De Duitse uitgeverij Sax Verlag publiceerde het verslag (Tagungsband) van de Wagner Conferentie in Leipzig. Het is een indrukwekkende studie geworden van alle mogelijke aspecten van Wagners werk. Talrijke internationale specialisten leverden bijdragen die nu gebundeld zijn als boek. Indrukwekkend!

De Duitse uitgeverij Sax Verlag publiceerde het verslag (Tagungsband) van de Wagner Conferentie in Leipzig. Het is een indrukwekkende studie geworden van alle mogelijke aspecten van Wagners werk. Talrijke internationale specialisten leverden bijdragen die nu gebundeld zijn als boek. Indrukwekkend!

De 200ste verjaardag van een van de grootste muzikale genieën van de 19de eeuw bood de welkome gelegenheid om de verloren gewaande en verstoten zoon van Leipzig, Richard Wagner, terug te halen in de schoot van de muzikale familie en hem opnieuw te integreren. Dit gebeurde met goede redenen en bijna vanuit een dwingende noodzaak omdat een van de belangrijkste muziekcentra onder de steden in Europa zich deze fout, Wagner negeren, niet kon veroorloven.

Richard Wagners geboorte in Leipzig kan redelijkerwijs worden omschreven als willekeurig. Zijn groei en ontwikkeling als muzikant en componist daarentegen waarschijnlijk niet. De burgers en de universiteitsstad Leipzig boden hem niet alleen de humus en het nodige personeel maar ook het geschikte kader. Hier kwam hij tot de theoretische grondslagen van de muziek, hier kwam hij tot de praktische toepassing ervan. Hij was en bleef Leipziger.

Bijzondere uitgave

Na het hoogstaand Internationaal Wagner symposium in Dresden in januari 2013 ontmoetten in mei van vorig jaar Wagnerspecialisten van over de hele wereld elkaar een week lang in Leipzig. Het gebeurde tijdens de Internationale Musicologische Conferentie "Richard Wagner, persoonlijkheid, werk en invloed", ingebed in de feestweek rond Wagners 200ste verjaardag. Dat was een mooie, lange tijd voor een conferentie omdat je in een week tijd veel kon thematiseren. Het resultaat is nu  als bijzondere uitgave (“Sonderband”) in de reeks “Leipziger Beiträge zur Wagner-Forschung”, beschikbaar als boek.

Wagner heeft aan het einde van zijn leven bereikt waar hij in 1834 in Leipzig nog van droomde: algemene erkenning en het grote internationale succes. Sindsdien is dit ontzaglijk toegenomen. Dit wordt treffend aangetoond in twee lijvige hoofdstukken die geheel over de receptiegeschiedenis van het werk van Wagner in West- en Centraal-Europa (deel I) en Oost-Europa (deel II) gaan. Het deel over Oost-Europa gaat voornamelijk over de geschiedenis van de opvoeringen, het deel over de receptie in West-Europa, bevat vele brieffragmenten van Wagner zelf. Heel uitvoerig, gedetailleerd en vooral uitermate gespecialiseerd en professioneel. Bijzonder, bijzonder  interessant.

De Internationale Musicologische Conferentie van mei 2013  biedt daarmee een behoorlijk volledig en in elk geval representatief overzicht van het niveau en de omvang van het internationaal Wagner onderzoek. Geen andere componist valt die eer te beurt. In 58 bijdragen van prominente wetenschappers uit Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS, Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Oekraïne, Polen, Slowakije, Slovenië, Roemenië, Servië en Tsjechië, worden bvb. onderwerpen als de receptiegeschiedenis, het vroege werk, compositorische aspecten en Wagner als schrijver, uitvoerig besproken. Talrijke illustraties van de Engelse tekenaar, schilder en illustrator van boeken, Arthur Rackham (1867–1939) van Wagners "Ring Cyclus", verrijken dit bijzonder boek.

Na een hartelijke begroeting door Thomas Krakow, de voorzitter van de Richard Wagner Vereniging in Leipzig, en een treffend voorwoord door de eminente Wagnerkenner prof. Helmut Loos, volgen teksten van zo maar eventjes 59 auteurs uit alle belangrijke steden in Duitsland, uit Basel, Wenen, Oxford, Illinois, Northampton in Massachusetts,  Stockholm, Parijs, Londen, Straatsburg, Moskou, Praag, Boekarest en uit steden van de Baltische Staten, Midden-Europa en Polen. Om u maar een idee te geven van het uitzonderlijk, internationaal karakter. De teksten gaan over alle mogelijke aspecten van Wagners kunst, gebundeld onder vijf hoofdthema’s, “Das Frühwerk”, “Das Hauptwerk”, “Kompositorische Aspekte”, “Der Musikschriftsteller” en de “Rezeptionsgeschichte” (I & II), onderverdeeld in west- midden- en oost Europa. Fenomenaal interessant.

