***** Zou u iets kunnen zingen uit ‘Robert le Diable’, ‘Le Prophète’, ‘L’Africaine of ‘Les Huguenots’? Neen ? Dan kan dit boek uitgegeven door Parthas Verlag in Berlijn misschien een eerste stap zijn om Meyerbeers grandioze opera’s te (her)ontdekken. Want ooit was hij de beroemdste operacomponist van zijn tijd die nota bene elke herfstperiode bij ons in Spa kwam kuren.

***** Zou u iets kunnen zingen uit ‘Robert le Diable’, ‘Le Prophète’, ‘L’Africaine of ‘Les Huguenots’? Neen ? Dan kan dit boek uitgegeven door Parthas Verlag in Berlijn misschien een eerste stap zijn om Meyerbeers grandioze opera’s te (her)ontdekken. Want ooit was hij de beroemdste operacomponist van zijn tijd die nota bene elke herfstperiode bij ons in Spa kwam kuren.

Dr. Reiner Zimmermann (°1941) werkte als lector bij de vooraanstaande muziekuitgeverij Peters, was dramaturg bij de ​​Dresdense Musikfestspielen en was van 1991 hoofd van de afdeling Kunsten van het Saksisch ministerie van Wetenschap en Kunst in Dresden. Hij was tevens redacteur van de uitgave van tal van composities van Franse componisten. In 1989 schreef hij reeds in Musik und Gesellschaft ‘Komponist extremer Wirkungen – Zum Leben und Schaffen Giacomo Meyerbeers’. Nu is zijn bijzondere Meyerbeer biografie aan een tweede oplage toe.

Jakob Liebmann Meyer Beer

Niet dat Giacomo Meyerbeer, eigenlijk Jakob Liebmann Meyer Beer (1791-1864), een Franse componist was maar zijn naam is ontegensprekelijk verbonden aan het Parijse, historische operagenre, de Grand Opéra. Vandaar dat Reiner Zimmermann, als specialist van Franse muziek, zijn keuze liet vallen op Meyerbeer. Wie ooit, misschien wel n.a.v. het lezen van mijn eigen boek ‘Eros & Thanatos in het fin-de-siècle-Wenen’, ‘Der Garten der Erkenntnis’ heeft gelezen van Leopold Freiherr Ferdinand von Andrian zu Werburg, zal misschien niet geweten hebben dat hij een prachtverhaal las van de kleinzoon van Meyerbeer. Leopold von Andrians moeder Caecilie was nl. één van de dochters van Giacomo Meyerbeer. De Joodse Suikerfabrikant Jakob  Herz Beer en zijn nog Joodser echtgenote Amalie Wulff hadden vier zonen: Wilhelm, Michael, Jakob en het zorgenkind Heinrich dat men Hanns noemde.

Klavierwunderkind

Het gezin was intellectueel en artistiek uitermate ontwikkeld en bewoonde een luxe villa in Tiergarten/Berlijn. De kinderen kregen les van privé leraren die behoorden tot de Haskalah, de zeer geleerde Jüdischen Aufklärung (Joodse Verlichting) en die volgelingen waren van Moses Mendelssohn, de grootvader van de componist. De  oudste zoon Jakob, net niet geboren in een koets, was zeer muzikaal. De Moravische pianovirtuoos Franz Lauska, pianoleraar van de Pruisische koninklijke familie en occasioneel ook Muzio Clementi gaven hem als kind pianoles. Het kind trad op als Klavierwunderkind en compositieles kreeg hij van de plaatselijke kapelmeester Carl Friedrich Zelter en samen met Carl Maria von Weber, van abbé Vogler in Darmstadt. Vanaf 1810 ondertekende de 19 jarige in het kader van de Joodse geconfirmeerde integratie in Pruisen met Meyerbeer (cfr. Mendelssohn-Bartholdy).

