De titel van het boek Liefde buiten de Lijnen is enigszins misleidend. Het is weliswaar een boek over beroemde minnaars en minnaressen maar het is tevens een historisch overzicht waarbij de auteur stil staat bij composities, geïnspireerd door zijn thema.

De verbintenis met muziek is tweeërlei. Ofwel gaat het in zijn boek dienaangaande over historische personages die centraal staan in opera’s en andere composities, ofwel gaat het over het liefdesleven van componisten en hun muzen. Marc Gevaert  biedt de lezer een heel vlot geschreven overzicht van de geschiedenis. Aan de hand van al deze personages vertelt hij de geschiedenis van onze cultuur.

Vanaf de Grieks-antieke goden en godinnen tot de Bijbelse minnaressen uit de oudheid. Hij vertelt over Cleopatra en Julius Caesar, Batsjeba, Messalina en Poppea (verwijst naar Monteverdi), over de joodse vriendin van Titus die niet voorkomt in de opera seria van Mozart maar wel bij Racine en Corneille, maar ook over Hitlers minnares Eva Braun,  Edith Piafs minnaars en over Chopin en George Sand in Mallorca.

Van buitenechtelijke relaties in de Griekse godenwereld (bv. “Ariadne” bij Richard Strauss) tot minnaressen uit de oudheid die tot de verbeelding spreken (bv. Dido & Aeneas – Purcell), van amoureuze relaties in de middeleeuwen tot de echte muzen van Abélard, Dante en Petrarca, van minnaars en minnaressen aan het Franse en het Engelse hof en van beroemde heersers in de 19de en 20ste eeuw, van componisten en schrijvers tot Mata Hari, niets is Marc Gevaert vreemd.

Inspiratiebron

In zestien hoofdstukken en zeven intermezzi komen we in contact met minnaars en minnaressen die veelal inspiratiebron waren voor opera’s en andere belangrijke composities. Zo ontmoeten we Agamemnon, Iphigenia en Electra (met verwijzing naar o.a. Gluck). In zijn hoofdstuk over middeleeuwen en middeleeuwse literatuur  ontmoeten we uiteraard Tristan en Isolde maar we lezen ook over Laura en Beatrice, Lucrezia Borgia (opera van Donizetti), Adriana Lecouvreur (opera van Cilea), Francesca da Rimini (opera van Zandonai gebaseerd op d’Annunzio en symfonische  gedichten van Tsjaikofski en Rachmaninov) en over Agnes Bernauer (opera van Carl Orff).

Twee hoofdstukken zijn gewijd aan het Franse hof van de 16de en 17de eeuw (o.a. over Françoise de Foix en Anne de Pisseleu (“la plus savante des belles et la plus belle des savantes”), en twee gelijkaardige hoofdstukken zijn gewijd aan het Engelse hof, van Chaucer tot de tijd van Queen Victoria. Hoofdstuk 13 “Bella figlia dell’amore”, als aria u wel bekend,  is zelfs volledig gewijd aan de muziek want daarin heeft de auteur het over Rossini, Liszt, Verdi en over Edith Piaf.

Origineel

Dit hoogst origineel boek dat veel ernstiger is dan u op het eerste gezicht zou denken, laat u op een heel aangename wijze kennis maken met geschiedenis en cultuurgeschiedenis. Het bestaat uit 283 bladzijden heel interessante informatie, een bibliografie na elk hoofdstuk en een heel handig personenregister. Het boek is een gids voor elke melomaan die kort en bondig maar heel essentieel iets wil lezen over het personage dat centraal staat in de opera of de orkestcompositie die hij gaat beluisteren. Een mooi, vlot lezend  en tevens heel interessant boek. Warm aanbevolen.