Richard Wagner was niet alleen componist, hij heeft ook een uitgebreid oeuvre aan teksten geschreven. Na “Het kunstwerk van de toekomst” publiceert de uitgeverij De IJzer nu de Nederlandse vertaling van enkele van Richard Wagners  geschriften over kunst, politiek en religie. Bespreekbaar en beoordeelbaar, maar in elk geval niet te missen!

Richard Wagner was niet alleen componist, hij heeft ook een uitgebreid oeuvre aan teksten geschreven. Na “Het kunstwerk van de toekomst” publiceert de uitgeverij De IJzer nu de Nederlandse vertaling van enkele van Richard Wagners  geschriften over kunst, politiek en religie. Bespreekbaar en beoordeelbaar, maar in elk geval niet te missen!

Naast duizenden brieven, inhoudsontwerpen, tekstversies en analyses van zijn muziekdrama’s heeft Wagner ook talloze teksten geschreven over muziektheorie en over  filosofische, politieke en literaire onderwerpen. Die heeft hij samen met zijn muziekdrama’s vanaf 1871 uitgegeven als “Sämtliche Schriften und Dichtungen”.

U kan voortaan enkele van deze geschriften in uw eigen taal lezen zodat “het Duits” niet langer een excuus is om dat niet te doen.

In de presentatietekst van de uitgeverij lezen we dat Richard Wagners kunst  in het teken stond van de utopie (nogal simpel) en dat het zijn doel was de mens te verlossen die gebukt ging onder de last van de traditie en de leugen van de moderniteit. In de spiegel van de mythe, zo vervolgt de tekst, toonde Wagner de mens zijn ware wezen en in zijn geschriften deed Wagner verslag van zijn zoektocht op het gebied van muziek, theater, filosofie, politiek en religie. Zoveel is juist. Het Gesamtkunstwerk verenigde de kunsten en de kunst moest een nieuwe gemeenschap stichten.  Ook juist.

Voor het eerst verschijnen nu in Nederlandse vertaling bepaalde van Wagners teksten, zoals “De kunst en de revolutie”, “Beethoven”, “Religie en kunst” en het omstreden, alhoewel, Wagner was hoogst waarschijnlijk zelf joods,  “Het Jodendom in de muziek”. De teksten worden vergezeld door een uitgebreide inleiding en een goeie vijftig bladzijden hoogst interessante, verklarende noten, waardoor de lezer de teksten  in de context van Wagners tijd, leven en muziekdrama’s kan plaatsen. Dit alles hebben we opnieuw te danken aan onze allerbeste Philip Westbroek, die ook tekende voor de meer dan uitstekende vertalingen. Na het voorwoord van Dieter Borchmeyer (°1941), de legendarische, voormalige voorzitter van de Beierse Academie voor Schone Kunsten en eminent, Duits Wagnerkenner, volgt een uitgebreide inleiding met biografische en filosofische achtergronden, een beschouwing bij “Waarom een vertaling van ‘Het Jodendom in de muziek’?, de korte inhoud van de artikelen en de  verantwoording van de vertaling. Deze eerste 70 bladzijden zijn een boekje op zich en alleen al daarom de moeite waarde om aan te schaffen om eruit voor te lezen aan kinderen, kleinkinderen en vooral, schoonfamilie!

“Zonder Wagner is denken over het mens zijn een vergissing” (M.D.)

Enkele teksten komen uit Wagners “Revolutions-Schriften”. De jonge Wagner schreef zijn revolutionaire geschriften in de jaren 1848 en 1849 in Dresden en in Zürich. Wagner stelt daarin de theorie dat een "nieuwe, echte kunst" (De kunst van de toekomst) alleen kan optreden als "al het oude" wordt vernietigd  door middel van een revolutie. Tot deze radicale mening  kwam hij nadat hij  zich onder invloed van Michael Bakoenin, Gottfried Semper en August Röckel, aansloot bij de revolutionairen in  Dresden en de doelstellingen van de Republikeinen zag als een kans om als gevolg van een fundamentele verandering in de politieke en sociale omstandigheden, ook  het theater te  hervormen. Hij streefde ernaar om  het theater van ondiep entertainment te verheffen naar een meer geavanceerde en serieuze kunst. Ge zijt Duitser of ge zijt het niet hé… Weet dat, wanneer de Duitsers Elzas-Lotharingen innamen, ze de casino’s en speelzalen verboden.

De teksten zijn chronologisch geordend. Na “De Duitse opera” (1834)? over de Duitsers die in de leer moeten bij de Italianen, (nou ja, Wagner was 21…), “Over de ouverture” (1840), een interessante tekst over de geschiedenis van de ouverture sinds de geniale Gluck, “Hoe verhouden de republikeinse ambities zich tot het koningschap?” (1848) , een pleidooi voor een utopisch koningschap, “De revolutie” (1849), over de noodzaak ervan, en “De kunst en de revolutie” (1849) waarin hij het ideaal van de Griekse antieke kunst tegenover het muffe, bekrompen christendom plaatst, uit de jaren ’40, volgen nog vijf losse teksten uit diverse perioden. “Het jodendom in de muziek” (1850), zijn omstreden “kritiek” op de joodse cultuur, “Over staat en religie” (1864), geschreven o.i.v. zijn contact met koning Ludwig II en een herziening van zijn vroegere ideeën aangaande het koningschap, “Beethoven” (1870), over de allegorie in het werk van Beethoven die de Duitse geest verwezenlijkte (meer dan terecht), “Religie en kunst” (1880) over de essentiële relatie tussen kunst en religie, basis van zijn misschien wel absolute meesterwerk “Parsifal”, maar dan wel absoluut, en het bijzondere “Over het vrouwelijke in het menselijke” (1883), een magistraal pleidooi voor de echtverbintenis op basis van liefde. Maar dan wel één van de orde van deze tussen Brünnhilde en Siegfried wel te verstaan.  Ziet u dat zitten? Dit boek is een prachtuitgave, een onvoorstelbare meerwaarde, een remedie tegen zij die nog geen Wagneriaan zijn en ons vanuit hun meer dan vervelende onwetendheid storen, een absolute must!