Uitgeverij Hollands Diep gaf de Nederlandse vertaling uit van het boek van Neil Mac Gregor over Duitsland. Het boek is een monument over de wellicht indrukwekkendste cultuurgeschiedenis van Europa.

Cultuurgeschiedenis op zijn best

Neil Mac Gregor vertelt het verhaal aan de hand van mensen, plaatsen, kunstwerken, gebouwen en geschriften. Het gaat over worst, bier en porselein, over schrijvers, schilders en politici, over Goethe, Dürer en Bismarck, over Kant en Gutenberg, over wetenschap, filosofie, muziek, literatuur, kunst, architectuur en industrie. Het boek gat over de drukpers en over de Volkswagen Kever, over het Bauhaus en over Buchenwald. Mac Gregor schrijft over de betekenis van de Rijn en over de taal van Luther, Heinrich Heine, Thomas Mann en de gebroeders Grimm, over de etsen van Dürer en over de cantaten van Bach. Verder heeft hij het over speelgoed, glaswerk, schilderijen en de oorlogsmonumenten van Ernst Barlach. Neil Mac Gregors Duitsland is cultuurgeschiedenis op zijn allerbest. Het is een boek zoals nooit eerder over Duitsland geschreven is.

Akelige woorden

In zijn hoofdstukken vertelt hij op de meest vlot lezende wijze over waar Duitsland nu precies ligt en lag, het hardnekkig verleden, uiteraard over Karel de Grote, het belangrijk jaar 1848: Duitsland op de tweesprong, het legendarisch geworden Made in Germany, dat teruggaat tot de drukker en Dürer, een kunstenaar voor alle Duitsers. Hij heeft het over het wit goud van Saksen, de neergang van Bismark  en de geldcrisis, het wegzuiveren van ontaarde elementen, tot  de poort van Buchenwald. Om ten slotte, uit te monden bij vragen en beschouwingen over zoiets als leven met geschiedenis, een nieuw begin en Duitsland hernieuwd. Bach heeft de ondertussen akelige woorden, in het Duits, op muziek gezet in een cantate die hij heeft geschreven voor de drieëntwintigste zondag na Triniteit (BWV 163), nl. ‘Jedem das seine’. De cantate is voor het eerst uitgevoerd in november 1715 in de Schlosskirche in Weimar, slechts een paar kilometer van Buchenwald…

Naar Luthers Bijbelvertaling

Mac Gregor schrijft dat vandaag de dag, Duitsers de Bijbel gebruiken, hoewel zij nooit een Lutherbijbel hebben gezien of opengeslagen. Zou ik persoonlijk betwijfelen. Maar, enfin. Zonder het zelf te beseffen, schrijft hij, gebruiken ze nl. nog elke dag woorden en uitdrukkingen die daaraan zijn ontleend. Sündenbock en Herzenslust bv., twee van de vele nieuwe woorden die Luther heeft bedacht en die nu deel uitmaken van het standaard-Duits. In de eeuwen die volgden, bouwden verhalenvertellers, ook Goethe, het Duits van Luther uit tot één van de grote literaire talen van de wereld.

Het koraal

Luther initieerde de grote traditie van het koraal, muziek dus die door de kerkgangers zelf kon worden gezongen, en niet door een beroepskoor, zoals daarvoor gebruikelijk was. Net als zijn Bijbelvertaling was dat muziek die bestemd was voor het volk, niet voor een bevoorrechte groep. Luther zelf was niet alleen een begaafd schrijver, maar kon ook met muziek goed overweg, schrijft Mac Gregor, en veel van zijn koralen worden vandaag nog gezongen, vooral ‘Ein feste Burg ist unser Gott’, op basis van Psalm 46.

Het geluid van een hymne

Wat zijn de geluiden van Duitsland? Een cantate van Bach, een symfonie van Beethoven, een opera van Wagner en – verreweg het hardst – het gebrul van de supporters als Duitsland weer eens wereldkampioen wordt? Of is het de betrouwbaar draaiende motor van een Volkswagen Kever, een iconisch product van de naoorlogse Duitse techniek? De tekst van het ‘Deutschlandlied’ is van de hand van August Hoffmann, de melodie is die van de ‘Kaiserhymne’, in 1797 door Haydn gecomponeerd ter ere van de Oostenrijkse keizer. Het Lied, zo schrijft Mac Gregor, gaat dus niet over de heerschappij van Duitsland, maar over eenheid. Vandaag de dag worden de besmette woorden ‘Deutschland, Deutschland über alles’ trouwens niet meer gezongen. Na de Tweede Wereldoorlog bestaat het Duits volkslied nog maar uit één couplet, het derde van het oorspronkelijk gedicht dat Hoffmann schreef. Nu begint het met ‘Einigkeit und Recht und Frieden’.