Gevierde operacomponist

Na een eerste opera ‘Jephtha’, ging Meyerbeer naar Wenen om bij Antonio Salieri te studeren. Hij componeerde een tweede opera ‘Die beiden Kalifen’ en trok in 1814 en 1815 naar Parijs en Italië. Daar componeerde hij opera’s die bewerkt werden door Rossini. Het waren opera’s voor Padua, Turijn, Venetië en Milaan, ‘Emma di Resburgo’, ‘Margherita d'Anjou’, ‘Il crociato in Egitto’, Romilda e Constanza, ‘La Semiramide riconosciuta’, ‘L'esule di Granada’ en ‘Almansor’. In Parijs begon in 1831 de samenwerking met Eugène Scribe, die voortaan voor Meyerbeers opera’s de libretti zou schrijven. Meyerbeer werd door Friedrich Wilhelm III, de zeer muzikale en zelf componerende koning van Pruisen, aangesteld als dirigent van de Berlijnse opera in opvolging van Spontini en werd de meest gevierde operacomponist van zijn tijd. Hij huwde in 1826 met zijn nicht Minna Mosson en werd vader van twee zonen die als baby overleden en drie dochters. De vrijmetselaar, chevalier de la Légion d'honneur en membre de l'Institut de France kreeg 150 jaar geleden een indrukwekkende rouwplechtigheid in het Gare nu Nord in het Parijs waarna zijn stoffelijk overschot vertrok om bijgezet te worden op het Joods kerkhof aan de Schönhauser Allee in Berlijn.

Rijke operawereld

Berthe en Jan van Leiden, het drama rond Valentine en Raoul tegen de achtergrond van de Bartholomeusnacht, Robert en Bertram bij zingende monniken in de kathedraal van Palermo, het zijn maar enkele personages en beelden uit de rijke operawereld van Meyerbeer. Is die wereld u niet of te weinig bekend, moet u zeker Zimmermanns boek lezen. Na de gebruikelijke Einleitung volgen twaalf hoofdstukken waarin het leven van het operagenie, chronologisch en in detail maar heel overzichtelijk wordt verteld. Zimmermann beschrijft Jakobs Kindheit in Berlin 1791-1810, zijn Lehrzeit bei Abbé Vogler 1810-1812,  zijn Reisen nach Wien, Paris und London 1813-1816 en naar Italien 1816-1824.

Dan komen zijn eerste twee meesterwerken aan bod ‘Robert-le-Diable’ (1825-1831) en ‘Les Huguenots’ (1832-1836), gevolgd door een Exkurs: Drei deutsche Meister, over de verachtelijk kritieken op de zogenaamde Franzosenfreund Meyerbeer door Schumann en Wagner. Na ‘Romanzen’ (Meyerbeer was ook een heel belangrijk Liedcomponist) en zijn tijd als Preuβischer Generalmusikdirektor (1842-1846), komen zijn andere opera’s aan bod, ‘Le Prophète’ (1837-1849), ‘L’Etoile du Nord, Dinorah’ (1849-1859) en als epiloog ‘L’Africaine/Vasco de Gama’ (1837-1865). ‘L’Africaine’ werd trouwens na het overlijden van Meyerbeer voltooid door onze eigenste François-Joseph Fétis uit Bergen.

Biografie en informatie

De biografie bevat naast het volledig levensverhaal ook tal van informatie over het cultureel en maatschappelijk leven in Parijs en Berlijn in de eerste helft van de 19de eeuw. Daarnaast geeft het boek ook een mooi beeld van het belangrijk aandeel van Joods geconfirmeerde kunstenaars, musici en geleerden (Reformjuden) in het Duits ontwikkelingsproces van de 19de eeuw. Zo componeerde Meyerbeer bvb. ‘Das Königslied eines freien Volkes’, ‘Des Teutschen Vaterland’, ‘Dem Vaterland’ (‘Heil dir im Siegerkranz’) en verschillende marsen en een Festhymne voor de Pruisische koning.

Moge dit boek bijdragen tot de herontdekking en de herwaardering van één van de grootste operacomponisten aller tijden, tot de uitvoering en opname van zijn andere composities (Pianoconcerto -1811 en zijn Kantaten bvb.) en moge dit boek dan ook de eerste stap zijn tot herontdekking van de Duitse Opera van de eerste helft van de 19de eeuw in het algemeen, essentieel om Wagner te begrijpen. Een zeer verrijkend boek, een enorme aanrader. Zeker lezen.