In “Das Frühwerk” heeft Thomas Seedorf (Karlsruhe) het bvb. over “Richard Wagner, August Lewald und die Zeitschrift Europa”. In “Chronik der gebildeten Welt”, spreekt Alfred Stenger (Weimar) over  “Klavierkompositionen Richard Wagners: Fantasia fis-Moll WWV 22 und Sonate As-Dur WWV 85”, heeft Stefan Keym (Leipzig) het overTradition und Innovation in Wagners frühen Ouvertüren:  von König Enzio über Polonia bis zum Tannhäuser”, spreekt Arne Stollberg (Basel) over Wagners “Die Feen” en Katharina Hottmann (Hamburg) over Wagners »Großer komischer Oper« “Das Liebesverbot”.

In “Das Hauptwerk” behandelen Hermann Danuser (Berlin), Mischa Meier (Tübingen), Karol Berger (Stanford) en Johanna Dombois (Köln) aspecten van Wagners Der Ring des Nibelungen: Das Metadrama im Drama”, de Nornen (“Vom Schicksalsseil zum Wissensseil”), de slaap in “Die Walküre”, en bespreken Sebastian Urmoneit (Berlin), Laurence Dreyfus (Oxford) en William Kinderman van de Universiteit van Illinois, aspecten van Richard Wagners “Tristan und Isolde”, Narrative Paradigmen” in Parsifal enWagners Parsifal als Kunst und Ideologie”.

In “Kompositorische Aspekte” behandelt Peter Andraschke (Wien) “Richard Wagners Wesendonck-Lieder, Umfeld und Rezeption”, Ulrich Tadday (Bremen): “Über die Anwendung der Musik ohne Drama: Zu Lorin Maazels »Ring ohne Worte«, Martin Knust (Stockholm): “Wagners Kompositionsprozess –  Eine Detailbetrachtung”, Werner Breig (Erlangen): “Kontrapunkt und dramatische Musik –  Über einige Themenkombinationen bei Wagner” , Hartmut Krones (Wien): “Zum Weiterleben der Figurenlehre in Richard Wagners  Musiksprache”,  Christian Thorau (Potsdam): “Wotans Ende oder: Gibt es einen Fortschritt in der Wagner-Analyse? Zur Formgestaltung des Monologs im II. Akt der Walküre , Marion Recknagel (Leipzig) : “Das Gebein der Tonkunst. Richard Wagners Vorstellungen von Rhythmus” en  Gilbert Stöck (Leipzig) : “Richard Wagners Bedeutung für das Frühwerk  von Giacomo Puccini. Eine Analyse der Kennfigurtechnikén in Puccinis erster Oper Le Villi “.

“Der Musikschriftsteller” bevat teksten van Stefan Lorenz Sorgner (Erlangen-Nürnberg) “Wagners (un)zeitgemäße Betrachtungen – Reaktionäre oder progressive Überlegungen zum Musikdrama?”,  Ulrich Konrad (Würzburg) “Franz Liszt, Richard Wagner und die Symphonische Dichtung”,  Hans-Joachim Hinrichsen (Zürich) “Geschichtsphilosophie und Interpretationsästhetik. Wagners Beethoven-Deutung”,  Eckart Kröplin (Dresden) “Von der Sozialität des Gesamtkunstwerks oder: Was hat Wagner mit dem Kommunismus zu tun? “, Helmut Loos (Leipzig) “Richard Wagners kunstreligiöse Sendung. Der Komponist als Gott, Genie und Held”,  Hans Otto Seitschek (München) »Décadence« gegen Erlösung im Werk Wagners”,  Eugen Wenzel (Langenhagen) “Richard Wagner und die Frage nach der Erlösung” en  Ronald Perlwitz (Paris) “Richard Wagners Indien-Mythos”.

