Goethe is één van de meest getoonzette dichters in de geschiedenis van de muziek. Maar, hoe stond hij zelf tegenover muziek ? Welke muziek had zijn voorkeur, kende hij muziek, was hij zelf eigenlijk wel muzikaal? Voor de  75 jarige Goethe was een strijkkwartet van Mendelssohn bv. al modern. Over dit en andere aspecten van Goethe’s relatie tot muziek schreef Dietlinde Küpper een opvallend interessant boek.

Goethe is één van de meest getoonzette dichters in de geschiedenis van de muziek. Maar, hoe stond hij zelf tegenover muziek ? Welke muziek had zijn voorkeur, kende hij muziek, was hij zelf eigenlijk wel muzikaal? Voor de  75 jarige Goethe was een strijkkwartet van Mendelssohn bv. al modern. Over dit en andere aspecten van Goethe’s relatie tot muziek schreef Dietlinde Küpper een opvallend interessant boek.

“Muziek is vloeibare architectuur, architectuur is gestolde muziek”, “Wahre Musik ist allein fürs Ohr”,  “Wer Musik nicht liebt, verdient nicht, ein Mensch genannt zu werden,  wer sie nur liebt, ist erst ein halber Mensch, wer sie aber treibt, ist ein ganzer Mensch”.  “Das Instrument sollte nur die Stimme begleiten; denn Melodien, Gänge und Läufe ohne Worte und Sinn scheinen mir Schmetterlingen oder schönen bunten Vögeln ähnlich zu sein, die in der Luft vor unsern Augen herumschweben, die wir allenfalls haschen und uns zueignen möchten; da sich der Gesang dagegen wie ein Genius gen Himmel hebt und das bessere Ich in uns ihn zu begleiten anreizt”, “Musik fängt dort an wo die Worte enden” en  “Ehrt die Lieder! Sie sind gleich den guten Taten”. Het zijn citaten van Goethe over muziek.

Een ‘tonlosen’ muziekkenner

Tot aan zijn dood noemde Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) zichzelf een Ton- und Gehörloser. De focus van zijn perceptie lag naar eigen zeggen eerder op de ervaring van visuele indrukken. Dit lijkt tegenstrijdig met het feit dat Goethe desondanks uitgebreid kennis had van muziek. Dietlinde Küpper toont in haar boek aan hoe het mogelijk was dat Goethe zich ontwikkelde tot een tonlosen muziekkenner. In detail schetst ze de stappen in zijn leven, van zijn muzieklessen als kind tot zijn breed, muzikaal entourage  in  Weimar, die vormend waren voor de muzikale kennis van de grote dichter. De speciale aandacht van dit boek gaat naar de bevindingen, waarin Goethe zijn tijd ver vooruit was. Zo onderzocht hij niet alleen de verbinding tussen poëzie en muziek in zijn muzikale (sprachmusikalischen) verzen, maar ook de psychologische verhouding tussen majeur en de heel gevoelige mineurtoonaard (Tonwelt des Moll). De vakmensen van zijn tijd waren het niet altijd  eens met deze visie, maar in dit boek worden de onlangs gepubliceerde resultaten van recent Goethe onderzoek in de Verenigde Staten, dienaangaande,  bevestigd. Heel bijzonder.

Onmisbaar

Johann Wolfgang von Goethe noemde muziek een onmisbaar bestanddeel van zijn leven. Specialist ter zake George Overmeire heeft ooit een bevattelijk overzicht geschreven. Goethe's grootvader Friedrich Georg Goethe was fluitist die contact had met Telemann. Goethe’s vader speelde luit, zijn moeder speelde piano en zijn zuster Cornelia was een zangeres. In Goethes geboortehuis was een muzieksalon en de familie bezocht concerten. Als 14-jarige kreeg Goethe pianoles en leerde hij de beginselen van muziektheorie. Nog in 1771 heeft hij in Straatsburg verder muziek gestudeerd. Goethe kon goed piano  spelen en las vloeiend muziek. In 1763 heeft de 14 jarige Goethe de 7-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn zuster Nannerl in Frankfurt zien spelen.

Toen Goethe rechten studeerde in Leipzig kwam hij daar in contact met de literair-muzikale Sturm und Drang kring van Ernesti, Gellert, Gottsched en Weisse. Hij speelde fluit bij de familie Breitkopf en leerde de Singspiel componist J.A. Hiller kennen. Hij schreef er Lieder mit Melodien en een toneelstuk met Musikeinlagen. In 1769 verschenen in Leipzig gedichten van Goethe in "Neue Melodien, gesetzt von Bernhard Theodor Breitkopf". Herders interesse in volksliederen inspireerde Goethe tot een verzameling ervan uit de Elzas, waarvan de melodieën op Goethes aanwijzingen door zijn zuster Cornelia werden opgeschreven.

