Geert Nienhuis schreef twee opvallende boeken over Sebastian Bach. Het ene boek is een luthers theologische beschouwing van Bachs religieus werk en in het andere stelt hij de leden van de familie door de eeuwen heen voor. Twee welkome en verrijkende uitgaven.

Alle aspecten van Bachs Passies
Tussen een preludium en een postludium bevinden zich 19 hoofdstukken waarin de auteur alle verschillende aspecten van Bachs verbondenheid aan het Lutheranisme beschrijft. Na de voorgeschiedenis van Bachs passiemuziek, Passie en Opera, het koraal in cantate en oratorium en Bachs cantaten in Nederland, heeft de auteur het over de passies in Leipzig voor en tijdens Bachs tijd. Na een inleiding tot en twee hoofdstukken over de Johannes Passion, trouwens ook over de 2de versie van 1725, vervolgt Nienhuis met zijn hoofdstukken gewijd aan de Matthäus Passion, haar oorsprong de Matthäus Passion in Nederland en de inhoud (met teksten). Volgt daarop zijn uiteenzetting over de verschillen tussen de vier Bijbelse evangeliën en Bachs verloren geraakte passies, waarna hij interessante informatie biedt over Bachs andere religieuze muziek, Bachs Markus Passion in een reconstructie en haar Inhoud (met teksten), zijn Köthener Trauermusik; BWV 244a en het Paas Oratorium; BWV 249.
Invloed van van der Linde
Nienhuis’ boek is een boek waarin Bach vanuit een theologische hoek wordt benaderd. Het vertrekpunt van Nienhuis is dat talloze musicologische publicaties verschenen zijn over Bach, maar zelden benaderingen in theologische zin. Dit was de mening, schrijft Nienhuis, van Dr. H. van der Linde (1915-2008), een Hervormde predikant die werkzaam geweest was in Middelburg. Tot 1981 was hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen in de oecumenische theologie. Als emeritus hoogleraar, zo lezen we, werkte hij aan het boek ‘Johann Sebastian Bach – Eén die de weg wijst’,  geschreven vanuit een theologische visie, dat in het Bachjaar 1985 is verschenen.
Eerder koraal dan Mis
Nienhuis schrijft dat Bach zich in de eredienst allereerst heeft ingezet voor het koraal en niet voor de mis, wat Luther ook gewild of bedoeld mag hebben met de eigen hervorming van de mis in de volkstaal. Al spoedig ontstond er zulk een onenigheid en veelvormigheid, schrijft hij,  dat de mis verviel en viering van het Heilig Avondmaal werd. De mis van de eeuwen verschrompelde tot de Missa Brevis van enkel Kyrie en Gloria, zoals ook Bach een aantal van dergelijke werken componeerde voor het katholieke hof in Dresden (BWV 233 t/m BWV 236). Niettemin was Bach Lutheraan, schrijft Nienhuis, en heeft hij daarom nimmer muziek geschreven voor Sacramentsdag (Fronleichnam, de tweede donderdag na Pinksteren, een Katholieke feestdag). Na cantaten voor Pinksteren (Pfingstfesttag) componeerde Bach inderdaad “slechts” cantaten voor de zondagen na Trinitatis. Sebastian Bach componeerde voor Eerste Pinksterdag drie cantaten BWV 34,74 en 173, voor Tweede Pinksterdag twee BWV 68 en 174, en voor Derde Pinksterdag nog eens twee. Bachs integrale cantaten omvatten anderzijds wel een machtig stuk uit Bachs werk die (gelet op de rest van zijn oeuvre) naar de mening van Albert Schweitzer, slechts een ‘toegift’ op zijn werken waren, schrijft Nienhuis. Het meest bekend is Bach echter geworden door zijn passies.
Vanuit een religieuze visie 
Voor een overgroot deel werden Bachs composities beschreven vanuit een muzikaal oogpunt, maar bijna nooit vanuit een religieuze visie. Dit boek doet dit wel. Bachs passies, Weihnachts oratorium en andere geestelijke werken zijn beschreven hoe de componist deze heeft getoonzet, maar ook zijn al deze werken toegelicht vanuit een religieuze beschouwing. Bovendien worden in dit boek alle koralen die in Bachs passies voorkomen uitvoerig toegelicht. Dit boek is daarom een verrijkende aanvulling van de reeds bestaande publicaties en verdient daarom alle aandacht.
De familie Bach
Nienhuis schreef zijn genealogie op basis van de bestaande historische literatuur, aangevuld met gegevens zoals ze vandaag bekend zijn. Vanaf de zeventiende eeuw tot midden de vorige eeuw, omvat de genealogie een periode die ruim vier eeuwen bestrijkt. Een Bach als organist of componist treffen we na ca. 1820 echter niet meer aan, zo lezen we. Dan waren leden van de familie predikanten of schilders. Wie zij waren wordt in dit boek uitvoerig beschreven.
Van Wechmar naar Meiningen
Nienhuis beschrijft eerst stamvader Veit Bach en zijn broers en vervolgens de Bachfamilie in Wechmar, Eisenach en Ohrdruf. Vervolgens komen de kinderen en de kleinkinderen van Sebastian aan bod. Een heel eigen tak was de Bach familie in Meiningen en de Meininger tak na Johann Ludwig Bach. Tenslotte worden in het laatste hoofdstuk de Bachs in de twintigste eeuw beschreven.
