***** De Duitse uitgeverij Königshausen & Neumann geeft sedert 2004 onder de naam “Wagner in der Diskussion”, een ongemeen interessante  reeks boeken uit over Richard Wagner. Onlangs verscheen het zevende deel: Nicholas Vazsonyi’s “Selfpromotion and the making of a Brand”, in Duitse vertaling, over Wagners vermeende marketingstrategie.

***** De Duitse uitgeverij Königshausen & Neumann geeft sedert 2004 onder de naam “Wagner in der Diskussion”, een ongemeen interessante  reeks boeken uit over Richard Wagner. Onlangs verscheen het zevende deel: Nicholas Vazsonyi’s “Selfpromotion and the making of a Brand”, in Duitse vertaling, over Wagners vermeende marketingstrategie.

Geen evangelie, maar origineel, heel boeiend en vooral, uitzonderlijk interessant

Nicholas Vazsonyi (°1963) (Universiteit van Indiana en de University of California, Los Angeles) is hoogleraar Duits en vergelijkende literatuurwetenschap. Hij doceert cursussen over Duitse literatuur en cultuur, alsook muziek en film, van de 18de tot de 21ste eeuw. Zijn eerste twee boeken gingen over  Goethe  en  de ontwikkeling van de Duitse nationale identiteit in de periode tussen 1750-1871. Sinds 2001 is hij bijna uitsluitend gericht op het leven en werk van Richard Wagner, te beginnen met “Wagner’s Meistersinger: Performance, History, Representation” (University of Rochester Press, 2003)  en, meest recent,  Richard Wagner: “Self-Promotion and the Making of a Brand” (Cambridge University Press, 2010). Hij is momenteel hoofdredacteur van de Cambridge Wagner Encyclopedie, een internationale samenwerking tussen ongeveer tachtig wetenschappers uit elf  academische disciplines uit negen  landen.

De meest Duitse componist ooit

Alle moderne kunstenaars hebben  zichzelf op de een of andere manier op de markt moeten brengen. Richard Wagner ook, maar hij kon het gewoon  beter dan wie dan ook. Zijn zelfpromotie begon rond 1840  in Parijs, en duurde de rest van zijn carrière.  Wagner beweerde daarbij overtuigend dat hij de meest Duitse componist ooit was, en dat hij de ware opvolger was van Beethoven. Belangrijker nog, hij was een operacomponist die verklaarde dat hij geen opera's componeerde. In plaats daarvan bracht hij  in de jaren 1850, zijn nieuwe richting in kaart  van het concipiëren van werken die zouden breken met de traditie en  letterlijk'' gloednieuw'' waren. Dit is de eerste studie die de innovatieve manieren waarop Wagner  van zichzelf een beroemdheid maakte, door het bevorderen van zichzelf met behulp van onderzoeken om de beschikbare middelen: een autobiografie, tijdschriftartikelen, korte verhalen, krantenartikelen, brieven, zelfs zijn opera’s zelf, onderzoekt. Vazsonyi laat zien hoe Wagner een niche creëerde voor zijn werken in de drukke wereld van de operamarkt, die nog steeds uniek is.

Het merk Wagner

Zijn boek gaat over het ontstaan en de geschiedenis van de marktwaarde van het merk “Wagner”. Nicholas Vazsonyi is universitair hoofddocent van Duitse en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit van Zuid-Carolina en is  verbaasd dat in het kader van het Wagneronderzoek, daaraan weinig aandacht is besteed.  Vazsonyi bezoekt al jaren de Bayreuther Festspiele, en zijn ervaring met de huidige opera marketingpraktijken op het terrein, gaf hem de belangrijkste impuls om een studie te wijden aan de merknaam “Wagner”. Een uitstekend, maar vooral bijzonder idee.

De wetenschappelijke benadering van de auteur is heel open en heel onconventioneel en bevat vele nieuwe en spannende aspecten. Culturele consumptie, media-event en moderne muziekbusiness zijn  termen waaruit Vazsonyi overwegingen vormt. Het boek is verdeeld in vijf hoofdstukken (Image, Publicity, Nische und Markenbildung, Konsumenten und Konsum en Zentrale.

Het  is natuurlijk niets nieuws dat Richard Wagner zijn eigen  meester in marketing en zelfpromotie was. Hij bouwde systematisch het Richard Wagner merk op, op een manier die, zelfs vandaag de dag, nog indrukwekkend is.

Met een schat aan referenties en informatie, onthult en ontvouwt Vazsonyi  het verhaal van het genie dat zichzelf bevordert van  arme Duitse kunstenaar die een  afkeer heeft van winst of profijt, die zichzelf  voorstelt als de ware opvolger van Beethoven, als de meest Duitse van alle, en als de man die garant staat voor het kunstwerk van de toekomst.