Het Duitse Praag

In nazi tijd werden Mendelssohn en Mahler, beiden joods, meteen de deur gewezen. Luther en Dürer waren daarentegen veilige voorbeelden. Goethe was een probleem. Toen Kant in 1787 in Königsberg werkte aan zijn Kritik der praktischen Vernunft, met zijn memorabele regel over ‘de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij’, was Mozart op weg naar Praag, zo lezen we. Hij hoopte dat zijn Don Giovanni, die daar in première zou gaan, warm onthaald zou worden en had er alle vertrouwen in dat hij een stad zou aantreffen die min of meer even Duits was als Königsberg. In 1300 was er trouwens al een Duitse wijk in Praag. En meteen vanaf het begin speelde de Duitse gemeenschap al een belangrijke rol in het intellectuele en culturele leven van de stad. Toen de universiteit in 1348 werd gesticht, spraken de meeste docenten en studenten Duits. En toen rond het jaar 1600 Rudolf II, de keizer van het Heilig Roomse Rijk, van Praag zijn residentie maakte, werd de stad opnieuw de intellectuele hoofdstad van de Duitse wereld en trok hij kunstenaars, wetenschappers en astronomen uit heel Europa aan. In de twee eeuwen die volgden, veranderde er in wezen weinig aan de dominante rol die Duitsers in Praag speelden. Dat merkte ook Mozart.

Tristan uit Straatsburg

Straatsburg was dan weer de stad van Gottfried von Strassburg, de auteur van Tristan, een meesterwerk uit de middeleeuwse Duitse cultuur. Strassburg was tijdens de Renaissance een grootse Duitse stad en zorgde voor de economische en intellectuele context. Drukkers en predikers uit de stad hielpen bij de verbreiding van Luthers Reformatie door heel Europa. Hier stelde Herder de bijzondere, levendige aspecten van het Duits te boek. En Goethes lyrische ode aan de kathedraal van Strasbourg was de eerste grote hymne van het Duits cultureel nationalisme.

Rivieren naar het Walhalla

Geen rivier, zelfs de Donau niet, is zo innig verweven met de Duitse verbeelding en zo beladen met culturele, historische en muzikale associaties als de Rijn, schrijft Mac Gregor. De Rijn stroomt vredig langs de plek waar de Lorelei van Heine haar lokken kamt en schippers naar de ondergang voert. De epische reis die Wagner zijn Siegfried laat ondernemen begint op de Rijn.  De anonieme auteur van het Nibelungenlied wordt geëerd met een hoog aan een muur bevestigde plaquette, en onder de bustes van componisten bevindt zich zoals je kunt verwachten, ook die van Wagner, wiens eigen Walhella over de hele wereld veel meer roem heeft verworven dan het gebouw van koning Ludwig. Zijn buste is geplaatst in 1913, drie jaar later gevolgd door die van Bach, een verrassend late toevoeging. Maar het is de moeite waard, zo vervolgt Mac Gregor, om even stil te staan bij een van de latere muzikale gasten: Anton Bruckner. Zijn buste is de enige die tijdens de nazitijd is bijgeplaatst. Hij is hier niet alleen omdat hij een groot componist was, maar ook omdat hij geboren is in het Oostenrijkse Linz. In de omgeving van die stad heeft Hitler, doordrongen van Bruckner, zijn jeugd doorgebracht.

Duits of Frans ?

In het Duits imperium werden Karl der Grosse en zijn paleis in Aken beschouwd als de oorsprong van Duitsland en de Duitse heerschappij over Europa, of in elk geval toch over Midden-Europa. Aan Franse kant beweerde men dat niet Karl, maar Charlemagne de grondlegger was geweest van het Frans koningschap. Dit conflict bleef de hele Middeleeuwen bestaan. In de 18de  eeuw beweerde zelfs Voltaire nog dat Charlemagne een zeer Franse heerser was geweest. Omdat de keizer door de eeuwen heen uit verschillende families werd gekozen, deed ook de kroon de ronde langs een aantal Duitse steden. Maar toen rond het jaar 1500, de Habsburgers hun greep op het keizerrijk hadden geconsolideerd, kwam hij in Neurenberg terecht, waardoor die rijke, machtige Vrije Stad in heel bijzondere zin, een keizersstad werd, het hart van een droomwereld van Duitse harmonie en eenheid. Het was een symboliek waarvan Wagner genoot, zo stelt Mac Gregor.

Duivelse ridder

Als Dürer aan het eind van de 19de eeuw nog geleefd had, schrijft Mac Gregor, zou hij sceptisch zijn krullen hebben geschud als hem was verteld dat Ridder, Dood en Duivel’, de favoriete prent was van Richard Wagner en dat Nietzsche het een uitzonderlijk krachtige voorstelling vond. De prent werd door Goebbels gekaapt voor zijn propagandacampagnes. Na 1945 werd de ridder niet meer gezien als een edele, moedige strijder, maar als een wetteloze roofridder, met de dood en de duivel in zijn spoor. Het zal geen verbazing wekken dat de moderne Duitse kritiek zich nu vooral richt op de creatieve worsteling van die andere prent – ‘Melancholia’. Een boek, rijkelijk geïllustreerd, dat u absoluut, maar dan ook absoluut moet lezen!