oorlogsvloot die Rusland eer en glorie gaf maar tekende eveneens voor Ruslands eerste grote culturele bloeiperiode. De geboorte van de Russische opera, de instrumentale muziek, muzikale soirees, ballet en maskerades hadden immers alle hun oorsprong in Peters tijd. Belangrijke componisten waren toen o.a. Ivan Khandoshkin (1747–1804), Marija Zubova (1749–1799), Dmitry Bortniansky (1751–1825), Mikhail Sokolovsky (1756–1795), Osip Kozlovsky (1757–1831), Fedor Mikhailovich Dubiansky (1760–1796), Yevstigney Fomin (1761–1800), Natalia Ivanovna Kurakina (1766–1831), Artemy Vedel (ca.1767-1808), Alexey Nikolayevich Titov (1769–1827) en Avdotia Ivanova (°1771)

18de eeuwse tsarina’s

Bijna de gehele 18de eeuw werd Rusland door tsarina’s gedomineerd, Catharina I, Anna I, haar dochter Elisabeth I en Catharina II (de Grote). De uitgesproken voorliefde voor Italiaanse opera aan het hof tijdens de regering van de tsarina’s Elisabeth en Catharina II droeg sterk bij tot de verspreiding van en interesse in de Westerse muziek onder de aristocratie. Die rage werd op de duur zo alomtegenwoordig dat velen er zich niet eens van bewust waren dat er ook Russische componisten waren.

Italianen in Moskou

Opera bereikte Rusland in 1731, toen Tsarina Anna een Italiaans opera gezelschap uitnodigde om “Calandro” van Giovanni Alberto Ristori op te voeren tijdens de viering van haar kroning in Moskou. In 1735 werd een ander Italiaans opera gezelschap onder leiding van de componist Francesco Araja naar St. Petersburg uitgenodigd. Araja bracht 25 jaar in Rusland door en componeerde wel 14 opera’s voor het Russisch hof, waaronder “Tsefal i Prokris” (1755), de eerste opera in het Russisch op een libretto van Aleksander Soemarokov.

 

Russen naar Italië

Catharina de Grote, van 1762 tot 1796 tsarina van Rusland, vond zichzelf een verlichte despoot. Ze las de prominente Franse filosofen van haar tijd Montesquieu en Voltaire en probeerde zich te houden aan de ideeën van de Europese Verlichting. Zij wilde Rusland op het niveau brengen van de buurlanden, niet alleen in militaire zin, maar vooral ook politiek, cultureel en intellectueel. Catharina II stuurde o.a. daarom een aantal Russische componisten als Berezovsky en Bortniansky naar het buitenland om er compositie te studeren. Zij zouden later opera’s in het Italiaans en in het Frans componeren. Aan het begin van de jaren 1770 waren er de eerste bescheiden pogingen van componisten van Russische oorsprong om opera’s te componeren op Russische libretti. Onder deze waren de eenakter “Anyuta” (1772) op tekst van Mikhail Popov succesvol en de opera “Melnik – Koldun, obmanshchik i Svat” (1779) op tekst van Alexander Ablesimov met muziek van Mikhail Sokolovsky.

Buitenlanders in Rusland

Buitenlandse componisten als Hasse, Raupach, Galuppi, Manfredini, Traëtta, Paisiello, Sarti, Cimarosa, Martin y Soler, Ivan Kerzelli en Antoine Bullant, leverden belangrijke bijdragen tot de Russische opera op zowel Italiaanse als Russische libretti. Er waren ook de zeer populaire opera’s van onze eigenste André Ernest Modeste Grétry (o.a zijn “L’Amitié à l’épreuve” op tekst van Favart en “Les mariages samnites” naar Marmontel) die er op grote schaal werden opgevoerd. Dit gebeurde onder meer in het paleis in St.Petersburg van graaf Mikhail Illarionovich Vorontsov, kanselier van de tsarina, en in het magistraal kasteel in Kuskovo en in het Ostankino paleis even buiten Moskou, van de familie Sheremetev. Daar werden ze opgevoerd met medewerking van de beroemde lijfeigene-sopraan Praskovya Zhemchugova, de kamermeid van prinses Martha Dolgorukaya, een familielid van Pyotr Borisovich Sheremetev, na de tsarina, de rijkste man van het toenmalig tsaristisch Rusland.

Russische opera

De belangrijkste bijdragen tot de ontwikkeling van Russische opera waren “Neschastye ot karety”, (1779) van Vasily Pashkevich, “De Vrek” op tekst van Yakov Knyazhnin naar Molière (1782), “Fevey” op een libretto van Catharina II zelf (1786), alsmede “Yamshchiki na podstave”, (1787) van de Italiaans gevormde Yevstigney Fomin. Er was ook “Orfey i Evridika”, een opera-melodrama op tekst van Yakov Knyazhnin (1792) en “Amerikantsy”, een komische opera uit 1800.

