Wie schreef het Requiem van Mozart? Niet de titel van het boek is provocerend, wel het antwoord. Weinigen willen het weten, en nog minder zullen het geloven, maar Pieter Bergé is er zeker van: alleen de eerste vijf minuten van diens Requiem heeft Mozart zelf volledig afgewerkt. Meer nog, van de laatste vier delen heeft hij geen enkele noot zelf gecomponeerd.  

Hoe kom je nu bij zo’n bewering. Wel, het is geen bewering. Het blijkt, na grondig en langdurig wetenschappelijk onderzoek, een vaststaand feit! En Bergé beschrijft van naaldje tot draadje, als het ware met het oorspronkelijke manuscript in eigen hand, het hele compositieproces van onvoltooidheid en voltooiing door Mozart … en dertig andere auteurs. Bergé: “Ik was gefascineerd door de weerstand van de mensen om te geloven dat Mozart er effectief zo relatief weinig aan gedaan heeft, door dat spanningsveld tussen de realiteit en dat wat de mensen in het diepste  van zichzelf hopen, namelijk dat dit het ultieme meesterwerk van Mozart is. Met al die troebele verhalen errond wou ik nu eens helderheid scheppen. Die troebelheid fascineerde én stoorde me, omdat je over dat werk heel duidelijk kan zeggen: het zit zus en zo in mekaar.”

Bergé zelf geeft toe dat het puzzelwerk was. Maar het leuke aan het boek is dat je de stukjes puzzel allemaal in het boek vindt en de puzzel zelf mee kan “voltooien”. Eerst zet hij “de feiten, de geruchten en verzinsels” op een rijtje. Daarbij gaat het uiteraard over de “anonieme opdrachtgever” van het werk en de “geheimzinnige bode” die de brief met de vraag bij Mozart afleverde: scènes ons natuurlijk bekend uit de film Amadeus van Milos Forman uit 1984. Maar Bergé plaats die personen en gebeurtenissen in de ruimere context  van hun ontstaan, en gaat ook te rade bij de eerste publicaties in de pers van toen en van Mozarts eerste biografen. Het boek bulkt van bronnenmateriaal uit eerste en tweede hand. En er is dan ook de “Salieri-saga”. Interessant om lezen en weten is dat dit verhaal van Aleksandr Poesjkin komt. Hij schreef in 1830 een toneelstuk over Mozart en Salieri. Wat op zijn beurt opgepikt is door de Britse auteur Peter Schaffer en de basis was voor het scenario van Amadeus van regisseur Milos Forman. Veel verzinsels dus, inclusief de zogenaamde “moord” op Mozart door Salieri. De” feiten” in dit deeltje van het boek gaan dan over  de concrete gegevens en hoe dat in zijn werk ging: de bestelling van het werk midden 1791, wat toen een  hectische periode was voor Mozart met de première van La Clemenza di Tito en Die Zauberflöte, met tussendoor dus moeten werken aan het Requiem, ziek worden en op 5 december 1791 overlijden. Dat het toen onvoltooid was, daar is iedereen het over eens.

Geldnood

Maar dan komt het  sluitstuk van het boek. Het draagt niet langer de uitdagende titel  “Wie schreef het Requiem van Mozart “ maar “Wie voltooide het Requiem van Mozart”. Dan ruimt de historicus in Bergé plaats voor de professor musicologie aan de KU Leuven. Maar toch eerst dit over die nood aan voltooiing. Dat was vooral van belang voor de immer in geldnood verkerende,  en ondertussen weduwe, Constanze. De helft van het honorarium was betaald bij de bestelling, de andere helft zou pas uitbetaald worden bij de voltooiing. Wie kon dat begonnen Requiem in godsnaam voltooien om Constanze aan haar geld te helpen. “Alleen het Introitus en de koorpartijen en de basso continuo van het Kyrie zijn geschreven door Mozart zelf”, staat in het boek. Constanze deed eerst beroep op Joseph Eybler, een toen erg bekende muzikant. Heel leuk om zien is hoe, volgend op de eerste acht maten van het Lacrimosa in het handschrift van Mozart, Eybler zelf twee maten  toevoegt voor de sopraan en stopt. Conclusie van Bergé: hij kan het niet, en hij weet het. “Wat ik daarom zeer mooi zou vinden”, zegt Bergé “is dat men bij een uitvoering  telkens na de acht maten van het Lacrimosa die Mozart zelf schreef een maat rust zou nemen, zodat je hoort: tot daar is Mozart gegaan, en dat je het gevoel krijgt: hier stopt het en pas dan, na vier tellen verder doorgaan.” Je kan dat in het boek allemaal zelf mee controleren op de pagina’s van het oorspronkelijk manuscript die zijn afgedrukt, ook lege pagina’s van de partituur. En Bergé commentarieert uitvoerig het manuscript, door bijna folio per folio de voltooiingen en de gradaties ervan  te analyseren. Nadien komt natuurlijk ook de meest bekende voltooier aan zet,  Franz Xaver Süssmayer, assistent van Mozart. Het is zijn versie die de standaardversie wordt, maar velen hebben ook zijn invulling bekritiseerd of alternatieven gemaakt. Bergé voert er een kleine dertig ten tonele. En hij vermeldt daarbij ook de remake die Fabrizio Cassol maakte voor Alain Platels Requiem pour  L.. Het Requiem is blijkbaar geen “eeuwige rust” gegund. “Toch vind ik het een prachtig werk, als ik nog maar vier maten hoor, dan ontroert me dat enorm. Ik vind Mozart een ongelooflijk ontroerende componist. Waar ik me het meest aan erger, is dat mensen Mozart een lichtvoetige componist vinden. En oké, dat is er ook, maar er zit vooral een ongelooflijke diepgang in al wat hij schrijft”, zegt Pieter Bergé.

Als appendix geeft de musicoloog voor de diehards nog van het hele werk, van Introitus tot Communio, een luisteranalyse mee, aangevuld met audio- en videofragmenten die je met een QR-code kan uitlezen. Op de vraag wie nu eigenlijk het Requiem van Mozart schreef, kan je – met dit boek in de hand – alleen nog antwoorden: Pieter Bergé! Hoe Mozart het zélf zou gedaan hebben, zullen we nooit weten en blijft een mysterie.


  • WAT: Wie schreef het Requiem van Mozart?
  • WIE: Pieter Bergé
  • INTERVIEW: dinsdag 20 november 2018
  • UITGEVERIJ: Amsterdam University Press, 2018, Amsterdam (ISBN 978 94 6372 690 0)
  • FOTO: KU Leuven – Rob Stevens