"Ich revoltiere, also bin ich! Denn ich bin um der Kunst willen geboren."

Geen enkele andere componist heeft naast zijn composities, zoveel geschriften nagelaten als Richard Wagner. Over het geheel genomen vullen ze ongeveer tien lijvige volumes. De heroriëntering van het Festival van Bayreuth en de nieuwe inzichten en perspectieven in  de werken van Richard Wagner zijn opnieuw ambitieus.

"Ich revoltiere, also bin ich! Denn ich bin um der Kunst willen geboren."

Geen enkele andere componist heeft naast zijn composities, zoveel geschriften nagelaten als Richard Wagner. Over het geheel genomen vullen ze ongeveer tien lijvige volumes. De heroriëntering van het Festival van Bayreuth en de nieuwe inzichten en perspectieven in  de werken van Richard Wagner zijn opnieuw ambitieus. Daarom is het in deze context  interessant om de meester zelf te lezen, welke ideeën hij had over zijn kunst, en over kunst in het algemeen. En er is veel te lezen. Heel veel.

Richard Wagner  had  visie. Hij had de niet te stuiten drang, misschien wel roeping, om de mensen met de hulp van kunst, een nieuwe inhoud en  betekenis te willen schenken. En dit  ter vervanging van religie. In die zin kan Wagner, zoals de titel van het boek luidt,   gezien worden als een kunst-Messias met sociaalrevolutionaire ambities. Zijn artikelen zijn meestal pamfletaire essays,  zijn misschien  moeilijk te verteren, maar, ze zijn ontzettend interessant en belangrijk. Daarenboven zijn zijn geschriften van  zeer hoogstaande, literaire kwaliteit. Maar, omdat omzeggens niemand Wagners geschriften echt kent, laat staan goed kent, is dit boek uitermate nuttig, nodig en dus van uitzonderlijk belang.

De auteur introduceert niet alleen Wagners teksten, hij brengt ze gecomprimeerd naar ons, hij duidt ze ook, legt ze uit,  en situeert ze in hun verband tot denkers en kunstenaars met wie Wagner contact had, Ernest Renan, Franz Overbeck, Michael Bakoenin, Gottfried Semper, August Röckel, Otto Wigand, Theodor Uhlig, Ludwig Feuerbach, Hermann von Helmholtz, e.v.a.

De auteur heeft teksten van Wagner gesorteerd, „vertaald“, gecomprimeerd en becommentarieerd. En dit  vanaf de Revolutionspamphleten en  de Züricher Kunst-Schrifen, tot het late geschrift „Kunst und Religion“. De teksten zijn in de biografische context en het juiste tijdsbeeld geplaatst en belichten ook Wagners relatie met het denken van tijdgenoten als  Arthur Schopenhauer, Ludwig Feuerbach en Friedrich Nietzsche.

De auteur heeft de geschriften chronologisch geordend in vier grote delen :

Revolutions-Schriften (1840-1849)

Züricher Kunstschriften (1850-1852)

Politik und Kunst (1864-1869)

Bayreuther Schriften (1871-1882)

Elk deel bevat de bespreking van  geschriften van Wagner. Het boek eindigt met enkele aforismen van Wagner, thematisch geordend naar kunst, kunstenaars en  muziek, filosofie en  religie, en, politiek en revolutie.

In het eerste deel worden in vijf hoofdstukken,  volgende teksten opgenomen en besproken : Not und Sorge in Paris :Ein deutscher Musiker in Paris, Eine Pilgerfahrt zu Beethoven, Der Künstler und die Öffentlichkeit, Ein Ende in Paris, Frühsozialismus en Ein Gedicht über die Not.

Dit wordt gevolg door het tweede hoofdstuk, Die Revolution, over August Röckel und seine Dresdner Volksblätter, Der apokalyptische Ritt der Revolution en Schreibstil.

In Der Mensch und die bestehende Gesellschaft gaat het over Kulturrevolution oder Kunsterziehung, Josef Rattners Wagner-Psychogramm (Josef Rattner (°1923) is een belangrijke joods-Oostenrijkse psycholoog in de lijn van Adler en Liebling), Gene und Erziehung, Pablo Picasso über Kunst und Künstler en Der Tonmaler.

Daarna bespreekt hij  Die Wibelungen, Weltgeschichte aus der Sage : Von Troja, Karl dem Großen und Friedrich Barbarossa, Der Führer, Siegfried und Apollon, Das Anrecht und Erbe der Deutschen, Eigentum ist Diebstahl en  Nibelungenhort und Gral.

Dan volgt het belangrijke  Die Kunst und die Revolution : Von starken, schönen Menschen und griechischen Helden, Unser Grott ist das Geld, unsere Religion der Gelderwerb,Rettungsprogramm für dekadente Theater, Publikumsbeschimpfung, Kirche, Christentum und Industrie, Kunst = Freiheit, Jesus von Nazareth: Sozialrevolutionär und Opernheld en Wagners Offenbarung und Mitteilung an die Freunde.

