De vooraanstaande Duitse uitgeverij Königshausen & Neumann publiceerde de dissertatie van Andreas Ickstadt over melancholie in het leven en werk van Johannes Brahms. Een bijzonder thema en een bijzonder boek.

Bij het spelen of het beluisteren van muziek van Brahms zal het vaak weemoedige karakter van zijn muziek u wellicht toch ook opgevallen zijn. Wel, over dit wezenlijk aspect van Brahms’ expressie heeft Andreas Ickstadt een uitvoerige dissertatie geschreven die nu als boek gepubliceerd is. Teneur van zijn betoog is dat het thema van de melancholie in de afgelopen decennia het onderwerp was van een groot aantal publicaties en dat het in het gevoelsleven en het in het werk van Johannes Brahms van groot belang was.

De gemoedstoestand bij het verdrietig aanvoelen van iets uit  het verleden of van een onvervuld verlangen openbaart zich bij Brahms als zijn  manier om te reageren op de fundamentele aandoeningen van het menselijk bestaan, zo stelt Ickstadt. Het bewustzijn van de onherleidbare contingentie van het aards bestaan ​​leidt bij Brahms ertoe dat zijn werk nauwelijks in staat was om dat te overwinnen of om oplossingen te bieden. In plaats daarvan vertoont de dramaturgie van zijn composities op belangrijkste plaatsen of momenten  een terugtrekkend gedrag. Deze  retraites leiden vaak tot een gedeeltelijke ontkenning van de werkelijkheid  in een bewuste zelf-absorptie in de droom, slaap en transfiguratie en in het intens, sensueel genieten van het moment.

De melancholie die bv. bijzonder sterk spreekt uit de laatste pianowerken en zijn kamermuziek met klarinet, heeft niet echt  te maken met  pessimisme of  depressie, maar drukt zo stelt Ickstadt, eerder de stemming van herinnering en het terugblikken van een volwassen kunstenaar uit. Inzicht in deze aspecten van melancholie leidden niet zelden tot nieuwe interpretaties van zijn muziek.

Brahms was een 19de eeuws pianist en componist, het nader bestuderen of herzien van het fenomeen melancholie was een uitgesproken 20ste eeuws verschijnsel. De redelijke bevindingen van diepgaande analyses toont de componist daarom als geestverwant van het filosofisch denken van de 20ste eeuw en maakt duidelijk waarom zijn muziek nog steeds aanspreekt en ontroert.

De auteur sluit zich duidelijk aan bij belangrijke publicaties over melancholie in het algemeen en over melancholie en muziek in het bijzonder en brengt de historiek van het fenomeen te berde (Ficino, Albrecht Dürer e.a.). Als ik het bv. even mag vereenvoudigen omschreef Brockhaus in 1837 in zijn Bilder-Conversations-Lexikon melancholie als de aard van een psychische stoornis, die  omwille van de activiteit van de ziel met echte of denkbeeldige  pijn en verdriet vanwege geestelijk spanning,  geen ontvankelijkheid meer toont voor het bewustzijn van het meer of minder vertroebeld en bevooroordeeld verstand. Daarnaast verwijst hij naar “Saturn and Melancholy, Studies in the History of Natural Philosophy, Religion, and Art” van Panofsky, Klibansky en Saxl uit 1964, en naar “Melancholie und Gesellschaft” uit 1969 van de Duitse politieke en culturele socioloog Wolf Lepenies.

Lepenies onderscheidde in de ontwikkeling van de benadering van melancholie als het bitter verzakende aan het aardse, das herb melancholisch entsagungshafte, en de daarmee gepaard gaande somberheid en zwaarmoedigheid (Trübsinn  und Schwermut),  twee visies die hij omschreef als psychopathologisch georiënteerd negatief en kosmologisch  filosofisch positief. Centrale  elementen  van melancholie bij Lepenies zijn de reacties van de bourgeoisie in het gezicht van niet-deelname aan de werkelijke machtsverhoudingen  waarvan  de kern zich kenmerkte door bourgeois escapisme. Innerlijkheid als het afwenden van het individu van de samenleving en het in zich zelf gekeerd zijn. In die zin zag Lepenies  melancholie als een bijzondere vorm van berusting. Berusting en melancholie zijn momenten  van het menselijk gedrag dat zich afwendt van de wereld door  de  hoogst persoonlijke ervaring van ontbering, teleurstelling, onmacht  en nederlaag. Melancholie als de  emotionele en affectieve toestand  die  het moment van resignatie  volgt.

Ickstadt bespreekt Brahms’ melancholie in zes uitvoerige hoofdstukken. Hij treft het vooreerst als Verklärung en Realitätsbewältigung (het al dan niet aankunnen van de werkelijkheid)  aan in zijn grote symfonische koorwerken Schicksalslied, Alt-Rapsodie, Nänie en het Gesang der Parzen. Hij  treft melancholie vervolgens  als Traum, Täuschung, Vergänglichkeit, Schwermut en Todeswunsch aan in zijn liederen en aangaande zijn symfonieën voelt Ickstadt een pijnlijk afscheid (moeten) nemen van de symfonie als genre naar het voorbeeld van Beethoven.  Wat zijn pianomuziek betreft bespreekt hij enkele  composities chronologisch en met betrekking tot Brahms’ geestelijke muziek concentreert hij zich op de melancholie bij de Verabschiedung in het Deutsches Requiem, de vragen naar het grote waarom, visioen van zaligheid en melancholische twijfel in het motet “Warum ist das Licht gegeben” op. 74 nr.1 en concentreert hij zich tot slot op de Vier ernste Gesänge op. 121.

Het boek is ontzettend interessant en tal van notenvoorbeelden illustreren de analysen van thema’s en harmonieën. De auteur Andreas Ickstadt studeerde musicologie in Frankfurt en doceert muziektheorie en notenleer aan de Kunsthogeschool  in Berlijn. In het besef dat melancholie een belangrijk maar slechts één aspect is van Brahms’ wondermooie  muziek (hoewel u het na het aandachtig lezen van dit boek niet zou denken), en er daarnaast in heel veel van zijn werken ook minstens evenveel voorbeelden zijn van kracht, troost, energie, warmte, tederheid, trots en vooral  van  heel  veel  melodische generositeit, kan ik u dit boek warm aanbevelen.