Bij uitgeverij Beck verscheen in het raam van het Wagnerjaar 2013, een bijzonder boek geschreven door ‘de’ Wagnerdirigent van het ogenblik, de Berlijnse misicus Christian Thielemann. Hoe verder je in het boek leest, hoe meer je je de vraag kan stellen of Thielemann zijn leven niet laat bepalen door Wagner en niets anders dan Wagner en of hij wel in staat is om even zonder Wagner te kunnen. Weldegelijk, Mein Leben mit Wagner: het heeft iets autistisch en dat mogen we zo stellen, Thielemann vermeldt het zelf… 

Bij uitgeverij Beck verscheen in het raam van het Wagnerjaar 2013, een bijzonder boek geschreven door ‘de’ Wagnerdirigent van het ogenblik, de Berlijnse misicus Christian Thielemann. Hoe verder je in het boek leest, hoe meer je je de vraag kan stellen of Thielemann zijn leven niet laat bepalen door Wagner en niets anders dan Wagner en of hij wel in staat is om even zonder Wagner te kunnen. Weldegelijk, Mein Leben mit Wagner: het heeft iets autistisch en dat mogen we zo stellen, Thielemann vermeldt het zelf…

Thielemann vertelt in de eerste 35 bladzijden over zijn kinder- en puberjaren die beheerst werden door de muziek met al zeer vroeg Wagner. Vader en moeder waren door de muziek gebeten en aan tafel sprak men niet zozeer over de turbulente jaren ’60 (Thielemann werd geboren in 1959) maar wel over muziek waaronder zeer veel over Wagner. Als kleuter van 5 jaar was Thielemann al behept door de muziek en zo bleef het duren.

“Ga buiten spelen jongen, de zon schijnt!”, riep oma maar de kleine bleef muziek luisteren en oefenen, veel oefenen. Hij ging naar de opera, als ukkepuk en wat hadden de mensen medelijden met dat jongentje dat ‘mee moest met pa en ma’ terwijl het net het jongetje was dat absoluut wilde gaan. Het doet me aan mijn kinderjaren denken toen ik op mijn 8 of net 9 jaar mee ging naar Tannhäuser, jawel ook Wagner, in Antwerpen. Een dame sprak mijn vader aan in het Frans: “Is dat wel goed zo’n kleine jongen meenemen naar de opera?” en hij antwoordde in plat Antwerps om die Antwerpse frankofiele dame even de les te leren: “Aa-j-ei ta zèllef gevroagd madam”. Ja, ik heb het zelf gevraagd. En nog veel meer ook. Ik begrijp dus Thielemann zeer goed.

Piano was zijn eerste instrument maar zijn echt instrument zou het orkest worden met koor en solisten: zeg het maar: opera! En niet zomaar eender welke opera. Christian Thielemann zou Wagner dirigeren. Het was een dwangmatigheid die hem al zeer vroeg bij de oude Herbert Von Karajan bracht en andere grote namen. Tot daar een overzicht van het eerste hoofdstuk uit een boek dat je moet (!) lezen als je Wagnerfan bent of als je Wagner wil leren kennen. Of je zoals Thielemann moet beginnen met Die Meistersinger of Tristan und Isolde? Daar heb ik mijn persoonlijke twijfels over. Zelf zou ik Tannhäuser of nog meer Der Fliegende Holländer en Lohengrin voorstellen of Der Ring des Niebelungen maar goed, de jonge Christian ging meteen voor de dikke boterham die Tristan und Isolde is. Moeten we u hier verhullen hoe hij kennis maakte met Wagners kleinzoon?

Moeten wij u hier verhullen hoe hij in Bayreuth dirigerend kind aan huis werd? Hoe hij de wereld met Wagner veroverde? Neen, dat doen we niet maar wat we wel doen is u verklappen dat we het niet eens zijn met de visie dat alle ensceneringen kunnen zolang er interactie is met de muziek. Maar goed, ieder zijn meug en we hebben de indruk dat Thielemann zo ontzettend gefixeerd is op de partituren dat hij op een of andere manier de scène niet eens echt ziet, opmerkt. Het komt wat onwennig over, zeker bij Wagner waar meer dan bij welke operacomponist ook alles samenhangt ook al vindt men het de laatste decennia leuk om er ‘hedendaagse’ dingen van te maken waar gegooi met computers en soms echte vuiligheid hoogtij vieren.

Hoe dan ook, lees dit boek, laat je verleiden tot de chaotische harmonie van iemand die op zijn manier totaal geniaal en gek en zeer helderdenkend was: Richard Wagner en stel mee vast hoe hij tot op de dag van vandaag en morgen velen in zijn greep houdt. Een van hen heet Christian Thielemann…