Wagner promootte zichzelf als de arme kunstenaar, in tegenstelling tot de volgens hem, inferieure componisten, die componeerden voor eigen winst, en profileerde zich als de meest Duitse van alle componisten, omdat dit paste binnen zijn  marketingstrategieën in een tijd waarin de Italianen de operawereld  domineerden.  Ook vormde het een contrast met, en bood het een alternatief  voor, de Franse culturele hegemonie van zijn tijd. Ideeën over Duitse superioriteit pasten perfect in Wagners marketingstrategie. Het creëren of  exploiteren van dichotomieën was, en is trouwens nog steeds, een goed marketingprincipe. Niet alleen gezworen volgelingen en fans van Wagner hielpen hem dit op te bouwen, zelfs zijn vijanden  speelden een rol in dit project. Wagners presentatie van zichzelf als een slachtoffer, was daarbij ook belangrijk.

Wagners aankondiging dat hij componeerde voor een publiek dat nog  niet  bestond, was  retorisch geniaal. Daardoor identificeerden zijn bewonderaars en aanhangers zich met een nobel doel. En wat te denken van de verklaring van Wagner dat hij een operacomponist was die geen opera’s componeerde?

Richard Wagner: Self-Promotion and the Making of a Brand

Nicholas Vazsonyi

Eerste uitgave Cambridge, UK; New York: Cambridge University Press, 2010.

Editie herdruk, geïllustreerd

Uitgever Cambridge University Press, 2012

ISBN 1107404398, 9781107404397

236 pagina's

De auteur beschrijft en analyseert Wagners vermogen om zichzelf te veranderen in een “merk” en op te treden als zijn eigen 'PR-agent'. Een boek geschreven met zwier en elan, dat met verfrissende beknoptheid, een tastbaar gevoel meegeeft van Wagners onvermoeibare industrie. Een  wetenschappelijke tekst die de onophoudelijke zelfpromotie van Wagner op de korrel neemt. Een heel interessant boek,  niet alleen musicologisch, maar ook als geschiedenis van marketing

Zijn boek is grotendeels ook vrij van wetenschappelijk jargon,  is ook relatief kort, zeker gezien de omvang van het onderwerp, en belangrijker nog, het biedt een  nieuw en verhelderend beeld van de grote, sluwe tovenaar uit Bayreuth. Dit boek is een zeer bijzondere aanvulling op de reeds heel omvangrijke  literatuur over Wagner.

Enkele andere delen uit de reeks „Wagner in der Diskussion”

– Eckart Kröplin – Richard Wagner – Musik aus Licht

"Pure muziek is één met de openbaring van het licht", verklaarde Friedrich Schlegel. Hij beschreef daarmee een artistiek fenomeen, vaak  betwist en ontkend, dat van de vroege romantiek  tot de moderne kunstgeschiedenis,  de wereld van de kunst beheerste. "Hör' ich das Licht?", zingt  Tristan in  hoogste extase.  Met "Klangfarbenmelodien" bedoelde Schönberg uiteindelijk synesthesien van licht en muziek. Farbe und Ton, Poesie und Klang,  Töne-Sehen en Farben-Hören bestimmten in grote mate  muziek, schilderkunst en poëzie van Hölderlin en Novalis, Runge en Friedrich, Beethoven en Weber tot Schönberg en Strawinsky, Kandinsky en Klee, Joyce en Mann. Bij Richard Wagner stonden  kleur-licht relatie en ruimte-tijd relatie, centraal. Zijn multisensoriale handelingsstrategieën, van de  in elkaar grijpende werking van diverse kunsten, waren  gericht op een revolutie binnen de traditionele, sociale en artistieke waarden en werden gepresenteerd als een ongehoorde herdefiniëring van een bevrijdende kunstrevolutie, als de komst van nieuwe spirituele en sociale gebieden. Het idee van het samensmelten  van "Schwesterkünste" tot een "Gesamtkunstwerk” of een totaalkunstwerk als alternatief voor sociale ellende, was aan het eind van de 18de eeuw ontworpen door de vroege Romantici en ging door Wagners invloed, verder tot in de 20ste eeuw. Dit is een boek dat als standaardwerk over de interdisciplinaire kunstbeschouwing beschouwd mag worden.

– Rüdiger Jacobs – Revolutionsidee und Staatskritik in Richard Wagners Schriften

Deze bijzondere studie richt zich op de theoretische verhandelingen van Wagner. Vanuit verschillende perspectieven, de historische, systematische, en de hermeneutische benadering, wordt hun revolutionaire idee naar inhoud nagegaan. Als  verenigend element blijkt dat het metapolitiek concept,  de vernietiging of liever  het overwinnen van de politieke staat is, op een puur esthetische manier. Met zijn radicale kritiek op de constitutieve elementen van de Staat opent Wagner het zicht op een andere vorm van revolutie, het indirecte effect van uitsluiting van enig politieke totalitarisme. Hierin, schrijft Jacobs, ligt de actualiteit van Wagners  stelling: het opnemen van culturele verschillen in de politieke samenhang ontwikkelt de oorzaak van  kritiek op de bestaande machtsverhoudingen, en  reflecteert  de bevestiging van de ingetrokken waarheid van het kunstwerk, een gedenationaliseerde, staatsloze  orde waarin alleen het zuiver menselijke principe van sociale werkelijkheid, heerst, voorbij politieke dogma's en ideologieën,.