In “Rezeptionsgeschichte I” (West- und Mitteleuropa) schrijft Helmut Kirchmeyer (Düsseldorf) over “Zwischen Dresden und Ballenstedt. Früher Wagner und frühes Echo”,  Martin Dürrer (Würzburg): “Korrespondenzen zur Tätigkeit des ersten Wagner-Vereins: Der Nachlass Emil Heckel als Quelle der Wagnerforschung”,  Udo Bermbach (Hamburg) : “Chamberlains Wagner – Eine Skizze”, Richard Klein (Freiburg): “Vor Adorno war Paul Bekker – Ein vergessenes Deutungsangebot zum Antisemitismus in Wagners Werk”,  Stephan Mösch (Berlin): “Beschleunigung und Entschleunigung als Paradigmen der Wagner-Rezeption? Eine Skizze”, Klaus Schultz (München): »Hirnloses Lynchgericht« im Namen Wagners.  Anmerkungen zum »Protest der Richard-Wagner-Stadt München« gegen Thomas Manns Wagner-Vortrag 1933”,  Hans Rudolf Vaget (Northampton, Massachusetts): »Der Siegelbewahrer« – Knappertsbusch und die deutsche Vergangenheitspolitik”, Philippe Olivier (Strasbourg): »Bayreuth ist nicht mehr Bayreuth«. Das Verhältnis des französischen Bildungsbürgertums, der »collaborateurs« und der Kommunisten zu Richard Wagner 1937 bis 1966”, Werner Wolf (Leipzig): “Das sich wandelnde Wagner-Bild und der Ring des Nibelungen in der DDR”,  John Deathridge (London): “Warten auf Wagner. Widerstrebende Musikwissenschaft, radikale Philosophie und die Rettung eines belasteten Vermächtnisses”,  Anno Mungen (Thurnau): »In einer selbstgeschaffenen Manier«. Die Stimme der Wagnersängerin Wilhelmine Schröder-Devrient (1804 –1860) am Beispiel Adriano in Rienzi”,  Susanne Vill (Wien): “Vom Heldentenor zur Powervoice – Aspekte des Wagner-Gesangs im Spektrum der gegenwärtigen Musikkultur”,  Clemens Risi (Berlin): “Bühne als Labor. Die Bayreuther Festspiele im 21. Jahrhundert”, Volker Mertens (Berlin): “Dimensionen von Wagners Parsifal im Regietheater”, Jarmila Gabrielová (Prag): “Parsifal-Rezeption in Prag und die Parsifal-Inszenierung des Prager Nationaltheaters im Jahre 2011”.

In Rezeptionsgeschichte II  (Mittel- und Osteuropa) bespreekt Mikhail Saponov (Moskou) “Paul von Joukovsky und andere. Neues über den letzten russischen Freund Richard Wagners”  en heeft Vladimir Gurevich (St. Petersburg) het over Wagner in het Petersburgse Mariinski-Theater in zijn tekst,  “Das Schaffen Richard Wagners auf der Bühne des modernen Mariinskij-Theaters in Sankt Petersburg und seine Rezeption”. Kristel Pappel uit Tallinn bespreekt  “Wagner – ein bekannter Fremder. Wagner-Rezeption in Estland”  en Lolita Fūrmane uit Riga overloopt “die Aufführungen einiger Werke Wagners in Riga, Inszenierungspraxis und Kulturkontexte”. Alīda Zigmunde uit Riga schrijft een interessant artikel over “Leben und Wirken des Rigaer Wagnerforschers Carl Friedrich Glasenapp (1847–1915)” en Beata Baublinskienė (Vilnius) heeft het over de  “Wagner-Rezeption in Litauen 1836 –2013”. Renata Suchowiejko uit Krakau schrijft over “Richard Wagners Schaffen im Kontext der polnischen Kultur am Ende des 19. Jahrhunderts”, Jana Lengová uit Preßburg/Bratislava schetst “Wagner und die Slowakei”  en Marta Ottlová (Prag) onderzoekt “Die Spur Richard Wagners in der tschechischen Musik und Musikwissenschaft”.  Valentina Sandu-Dediu uit Boekarest schetst de  “Wagner-Rezeption in Rumänien”, Melita Milin uit Belgrado heeft het over “Die Rezeption der Werke Richard Wagners in Serbien” en Primož Kuret uit het voormalig Laibach, nu Ljubljana,  vertelt over “Wagner in den Konzert- und Opernprogrammen vor dem Ersten Weltkrieg in Ljubljana/Laibach”.

 Een boek dat geenszins mag ontbreken in uw Wagner bibliotheek. Grandioos!