Bij uitgeverij Aspekt verscheen een boek over Mozarts librettist Lorenzo da Ponte. Hoewel zijn naam begrijpelijk voor eeuwig verbonden zal blijven aan drie meesterwerken van Mozart, verdient de naam da Ponte meer aandacht. Uit het boek blijkt o.m. hoe belangrijk hij is geweest voor de ontwikkeling van het Italiaans als taal.

Belangrijk librettist

Lorenzo Da Ponte (1749-1838), eigenlijk Emanuele Conegliano, uit Ceneda (nu Vittorio Veneto) schreef tussen 1783 en 1804 de libretti van tientallen opera’s. Ze werden getoonzet door Salieri, Vincenzo Righini, Giuseppe Gazzaniga, Vicente Martín y Soler, Giuseppe Francesco Bianchi, Antonio Brunetti, Joseph Weigl en Peter von Winter. De drie bekendste waren weliswaar deze voor opera’s van Mozart: Don Giovanni, Le nozze di Figaro en Così fan tutte.

Op de vlucht uit Venetië

Emanuele Conegliano werd in Ceneda bij Venetië geboren uit joodse ouders maar werd na het huwelijk van zijn vader met een 20 jaar jongere niet-joodse, gedoopt. Hij werd tot priester gewijd en werd docent literatuur en retoriek in Venetië. Zijn collega librettist Caterino Tommaso Mazzolà in Dresden stelde hem voor aan Antonio Salieri en in 1781 werd hij op aanbeveling van Salieri officieel librettist in Wenen. Gelukkig voor hem daar hij Venetië moest ontvluchten wegens een relatie die hij had met een getrouwde vrouw. Zijn eerste groot succes was de bewerking van de komedie “La Folle Journée, ou Le Mariage de Figaro” uit 1778 van Pierre de Beaumarchais tot het libretto van Mozarts opera buffa “Le nozze di Figaro” (1786). Hij maakte in Wenen carrière als keizerlijk dichter verbonden aan het Burgtheater en maakte deel uit van het Italiaans muziekgezelschap.

Van Londen naar New York

Na rondzwervingen in o.a. Dresden, Brussel en Amsterdam, vestigde hij zich in 1791 in Londen. Daar werd hij Impresario van het King’s Theatre, werkte als leraar Italiaans, was boekhandelaar en librettist. Hij huwde er met Anna Grahl maar ging in 1804 failliet. In 1805 emigreerde hij naar de Verenigde Staten waar hij rest van zijn leven les Italiaans gaf. Na tabak en alcohol verkocht te hebben en na een groentewinkel in Bowery, een straat en buurt in Manhattan, gerund te hebben, werd hij in 1830 onbetaald hoogleraar aan het Columbia College, de voorloper van de huidige Columbia University. Hij was in 1833 ook één van de oprichters van het Italian Opera House in New York.

Een rijk gevuld leven

Een jeugd in Venetië met Casanova als jeugdvriend tot zijn laatste jaren in New York, waar hij een school runde in zijn eigen huis. Dit was het rijk gevuld lang leven van Lorenzo Da Ponte. Librettist van Mozart opera’s naar het voorbeeld van deze van Giuseppe Gazzaniga, samenwerkend met beroemdheden als de sopranen Nancy Storace en La Malibran en met haar vader de Spaanse tenor Manuel Garcia, maar ook betrokken bij patriottische liedjes van Brabantse en Amerikaanse revolutionairen. Hij was o.a. bevriend met Gulian Crommelin Verplanck, de New Yorkse theoloog, politicus en schrijver, lid van de literaire “Knickerbocker group”. Da Ponte  droeg ook bij tot het ontstaan van het modern Italiaans die hij samen met de Italiaanse opera in New York propageerde.

Vlot en onderhoudend

Hoewel niet uitgewerkt tot standaardwerk, is deze biografie met datering en korte bespreking van alle opera’s waarvoor da Ponte de libretti schreef, een verrijking. Het leest vlot en onderhoudend en nodigt uit tot verdere lectuur. Jeannick Vangansbeke schreef reeds biografieën van o.a. André Grétry en Jacques Offenbach.