Het moest een fijn geïllustreerde muziekgeschiedenis voor kinderen zijn. Dat was de vraag van de uitgever. Maar bij nader toezien is dat niet helemaal het geval. Het is geschreven voor “alle liefhebbers” die jong van geest zijn, laat auteur Pieter Bergé weten. Hij maakte samen met Yule Hermans een ‘groenboek’ opgedeeld in 100 (hoofd)stukjes.

Van bij het eerste “stukje” lees je hier een wetenschapper – de auteur doceert muziekgeschiedenis aan de KU Leuven. Maar dan wel een wetenschapper die smakelijk kan vertellen. Het is ver zoeken naar grote woorden en geleerde termen. De titel van het eerste stukje? “Van heel lang geleden tot overmorgen …”. Het lijkt wel een sprookjesboek dat we beginnen lezen. En zo oogt het ook, met die prachtig frêle illustraties van Yule Hermans erbij: werkelijk op élke pagina staat er een geïnspireerde tekening. Maar vergis je niet, je komt wel heel veel te weten over die alomtegenwoordige werkelijkheid die muziek in ons leven toch is, op onze aarde, in de natuur. De auteur maant ons van bij het begin van zijn muziekgeschiedenis aan te luisteren: “Luister maar eens hoe anders sneeuw klinkt dan hagel, hoe het geritsel van een den verschilt van dat van een berk …”. Kijk, daar word ik wild van, van iemand die zijn zintuigen gebruikt én die van zijn lezers wil aanscherpen.

Wat ik er ook zo goed aan vind, is dat hij niet enkel namen rondstrooit van de componisten die we dagelijks op Klara horen, maar ook van hen die we daar zelden horen: die van nu of van gisteren pas. En hij doet dat alsof het de normaalste zaak van de wereld is, quod non! Daarom is het zeker nuttig de Spotify-afspeellijst die bij het boek hoort (de uitgebreide, met 500 werken ! of de “top 100”) in je Spotify-bibliotheek te importeren voor je begint te lezen en YouTube bij de hand te hebben. Doen jongeren toch. De auteur suggereert de lezer(tjes) ook Google, om een en ander uit te proberen op een app-instrument (of een echt instrument). “Laat je maar es lekker gaan”, is zijn advies, “knutsel eens zelf een heel persoonlijk stukje muziek in elkaar.”

Meer inzicht dan geschiedenis

Toch is er plaats voor de traditionele indeling: met Middeleeuwen, Renaissance, Barok, Klassiek, Romantiek. Maar het doet vooral deugd zoveel pagina’s te lezen over de 20ste en 21ste eeuw, jazz en popmuziek inbegrepen. Maar een droge opsomming van namen en data is het zeker niet geworden. Alles wat je ooit in dikke boeken met moeilijke woorden en lange hoofdstukken over muziekgeschiedenis – met veel moeite – gelezen hebt, zit hier bijna argeloos en ongekunsteld gebundeld in een ongemeen toegankelijke taal. Het zijn bijna 100 “columns”die je leest: ludiek qua vorm, ernstig qua inhoud. Bovendien geeft het boek je meer inzicht dan geschiedenis, en dat is zonder twijfel een grote plus. Ook wordt elk ‘moeilijk’ woord (metronoom is het eerste wat ik tegenkom) vakkundig uitgelegd, tussen de lijnen door of in aparte randvakjes: concerto (oké da’s makkelijk) maar ook consonant en dissonant, én moeilijke zoals dodecafonie of aleatorisch, alles helder en verstaanbaar. Je krijgt de indruk dat hij het allemaal al tegen zijn (klein)kinderen verteld heeft, zo losjes en vlot lijkt het uit zijn pen te vloeien of op zijn laptop ingetoetst. En hij vindt ook heel beeldige metaforen en vergelijkingen. Eén van de leukste? Over die operadiva’s met langdurige stervensaria’s: “Als de zieke longpatiënte haar stuk zingt, moeten we ons geen zorgen maken over haar longen, maar moeten we gewoon luisteren naar haar ziel.” Niet alleen mooi, maar ook juist. Hoe beschrijft hij het impressionisme in de muziek? “Het is alsof je naar de wereld kijkt met tranen in je ogen” en volgens hem zijn de soms pittige teksten van de madrigalisten probleemloos te vergelijken met de recht-voor-de-raap taal van de rappers van nu.

Eén (overkomelijk) bezwaar …

Eén “bezwaar” toch: tijdens het lezen is het boek een paar keer uit mijn handen gegleden. Niet omdat ik in slaap viel. Integendeel, het houdt je wakker! Maar zwaar voor een  kinderhand. Een handboek voor tieners op de middelbare school dan? Even toch een veeg uit de pan voor ons onderwijs. Hij gaat akkoord met de focus op wetenschappen en talen, maar er is té weinig oog voor de kunsten. Kon niet uitblijven in een boek hoofdzakelijk bestemd om tieners leergierig te maken voor muziek. Het staat in een klein stukje over “muziek op school”, mét ook een verwijzing naar de bijna vergeten Carl Orff en zijn leermethode om zelf muziek uit te vinden én om samen te spelen … als oefening om samen te leven. Naar school dus met dat boek!

Illustratice Yule Hermans heeft met een bijna onbegrensde verbeelding op elk van die pagina’s een toepasselijke prent getekend. Zonder meer een krachttoer. Rank en slank, in een simpel of complex beeld samenvattend wat de auteur op dat blad vertelt. Zo helder als hij schrijft, zo transparant tekent ze. En per muziekperiode koos ze voor een andere inkleuring van haar ragfijne tekeningen: rood, geel, blauw en natuurlijk ook groen. Want: “Hoe groen klinkt een gitaar” dan wel? Dat legt Bergé uit in een van zijn stukjes over muzikale begrippen, het begrip klankkleur. In dat korte hoofdstukje met diezelfde bevreemdende titel beweert hij dat muziek een kleurenspel is. En de aandacht voor klankkleur en nieuwe timbres in de muziek neemt alsmaar toe. “Om het in kleuren te zeggen: gewoon groen volstond niet meer, een componist moest andere tinten zoeken: gifgroen, smaragdgroen, olijfgroen, mosgroen, tot Granny Smith groen en appelblauwzeegroen”.

Ziezo. Nu weet je het. Zoek je nog meer kleur in de muziek, dan is dit boek je ideale gids. En zoals veel muziek die besproken wordt, is dit boek meeslepend geschreven: vol “spanningsbogen” met verrassende “oplossingen”. Ik heb met veel plezier een boek gelezen (en veel geleerd ) dat zonder twijfel ook met veel plezier geschreven is. Een geschiedenis die zowel kinderen, tieners als volwassenen moeiteloos kunnen lezen en er in verdwalen. Het is trouwens een aanrader van Bergé: “Wil je echt binnendringen in de muziekwereld, doe het niet in de juiste volgorde, je kan maar beter alle tijdperken tegelijk ontdekken.” Doen!


  • WAT: Hoe groen klinkt een gitaar? En 99 andere dingen die je moet weten over klassieke muziek
  • WIE: Pieter Bergé, met illustraties van Yule Hermans
  • UITGAVE: Lannoo, 2019
  • COVER: © Lannoo