De Koptische Kerk geldt als een van de zeer vroege vormen van christendom, die men het Alexandrijns-Egyptische christendom (met name het patriarchaat van Alexandrië) noemt. Gegrondvest werd deze kerk door de apostel Marcus (die het Marcusevangelie geschreven heeft) en die leefde in de apostolische tijd, dus in de eerste eeuw.

De Koptische Kerk geldt als een van de zeer vroege vormen van christendom, die men het Alexandrijns-Egyptische christendom (met name het patriarchaat van Alexandrië) noemt. Gegrondvest werd deze kerk door de apostel Marcus (die het Marcusevangelie geschreven heeft) en die leefde in de apostolische tijd, dus in de eerste eeuw. Marcus was dan ook de eerste bisschop van Alexandrië, alwaar hij in 68 de marteldood onderging. De Koptische Kerk kent derhalve een aloude traditie wat kerkelijk leven betreft, inclusief de daarbij horende liturgie en muziek (betreft). Tegenwoordig vormen de Kopten een minderheid in de islamwereld, in de republiek Egypte, en van tijd tot tijd komen ons ook meldingen over onrust en conflicten tussen Kopten en muslims ter ore. Bovendien is er buiten Egypte een zeer actieve Koptische diaspora, waarvan meer dan één miljoen in Noord-Amerika.

Als afstammelingen van de oude Egyptenaren namen ze ook uit deze voorchristelijke cultuur elementen over, hetgeen een normaal verschijnsel is, want dat is niet alleen in oriëntaalse landen, maar ook in het westen merkbaar.

Twee elementen zijn fundamenteel in de benadering van de Koptische muziek. Allereerst dient te worden opgemerkt dat het karakter van deze muziek exclusief religieus is, en vervolgens dat het hierbij voornamelijk gaat om gezongen muziek. Deze zang wordt wel begeleid door instrumenten (triangel, cimbaal). Het gebruik van percussie-instrumenten is wel ongebruikelijk in christelijke liturgieën en sommige specialisten menen dat dit een reliek uit het oude Egypte kan zijn, aangezien deze begeleidingsinstrumenten eveneens op de faraonische reliëfs en fresco’s afgebeeld worden.

Binnen het kader van hetgeen hierboven over de oorsprong van deze kerk vermeld werd, is het logisch dat haar liturgie, en derhalve ook de muziek ervan, in verband gebracht kan worden met Jeruzalem, en een andere, nog oudere traditie, met name de Syrische. Spijtig genoeg is de muziekoverlevering oraal, ook vandaag de dag. Verder dient men in het oog te houden dat het de zangers toegelaten is te improviseren op de melodieën.

Aangezien er nog geen diepgravende studie over dit onderwerp aanwezig was, is het onderzoek van Kuhn, eigenlijk een gepubliceerd proefschrift, zeer te prijzen. Ze heeft zich niet beperkt tot geschreven bronnen, maar voerde veldwerk uit en maakte eveneens opnames. Dit vormt de noodzakelijke wetenschappelijke basisbenadering van een dergelijk thema. Ook haar transcripties in westerse muzieknotatie verdient opgemerkt te worden.

De monografie van Kuhn bestaat uit drie delen. Naast een logisch historisch overzicht van de Koptische muziek behandelt de auteur in het eerste deel een geselecteerd onderwerp dat ze als basiswerkstuk aanvaardt, het ritueel ‘Psalmodia’. Dit is een bekend en erg populair hymnenboek dat in het Koptisch reeds in 1724 gedrukt werd, maar waarvan handschriften uit de 14de eeuw overgeleverd werden[1]. De muziek echter diende de auteur bij hedendaagse zangers te vinden, daar deze nooit eerder neergeschreven noch gedrukt werd. Beschrijvingen ervan vindt men wel terug bij diverse auteurs.

In het volgende deel vertrekt Kuhn vanuit het vermelde basiswerk, waarbij acht melodieën geanalyseerd worden. De melodieën kennen drie versies (korte of syllabische; middenlange of melismatische; lange of vocalise, samengesteld uit formules). Uit haar onderzoek blijkt dat de melodie een zelfstandige functie heeft. De wezenlijke rol van de vocalises en de daarmee samenhangende formules leidde Kuhn tot een systematiek in haar interpretatie die uitmondde in het concept van de “melodische Linien”.

De transcripties van de melodieën in het derde deel brachten de auteur tot de conclusie dat de traditionele basismelodie gedurende jaren van transmissie op gelukkige wijze overgeleverd werd. Ritmische alteraties door generaties zangers vindt men niet alleen hier, maar ook in andere culturen die in de sfeer van de orale traditie leven. Eveneens zijn individueel aangevoerde ornamenten toegelaten, maar dat is niet wezenlijk binnen de lijn van overlevering.

Verder dient opgemerkt dat M. Kuhn aandacht schenkt aan de uitvoeringspraktijk van deze sacrale muziek, alsook aan de plaats die deze eeuwenoude muziek bezit in het leven en de cultuur van haar beoefenaars.

De bijgevoegde CD met historische en contemporaine opnamen is een verrijking voor de lezer van dit opus, dat men gerust als een standaardwerk in zijn genre kan aanduiden. Het bladzijdenaantal is fors en de wetenschappelijke waarde staat buiten kijf. We wensen niet alleen dat de auteur verder onderzoek zou kunnen uitoefenen op dit weinig bewandelde pad, maar tevens dat er ook meer onderzoek zou geschieden naar de Syrische kerkmuziek, die eveneens een zeer oude traditie kent en voor velen in het westen nog een gesloten boek vormt.

Zoals alle wetenschappelijke literatuur is de kostprijs van dit boek niet weinig (97 Euro), maar dit wordt verantwoord door de productie van dit behoorlijke aantal bladzijden, die kwalitatief van hoog niveau is, zoals we dat van Uitgeverij Peeters gewend zijn.