In het grote tweede deel, Züricher Kunstschriften (1850-1852), slechts twee, doch uitermate belangrijke geschriften : Das Kunstwerk der Zukunft en Oper und Drama. In Das Kunstwerk der Zukunft heeft Wagner het over Widmung an Ludwig Feuerbach, Der Mensch und die Kunst, Kunst bei den Griechen, Kunst und Natur, Künstlerische Freiheit, hochmütige Wissenschaft, Industrie und Luxus als Teufel der zeit, Meeresfahrt der Künste, Beethoven, Der Ton ist der unmittelbare Ausdruck des Gefühles, Die Tyrannei der Mode, Nützlichkeitsmenschen, Kunst als Sondereigentum einer Künstlerklasse, Teamwork der Künste, Maler und Bildhauer, Der Künstler der Zukunft, Bildung für alle, Kunst und Klima  en  Wieland der Schmied.

Oper und Drama, dat Richard Strauss „das Buch aller Bücher über Musik“ noemde, wordt door de auteur schitterend gesitueerd en toegelicht : Die Oper und das Wesen der Musik, Text und Musik, Buhlerinnen, Lustdirnen, Kokette und Prüde, Dichtung, Mythos und Drama, Ein unvollkommener Staat muss vernichtet werden, Verstand und Gefühl Transportmittel und Dosenöffner, Tonsprache, Stabreime, Laute, Konsonanten und Vokale, Der Liebesakt von Dichtung und Musik, Tonsetzer und Dichter, Helmholtz und die Ton-Physik, Wagner als Psychoanalytiker, Instrumentenverein, Wenn Staatsmänner und Philosophen versagen, Wasserkur und Läuterung, R.W. wird endlich RING-Künstler en Ich bin der Welt abhanden gekommen.

In Politik und Kunst (1864-1869) gaat het over wagners omstreden politieke ideeën : Über Staat und Religion : Revolution ade, Geständnisse, Staatsinteressen, Der Wahn und die Presse,  Moral und Religion, Patriotismus,  Lebensheiland Kunst,  Wahn-Monolog. Pläne für eine deutsche Musikschule : Kunsterziehung, Gesangsausbildung, Festspielhaus in München, Der Mäzen und sein Motivator, Intrigen, Volksfürst, Aufmarsch im Lechfeld, Schweizer Vorbild, Flucht aus München, Tribschen, Mein Leben. Deutsche Kunst und deutsche Politik : Was ist deutsch? Deutsche und Franzosen, Deutsches Erbe, deutscher Geist, Der Staat als Vertreter der Zweckmäßigkeit, Deutsche Geschichte, Juristen, Journalisten und Juden, Verachtet mir die Meister nicht! Antisemitische Schriften : Das Judentum in der Musik, Modern : Wagners GAU (größtes ausgebrütetes Unheil), Uhlig und Meyerbeer, hebräische Sprache, Die Erlösung Ahasvers, der Untergang, Kant und Fichte, Martin Luther, Von den Jüden und ihren Lügen, Marcel Prawy (1911-2003) und Sigmund Freud, Wagners Seelenökonomie.

In het  laatste deel, Bayreuther Schriften (1871-1882), komen volgende geschriften aan bod : Beethoven und Schopenhauer : Hommage an Beethoven, Neunte Symphonie, Ersinnen von Musik, Das innere Wesen der Kunst, Schopenhauers Metaphysik der Musik, Shakespeare, Beethoven und die deutsche Nation. Nietzsches Wagner-Schriften : Epochale Begegnung, Apollon und Dionysos, Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik, Wagner-Hommage, vom Jünger zum Gegner, Ecce homo. Kunst-Tempel Bayreuth : Das Bühnenfestspielhaus, Bericht über die Grundsteinlegung, Das unsichtbare Orchester, Publikum und Popularität, Festspiel-Rückblicke, Bayreuther Blätter, Rassentheorien, reines Blut, Totem und Tabu, Heldentum und Christentum. In Religion und Kunst worden tot slot volgende teksten toegelicht : Kunstmission,  Parsifaln ein starker Artikel, Christentum und Buddhismus, Arme und Reiche am Geiste, Jehova und Paulus, Folterkammer der Wissenschaft, Pythagoras und Pflanzenesser – Regeneration der Menschheit, Was nützt diese Erkenntnis, Verfall der historischen Menschheit, Mitleid und Heilserwartung, kunstreligiöse Weihestätte.

Dit boek is zonder twijfel één van de belangrijkste boeken ooit geschreven over Wagner. En omdat in dit boek, teksten van Wagner gecombineerd worden met  uiterst deskundige toelichtingen, is dit eigenlijk een boek van en over Wagner tegelijk, een boek dat U absoluut moet lezen en moet herlezen, het dan nog eens moet lezen, om het vervolgens na een tijdje uit het hoofd te kennen. Pas wanneer U dan Wagners geschriften zelf gaat lezen,  verdient U de eretitel, een Wagneriaan te zijn.