In het jaar 1759 overleed Händel. Friedrich Schiller werd geboren en de broers Haydn componeerden elk hun eerste symfonie. Dat jaar scheerde een komeet langs de aarde. Daardoor werd het een bijzonder jaar. Het werd nl. een jaar waarin het denken van de mens veranderde. Paul Frentrop schreef daarover een boek. Een heel onderhoudend boek. Zeker lezen.

In het jaar 1759 overleed Händel. Friedrich Schiller werd geboren en de broers Haydn componeerden elk hun eerste symfonie. Dat jaar scheerde een komeet langs de aarde. Daardoor werd het een bijzonder jaar. Het werd nl. een jaar waarin het denken van de mens veranderde. Paul Frentrop schreef daarover een boek. Een heel onderhoudend boek. Zeker lezen.

“De vurige streep aan de hemel liet iedereen zien dat alles wat gebeurde voorspeld kon worden. Dat luidde het einde in van het brede geloof in wonderen en magie.” Met deze zin op de achterflap van het boek wil de uitgeverij Prometheus  aanzetten tot lezen. Terecht. Want wat dan volgt, is een uitermate boeiend verhaal, een vertelling over de Verlichting en het reilen en zeilen van haar protagonisten.

Voltaires genie kwam bvb. pas echt tot zijn recht vanaf 1759 lezen we, toen zijn “Candide” verscheen. Want pas vanaf dat moment trok hij ten strijde tegen kerk en bijgeloof. Adam Smith publiceerde in 1759 zijn “Theory of Moral Sentiments”, waarin hij emoties aanwees als verklaring voor menselijk gedrag. Paul Frentrop laat zien wat de makers van de Verlichting bezielde en hoe het denken van de mens blijvend veranderde in dat ene jaar 1759. Niet dat het een boek is over muziek, maar zijn boek biedt wel schitterende achtergrondinformatie bij de muziek en de kunst van de vijftiger en zestiger jaren van de 18de eeuw.

Decennia van muzikale controverse

Claude Balbastre componeerde toen zijn ‘Pieces de Clavecin’ als damesportretten, Rameau schreef zijn brief aan dansmeester Filippo Beccari over ‘l’ordre des rapports harmoniques et Arithmétiques et les moyens donnés en Géométrie, pour en reconnaître les proportions’,   Agricola volgde Graun op als operadirecteur van Frederik de Grote, Giacomo  Perti, de leermeester van Giuseppe Torelli en Giovanni Battista Martini overleed op 95-jarige leeftijd en Tommaso Traëtta werd hofcomponist van hertog Filips de Bourbon in Parma. Eberlin, Gluck en Gassmann oogstten successen met hun opera’s, W.F. Bach componeerde zijn ‘Stücke für Spieluhr’ en François Joseph Gossec componeerde zijn ‘Sei sinfonie a più stromenti’. Paisiello componeerde zijn eerste intermezzi voor het theater van het Conservatorio di S. Onofrio in Napels en Leopold Mozarts ‘Versuch einer gründlichen Violinschule’ was in 1759 drie jaar oud, net als zijn zoontje Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus, die hij een jaar later zijn eerste muziekles zou geven…

De jaren ‘50, ’60 en ’70 van de 18de eeuw waren decennia van muzikale controverse. In het jaar 1759 zaten we volop in de overgangstijd tussen de buffonistenstrijd over de prioriteit van de Franse of de Italiaanse opera en de discussie tussen  Piccinisten en Gluckisten van de jaren ‘70. De opvoering van Pergolesi's intermezzo ‘La serva padrona’ op 1 augustus 1752 door het Italiaanse operagezelschap onder leiding van Eustachio Bambini in de Parijse Académie royale de musique, zat nog fris in het geheugen. Het zou wachten zijn tot de ontknoping van de voor de Franse opera ijverende ‘Coin du Roi’ en de progressieve, de Italiaanse opera verdedigende ‘Coin de la Reine’ om voorgoed paal en perk te stellen aan de tweespalt binnen de oude, aristocratische theatermuziek. De getoonzette toneelstukken van Beaumarchais speelden daarbij een cruciale rol.

Tot de verdedigers van de Italiaanse opera behoorden de Encyclopedisten Diderot, d'Alembert, Jean-Jacques Rousseau en Baron von Grimm. Een paar jaar eerder had Rousseau nl. zijn ‘Lettre sur la musique françoise’ geschreven. Sinds die brief nam de ‘Coin de la Reine’ duidelijk stelling in vóór de Italiaanse muziek omdat Rousseau in zijn brief de Franse muziek het vermogen had ontzegd om adequaat, zacht, klankvol en harmonisch te klinken… Opéra comique versus tragédie lyrique, in het Frans of in het Italiaans ? Een leuke, animerende discussie.