Melodische taal

De componisten met wie Goethe in de loop van zijn leven contact had waren achtereenvolgens Johann André (van 1766 tot 1776) die hij beschreef in “Dichtung und Wahrheit”, Philipp Christoph Kayser (1777-1787), Johann  Friedrich Reichardt (van 1788 tot 1798) die Singspiele componeerde op libretti van Goethe, de Berlijner Carl Friedrich Zelter (van 1799 tot 1824) en Felix Mendelssohn Bartholdy (van 1825 tot 1832). In Weimar werkte Goethe verder nog met Traugott Maximilian  Eberwein, die tal van Goethe gedichten toonzette, en met kapelmeester Johann Nepomuk Hummel. Beroemde tijdgenoten als Mozart, Beethoven en Schubert hebben Balladen en Romancen van Goethe getoonzet en muziek gecomponeerd bij zijn toneelstukken. Voor de dood van Glucks nicht Marianne in 1776 schreef Goethe door toedoen van Christoph Martin Wieland (auteur van “Oberon”, getoonzet door Weber), een “Elegie”. In de jaren 1770 hoorde en zag hij geregeld in Frankfurt Opéras Comique van Monsigny, Philidor en Grétry en Singspiele van Hiller, Neefe, Benda en André.

Door zijn relatie met de bankiersdochter Anna Elisabeth (Lili) Schönemann schreef Goethe een geestdriftig melodische  taal, die musici inspireerde. Van 1774 tot 1788 was P.C. Kayser Goethes belangrijkste muzikale adviseur en vertrouwenspersoon. Tot de meest gecomponeerde gedichten behoren de liederen die een plaats kregen in Goethe’s "Wilhelm Meister". Door  de opvoeringen van het gezelschap van Joseph Bellomo in het theater van Weimar kwam Goethe in contact  met werk van Piccinni, Pasquale Anfossi, Cimarosa, Paisiello, padre Antonio Soler, Salieri, Anton Schweitzer, Georg Benda, Gluck, Mozart, Dittersdorf, Grétry en Pierre-Alexandre  Monsigny, deze laatste afkomstig uit Fauquembergues, nabij … Saint-Omer. Later had Goethe trouwens als toneel en operadirecteur de leiding van dit  theater.

Meer dan een muzikale biografie

Na de Einleitung volgen Jugend im Reichtum, Studium in Leipzig, Straβburg und die Begegnung met Herder, Zurück Zuhause – Die Letzten Jahre vor Weimar, Weimar und das Musikleben am Hof, Die Auseinandersetzung met dem musikalischen Theater, Italien und die Begegnung mit der Kirchenmusik des 160 Jahrhunderts, Goethe als Intendant des Hoftheaters Weimar, Die Begegnung mit Johann Friedrich Zelter, Nacktes Liederwesen? Zur Problematik der Vertonung von Goethes Gedichten, Klangmalerei und Strophenform – Goethes Forderung an seine Liedkomponisten, Das Gespür für gute Musik: Erlebnisse mit Bach, Handel, Mozart und Beethoven, Begegnungen mit Musik der jüngeren Generation, Hausmusik am Frauenplan, Die Tonlehre: Polarität und Musiktheorie en om te eindigen Resümee over de vraag of Goethe nu eigenlijk muzikaal was of niet? Het boek is niet alleen interessant als muzikale Goethe biografie maar ook als weergave van de Duitse muziek met haar  Franse en Italiaanse aanwezigheid en invloeden, vanaf  de jaren ’60 van de 18de eeuw tot de periode voorbij de Romantiek. Het Personenregister, een Kurzbiografie, Quellen, Literatur en de Abbildungsverzeichnis vervolledigen dit boek.

De auteur

Auteur Dietlinde Küpper (°1958) werkte na het behalen van haar  Master diploma in de Germaanse filologie en musicologie,  vijf jaar in Noord-Italië als docent en vertaler. Küpper woont in München en maakte voor de Beierse Radio programma’s over Mozart, Händel en hedendaagse muziek en schreef verschillende essays over Richard Wagner. Ze heeft een studie gepubliceerd over de Amerikaanse componiste Gloria Coates (°1938) en speelde zelf jaren kamermuziek.