De auteur is wel advocaat bij het ​​Oberlandesgericht in Frankfurt am Main,  studeerde filosofie, Germanistiek, politiek en muziek in München en Mainz, en studeerde  af met deze scriptie aan de Johann Wolfgang Goethe Universiteit in Frankfurt.

– Yvonne Nilges – Richard Wagners Shakespeare

Shakespeare en de Attische tragedie waren de twee belangrijkste modellen voor het muziektheater van Wagner. Terwijl het Aischyleische drama voldoende bestudeerd is, is het onderzoek naar het fundamenteel belang van Shakespeare, nooit onderzocht in detail. In deze studie onderzoekt de auteur de invloed van Shakespeare en het Elizabethaanse theater op  Wagners denken. Reeds als  jongen van 13, componeerde Wagner zijn eerste overlevende werk “Leubald”, dat  een compilatie was  van maar liefst negen verschillende Shakespeare toneelstukken. Tien jaar later, verwerkte hij Shakespeare’s  Measure for Measure” tot een door het ideeëngoed van Das Junges Deutschland geïnspireerde opera, “Das Liebesverbot”. Het derde hoofdstuk is gewijd aan  Wagners esthetiek en de aanwezigheid van  Shakespeare in de theoretische geschriften van Wagner, terwijl het vierde hoofdstuk, Die Meistersinger voor de eerste keer voorstelt als een wedergeboren Shakespeare comedy, naar het voorbeeld van A Midsummer Night's Dream.

– Tobias Janz – Klangdramaturgie

Wie naar Wagners muziekdrama’s luistert heeft het gevoel dat het orkest en de compositorische behandeling van het orkest, in zekere zin  het hart en de kern  vormen  van het Gesamtkunstwerk (“den Kern und Kristallisationspunkt seiner Idee des Gesamtkunstwerks”). Het orkest is het medium waarmee Wagner  in staat was om zijn creatief potentieel ten volle te ontwikkelen, en het is het medium waarin alle draden van de multimediale kunstwerk uiteindelijk samenlopen. Met de centrale positie van het orkest, gepaard gaande met een ingrijpende verandering in de categorieën van muzikale compositie omdat het verschijnsel  geluid beweegt. De studie analyseert de technische en esthetische implicaties van de orkestrale taal van Wagner en hun zeer gedifferentieerde focus op de verschillende functies van het drama: de dramatische spanning personages, subjectieve en objectieve perspectief, vertelling en actie, tijd, ruimte, actie en sfeer.

– Ulrike Kienzle – …. dass wissend würde die Welt!

In dit boek verkent de auteur de filosofische en theologische implicaties van Wagners opera's van Tannhäuser tot Parsifal. Niet alleen in de poëzie, maar ook in de microstructuren van de Leidmotieven en in de macrostructuur van de dramatische vorm. Wagner filosofen zijn vooral Feuerbach en Schopenhauer. Wagners religie is in de eerste plaats het christendom, weliswaar almaar kritischer beschouwd, en later de ethiek van het boeddhisme, dat hem werd ingegeven door Schopenhauer. In Parsifal probeerde Wagner het christendom en het boeddhisme te verenigen tot een synthese – een belangrijke mijlpaal in de interreligieuze dialoog, die vandaag de dag  weer bijzonder relevant is. In dit boek zijn de hoofdstukken:

Wagners Philosophen – Wagners Religion – Musik als Sprache des Unsagbaren: Musikästhetische Konzepte der Frühromantik und ihr Weiterwirken bei Richard Wagner – Gibt es einen weiblichen Ton in der Musik Richard Wagners? – Die Musikdramen – Venus – Maria – Elisabeth: Wagners weibliche Trinität im Tannhäuser – Der vertriebene Gott: Über Glaube und Zweifel im Lohengrin – Freiheit – Wahrhaftigkeit – Liebe: Der Ring des Nibelungen – Von Feuerbach zu Schopenhauer: Wagners philosophischer Paradigmenwechsel – Tristan und die Philosophie des Todes – Nürnberg als Wille und Vorstellung: Auf Schopenhauers Spuren durch die Welt der Meistersinger – Die Religion des Parsifal – Ausblicke – Das große dionysische Fragezeichen: Wagner und Nietzsche. Die Geburt der Tragödie und der Abschied vom Pessimismus – Bayreuth als ästhetische Utopie.