Russische musici

In 1746 vond ten tijde van tsarina Elisabeth Petrovna, het eerste openbaar concert plaats in Rusland. Dit werd al snel een traditie. Het concertleven werd wel eerst gedomineerd door buitenlandse musici voordat Russische virtuozen verschenen in de jaren 1780-1790. Deze waren o.a. de violist Ivan Khandoshkin en de zangeres Elizaveta Sandunova. Senator Grigory Teplov was ook een amateur musicus die zijn verzamelde liedjes in 1751 uitgaf. De verkoop van buitenlandse bladmuziek en tijdschriften voor muziekliefhebbers floreerde vanaf de jaren 1770. De ouverture en liederen uit Ivan Kerzelli’s opera “Derevenskiy vorozheya” werden gedrukt in Moskou 1778. Zij waren de eerste gedrukte opera fragmenten in Rusland. Ook de verkoop van muziekinstrumenten zoals klavierinstrumenten, gitaren en harpen nam toe. Geestelijke muziekgenres werden getransformeerd onder buitenlandse invloed. Omgekeerd waren Italiaanse opera componisten als Galuppi en Sarti betrokken bij het componeren van liturgieën voor de kerkdienst. Het genre van het Koorconcerto (de cyclus van drie tot vier contrasterende bewegingen) van Degtyaryov, Vedel, Bortnyansky, Berezovsky, Davydov en Turchaninov, werd traditie in de slavische, liturgische muziek.

Eigen Russische muziek

De focus op de Europese muziek betekende dat Russische componisten in de Westerse stijl moesten componeren wilden ze hun composities uitgevoerd zien. Hun succes in deze was variabel en was te wijten aan een gebrek aan vertrouwdheid met de Europese compositieleer. Sommige componisten waren in staat om naar het buitenland te reizen voor de opleiding, meestal naar Italië, en leerden er vocale en instrumentale werken componeren in de Italiaanse klassieke traditie. Het waren   Oekraïense componisten als Dmitri Bortniansky, Maksim Berezovsky en Artem Vedel.

Duizelingwekkend informatief

De auteur van o.a. “Stalins jeugdjaren” heeft met “De Romanovs” een onthullende geschiedenis geschreven over de uitzonderlijke familie die Rusland drie eeuwen regeerde. In zijn boek vertelt Simon Sebag Montefiore over de keizers en keizerinnen van de Romanov-dynastie (1613-1918), hun politiek, hun privé leven en hun hofhouding. Gebruikmakend van archiefmateriaal dat na de val van de USSR beschikbaar werd, beschrijft Montefiore in detail de werkelijke wereld van legendarische persoonlijkheden als Catharina de Grote en Nicolaas II, en vertelt hij uitgebreid over minder bekende wederwaardigheden van deze eminente familie. “De Romanovs” is een lijvig, duizelingwekkend informatief en onderhoudend boek (880! bladz.) over lust en onlust, intriges, samenzweringen, fascinerende karakters, politiek, kunst en macht.

Montefiore

Simon Sebag Montefiore (°1965) is biograaf, romancier en journalist. Hij schrijft voor onder meer The New York Times , The Spectator , The Sunday Times en de Evening Standard. Hij is getrouwd met de tot het jodendom bekeerde, populaire, Engelse schrijfster Santa Palmer-Tomkinson, zus van de pianiste (tevens model en TV presentatrice!) Tara Palmer-Tomkinson. Zijn boeken, waaronder twee biografieën over Stalin en een over Jeruzalem, werden alom bejubeld. Ze zijn in vele talen vertaald en bezorgden hem verscheidene prestigieuze prijzen. De vader van Simon stamde af van Sefardische Joden. Simons moeder kwam uit een familie van Litouwse joden. Haar ouders zijn rond 1900 het antisemitisme en de pogroms in het Russisch Rijk ontvlucht. Dit verklaart enigszins een deel van het subjectief aspect van Montefiore’s benadering en standpunt t.o.v. de tsaren, tsarina’s en Russische aristocratie.

Een boek als een opera

Het boek bevat kleurfoto’s en is gestructureerd als een opera. Een proloog, drie bedrijven (“Opkomst”, “Zenit” en “Neergang”) verdeeld in 17 scènes, en een Epiloog nemen u als lezer op sleeptouw doorheen ontelbare anekdoten, feiten en gegevens en weetjes. Een indrukwekkend, gedetailleerd register maakt u wegwijs. Hoewel het boek helemaal geen boek is over Ruslands muziekgeschiedenis, daarvoor verwijs ik u naar het meer dan schitterend boek van onze eigenste Francis Maes (Boom Uitgevers Amsterdam), geeft het daarentegen wel een heel uitgebreid beeld van de historische en culturele achtergrond. Wie gefascineerd is door Russische muziek zal dit boek lezen als decor van de indrukwekkendste muziek ooit gecomponeerd. Zeker lezen. Warm aanbevolen, dus.