Vos & Geiringer
Inspiratiebron voor de auteur was “J. S. Bach – De Thomascantor van Leipzig, zijn voorouders en nakomelingen” van Ad Vos, in 1975 verschenen bij Uitgeverij T. Wever te Franeker. Deze Vos citeerde veel gegevens uit Karl Geiringers ‘The Bach Family’, schrijft Nienhuis, dat in 1956 vanuit het Engels in het Nederlands werd vertaald. Alhoewel beide boeken heden nog nauwelijks verkrijgbaar zijn, zo schrijft Nienhuis, werd die literatuur voor zijn eigen boek gebruikt.
Johann Ambrosius
Hoewel de grote Sebastian Bach in Eisenach werd geboren, ligt de oorsprong van de familie in Wechmar, in de huidige Duitse deelstaat Thüringen. Johann Ambrosius Bach, geboren op 24 februari 1645 in Erfurt en overleden op 20 februari 1695 in Eisenach, werd exact op zijn 50ste verjaardag op 24 februari 1695, daar begraven. Hij was componist, violist en altviolist en tevens ‘hausmann’ (stadsmuzikant). Tegelijkertijd was hij werkzaam aan het hertogelijk hof van Sachsen-Eisenach in het stadspaleis in Eisenach. Op 12 oktober 1671 legde hij een proefspel af in de Georgenkirche in Eisenach waarop hij tot organist van die kerk werd benoemd.
Bach-Lämmerhirt
Sebastians moeder heette Maria Elisabeth Lämmerhirt. Slechts drie van de zes zonen binnen het gezin Bach-Lämmerhirt hebben de volwassen leeftijd bereikt, vervolgt Nienhuis, Johann Christoph, Johann Jacob en Johann Sebastian. Alle drie werden musici maar als speler van verschillende instrumenten, werd Johann Sebastian tevens componist. Vele jaren na zijn dood in 1750 kreeg hij eerst in de 19de eeuw de naam en beroemdheid zoals we die nu kennen. Deze Bach wordt nu gezien als de grootste componist van zijn tijd, zo lezen we.
Kinderen van Sebastian
Deze belangrijkste componist binnen de Bach generaties is op 28 juli 1750 in Leipzig overleden. Op die sterfdag waren van zijn twintig kinderen nog dertien in leven, waarvan vijf zonen, schrijft Nienhuis, Wilhelm Friedemann (1710-1784) en Carl Philippe Emanuel (1714-1788), beiden geboren uit het huwelijk met Maria Barbara Bach, en Gottfried Heinrich (1724-1763), Johann Christoph Friedrich (1732-1795) en Johann Christian (1735-1782), alle drie geboren uit het huwelijk met Anna Magdalena Wülcken.
Wilhelm Friedemann en zijn kinderen
Wilhelm Friedemann (1710-1784), de oudste zoon van Sebastian en Maria Barbara Bach (zij waren achterneef en nicht), trouwde in 1751 met Dorothea Elisabeth Georgi (1725-1791), dochter van een belastingambtenaar. Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen voort, twee zonen Wilhelm Adolf (1752, in datzelfde jaar overleden) en Gotthilf Wilhelm (1754-1756), en dochter Friederica Sophia (1757-1801). Aangezien beide zonen in hun jeugd zijn overleden, schrijft Nienhuis, kwamen van deze zijde geen kleinkinderen.
De Bachs in Nederland
De ons ondertussen bekende Govert Jan Bach is geen rechtstreekse afstammeling van J. S. Bach, schrijft Nienhuis, maar heeft zijn wortels bij diens zelfde stamvader, nl. Veit Bach uit Wechmar. Een afstammeling van hem kwam in de Gouden Eeuw naar Nederland op zoek naar werk in de scheepsbouw en is sindsdien hier gebleven. Met die man heeft Govert Jan Bach een familieband, zo lezen we. Blijkens een artikel van Iris Pronk in het ochtendblad ‘Trouw’ d.d. 24 februari 2003, citeert Nienhuis, wonen in Nederland nu zeker 200 verre familieleden die de naam Bach hebben.
De Bachs in de VS
Sinds 2013 weten we dat meerdere Bach families hun Duitse geboorteland hebben verlaten om in Amerika een nieuw bestaan te beginnen. In dat jaar verscheen nl. het boek ‘Die Bachs Eine deutsche Familie’ van Klaus-Rüdiger Mai. Hij schreef bv. dat Sophie Friederika, geboren in maart 1797, kleindochter van Wilhelm Friedemann Bach, als 36 jarige trouwde met de grenadier Schmidt. Die familie is vervolgens naar de VS geëmigreerd waarna ieder spoor van de familie Schmidt ontbreekt.
Liefde voor Bach
Geert Nienhuis (°1943) is een onbekende bij ons en tevens een eerder onbekende in het officiële, professionele muziekleven in Nederland. Dat komt omdat hij effectief niet zelf musicoloog of professioneel musicus is, maar hij tot 2006 werkzaam was in het bankwezen. Tijdens zijn leven heeft hij weliswaar een grote interesse en liefde ontwikkelt voor het leven en het werk van de grootmeester uit Leipzig. In 1985 begon hij Bach te bestuderen. Deze twee boeken zijn daarvan het resultaat en verdienen alle lof. Het hiaat aan theologische benadering van het werk van Bach is ondertussen door meerdere auteurs uitvoerig ingevuld, maar de inzet van Geert Nienhuis om op een voor iedereen bevattelijke en begrijpelijke wijze deze materie als het ware te vertalen, is en blijft een heel grote verdienste. We kunnen hem alleen maar bedanken en hopen dat zijn voorbeeld navolging zal vinden bij veel niet professionele liefhebbers. Bravo.
De boeken werden uitgegeven in eigen beheer en worden op aanvraag door de uitgever gedrukt.