Een boek over amour courtois is altijd welkom. Zeker in een tijd waarin wildgroei aan persoonlijke interpretatie het haalt op objectieve duiding en correct begrip van historische gegevens.  Fin’amors als ideaal. Zou dat nu maar eens kunnen.

Een boek over amour courtois is altijd welkom. Zeker in een tijd waarin wildgroei aan persoonlijke interpretatie het haalt op objectieve duiding en correct begrip van historische gegevens.  Fin’amors als ideaal. Zou dat nu maar eens kunnen.

De Haagse socioloog Benjo Maso (1944), bekend van zijn studie van het fenomeen “wielrennen”, jawel, schreef een boek waarin hij nu eens op zoek gaat naar het hoe en waarom van de 12de en 13de eeuwse  literatuur over de liefde tussen man en vrouw. Van de fiets terug naar het paard, zeg maar.

De hoofse dichtkunst en muziek bloeiden vooral in de Franse Provence. In Noord-Frankrijk ontwikkelde zich de hoofse roman bvb. van Chrétien de Troyes  als type ridderroman.

Het genre ontstond midden twaalfde eeuw in de Provence en werd aan het eind van deze eeuw ook populair in andere regio’s.

Troubadours

Naast de feodale adel ontstond een nieuwe aristocratie aan het hof die de hoofsheid of courtoisie bezong. De hoofse liefdesopvatting viel samen met de christelijke Mariaverering binnen de feodale verhoudingen. De eerste bekende troubadour was Willem van Poitiers, hertog van Aquitanië. Hij schreef in het Occitaans.

Sommige troubadours als Bernard de Ventadour en Jaufré Rudel trokken weg uit Zuid-Frankrijk, richting Noord-Frankrijk, Italië en Catalonië.

Ze schreven en zongen verhalen geïnspireerd door de kruistochten, over de liefde tussen een christen en een heiden,  de kerstening van een heiden, of gaven hun versies van  Keltische en  Britse verhalen over de Arthurlegende.

De rijke liefdescultus aan de middeleeuwse adellijke hoven bestond uit lyriek van Occitaanse troubadours, Noordfranse trouvères, devote Marialyriek, Andalousische literatuur en Arabische drinkliederen. En dit van Aquitanië tot Moors Spanje, Leon en Pamplona.

Koningen van Aragon en Castilië, bisschoppen van Tours en Reims, graven van Blois en Anjou en Engelse en Franse koningen beschreven de hoofse liefde in epiek en in lyriek.

Ze bezongen het verfijnd liefdesideaal van de platonische liefde in gedichten en ridderverhalen. De hoofse literatuur van de amour-chevalerie.

Op zoek naar een antwoord

De auteur gaat op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het komt dat rond 1060, de liefde plotseling immens veel aandacht kreeg terwijl er in de zeshonderd jaar daarvoor er nauwelijks of helemaal niet over geschreven werd. Waar kwamen die gevoelens en gedachten vandaan en welke waren bvb. de invloeden van Ovidius en Vergilius?

In het eerste hoofdstuk “Willem IX van Aquitanië en de hoofse liefde” lezen we over de Spaans-Arabische these, vraagt de auteur zich af of Ovidius soms verkeerd begrepen werd, heeft hij het over de status van de vrouw in het algemeen, de sociale structuur aan de hoven  en de rol van Willem IX.

In “De wereld van chansons de geste en romans” gaat het over Abélard et Héloise, Liefde in romans, de orde van de seigneurs en de verwantschapsrelaties, losse bindingen en liefdesgevoelens. “Liefde als abstractie” behandelt diverse aspecten die een rol speelden zoals  eer,  tijd,  recht  en religie  en heeft de auteur in dit hoofdstuk aandacht voor het publiek van de troubadour.  “Liefde en hofcultuur” werd gebezigd door krijgers en hovelingen. Liefde was een middel tot onderscheiding en liefde kwam temidden rivaliteit te staan. De liefde als hoofse vaardigheid bestond uit hoofse en martiale deugden,  ridderschap  en vrouwendienst.

Sociale veranderingen en economische verbeteringen leidden er zelfs toe dat liefde voor mannen niet alleen aanvaardbaar werd maar dat het onvermogen om lief te hebben, beschouwd  werd als een tekort.

Dit boek over het ideaal van verfijnde levensstijl en verfijnde omgangsvormen heeft 895 noten die U weg wijs maken in de onderzoekwereld van het onderwerp. De auteur heeft puik werk geleverd door de theorieën van specialisten als Dominique Barthélemy, Pierre Bourdieu, Georges Duby en Jean Flori grondig door te nemen en biedt de lezer een meeslepend verhaal over het ontstaan van de meest verfijnde omgangsvorm aller tijden, de hoofse liefde. Zeker lezen.