Rousseau die de eenvoud van de Italiaanse muziek verdedigde, was ondertussen teruggekeerd naar het protestantisme. Hij  vestigde  zich in Montmorency met zijn vriendin Levasseur, zat in het tuinhuisje van Louise d'Epinay, begon een verhouding met haar nicht Sophie d'Houdetot en werd bevriend met Karel II van Montmorency, de hertog van Luxembourg en vooral met zijn vrouw Madeleine-Angélique, waardoor hij op zijn donder kreeg van de dames madame Épinay en gravin d'Houdetot. Heerlijk.

Het was immers de tijd van pasteltinten, exotisme, geïdealiseerd landleven, imitatie van vogelgezang, stucwerk en lambrisering, marqueterie, fineer en lakwerk, piëtistische gebedsmuziek naar mathematische principes, een deterministische wereldbeschouwing met een rotsvast vooruitgangsgeloof, uniformiteit van decoratie, porselein, zilver- en glaswerk, muzikale ornamentiek als kantwerk en vocale melismen in spiraalvorm.

Padre Polcano bracht de tien jarige Cimarosa de beginselen van de muziek bij en William Boyce begon als Master of the King’s Musick stilaan te denken aan welke muziek hij zou componeren voor het huwelijk en de kroning van George III. Engeland  bloeide onder de Whig-regeringen van de broers  Pelham, Engelsen verdreven Fransen in Canada, de ‘Vereenigde Oostindische Compagnie’ vestigde haar macht in Nederlands-Indië, boeken van Helvétius en Voltaire werden publiek verbrand! en een nooit eerder geziene alliantie van Hannoveriaanse, Hessische, Brunswijkse en Pruisische troepen versloeg de Fransen bij Mons. Rameau was druk aan het schrijven aan het vervolg op zijn  ‘Traité de l'harmonie réduite à ses principes naturels’ en zijn ‘Nouveau Système de musique theorique’, Boccherini was cellist in het hoforkest in Wenen, Sammartini legde in zijn derde scheppingsperiode (1759-1774), mede de basis voor de Klassieke stijl en de ‘kaiserlicher Generalfeldmarschall’, Prinz und Regent Joseph von Sachsen-Hildburghausen, ontdekte het talent van de jonge Ditters von Dittersdorf.

Veertien essays

In veertien essays leest u over de historische achtergrond van dit alles. U ontdekt Palitzsch, Montagu en Tronchin. Frentrop neemt u mee naar de bossen van Ohio en naar Fort Orenburg aan de Oeral, woudlopers nemen u mee over de Grote Meren in Canada om bont te kopen, en u reist op rivierboten naar Kazan. We zijn in het gezelschap van Diderot in Langres, in het huis van D’Holbach aan de Rue Royale in Parijs, we lezen over de theorieën van Locke en Hume over de ziel en moraal, en over  de kalkoen en de experimenten met bliksem van Benjamin Franklin, wiens beeltenis op de duur op snuifdozen en  koekentrommels zou komen te staan.

U leest over de geloofsperikelen van Voltaire, het porselein van Sèvres in concurrentie met het aardewerk van Wedgwood en over de anatomische tekeningen van Jan Wandelaar die dat jaar overleed. U leest over de groeiende, Chinese bevolking en over de rol die een artikel over een uit Amerika ingevoerde plant die wij kennen als de aardappel van apotheker Parmentier daarbij speelde.

Frentrop heeft het  over klokken en automaten en meer in het bijzonder over de reis naar Spanje van de zoon van klokkenbouwer Beaumarchais, u leest over de Slag in de delta van de Ganges tussen een legertje van de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie en troepen van de British East India company, en u kan zich ten slotte  door het laatste essay over Mekka en Medina, oneindig vragen beginnen stellen over de plaats die fanatisme reeds toen innam binnen de technologie van het Europees Vooruitgangsdenken.

Paul Frentrop (°1954) is sedert 2011 hoogleraar corporate governance & capital markets aan de Nyenrode Business Universiteit in Breukelen in de provincie Utrecht. Hij publiceerde onder meer ‘De geschiedenis van Corporate Governance’, de veelgeprezen biografie van de Nederlandse neurochirurg en topman van het uitgeversconcern Elsevier, Pierre Vinken ‘Tegen het idealisme’ (Vinken had een aversie tegen de metafysica van Plato, ik ook), en ‘Vrouwenlogica’ en ‘Mannenlogica’, die beide laatste uitgegeven bij Bert Bakker.

Voor mijn part mag Frentrop nog twintig dergelijke boeken schrijven want in elk decennium is er wel een jaar te vinden waarin mensen te veel de fouten van het verleden herhaalden en weigerden te luisteren naar hen die tekenden voor   welvaart en vooruitgang. Dit is een magnifiek boek, dit is een boek dat u zeker, zeker moet lezen.