Het valt nu nog dagelijks voor, zelfs bij ons in onze hoogmoderne samenleving, ongewenst kind zijn omdat je op een of ander vlak niet beantwoordt aan de droom van vader en/of moeder. Zoiets komt voor in alle lagen van de bevolking. Kolja was zo een kind dat men als een soort vervelende hond afzonderde in een loopren als het ware…

Modest Tsjaikovsky, broer van componist Pjotr Iljits, was onder meer auteur en vertaler van toneelstukken en libretti, maar was niet de hevige zoeker naar vast werk tot daar een uitdaging kwam die hem 18 jaar lang voor een groot deel van de dagtaak zou opslorpen. Een soort luxejob was het die, ondanks de vrijheid en het luilekkerleven dat er mee gepaard ging, zwaarder was dan je meteen zou denken.

Broer Petja zette zich op zijn wijze ook in om Modest zijn taak tot een goed einde te doen brengen en het moet gezegd, het ‘eindresultaat’ van deze ongewone opdracht was en is uniek te noemen met uitzonderlijk goed resultaat. Of het in dank werd afgenomen? Ja, al werd het niet zo klaar uitgedrukt. Net artistieke zielen zijn gevoeliger aan alles wat er beweegt of niet beweegt en ze zijn daardoor ideale personen om een zeer positieve bijdrage te leveren aan de opvoeding van de mensheid.

“Wat was nu die opdracht?”, hoor ik u al denken. De opdracht had een naam: Nikolaj Hermanovitsj Konradi, kortweg Kolja. Het was de achtjarige en enige zoon van schatrijke ouders die vandaag in de moderne bedrijfswereld eigenaars van een holding zouden geweest zijn. De vele bedrijfstakken waar ze in actief waren, waren een bron van grote winsten. Hun zoontje moest vroeg of laat deze bezittingen in beheer kunnen nemen, maar, o wee toch, hoe? Sinds de moeder moest toegeven dat haar ukkepukje doof bleek, was de liefde voor dat kind amper nog bestaande.

Het ventje had een gouvernante, juffrouw Sofia Aleksandrovna Jersjova, en zat er maar te zitten, acht jaar lang tot iemand werd in dienst genomen om hem les te geven. De man die daarvoor gevonden werd was Modest Tsjaikovsky. Hij wist niet wat hij daar zag zitten bij de eerste kennismaking. Nog minder had hij enig idee hoe dit spraakloze en dove kind een woord bij te brengen, te leren lezen, rekenen, spreken, zich uit te drukken. Omdat het kind aan zijn lot was overgelaten leek het een schuchter dier, teruggetrokken in zijn eigen, tot het minimum beperkte wereldje. Een doofstom kind, waar niemand ooit mee communiceerde en dat een kom eten voor de neus gezet kreeg op de grond in een eigen kamer, dat met geen andere kinderen in contact kwam en alleen bij mama op schoot kon zitten om te kijken naar haar handwerkjes – die hij allemaal kende en kon tekenen uit het hoofd (hé was ze dààr verbaasd over!), dat kind moest Modest aan de praat krijgen.

Dankzij het fortuin van de ouders kon Modest zich permitteren met de kleine en zijn gouvernante half Europa af te reizen op zoek naar spraak. Weelde ontbrak het hen niet en de ouders keken gedurende jaren niet meer naar hun kind om. Modest voelde zich zo betrokken dat hij zich als een vader en moeder tegelijk voor het kind ging gedragen. Het was ook een compensatie voor hemzelf in zijn eenzame leven waar de partner die hij wilde niet in mocht. Net als zijn broer Petja, zoals de intiemen hem noemden, was hij homoseksueel. Dit einde 19de eeuw, niet erg toegelaten…

‘Hij ging te ver en tekende zijn doodsvonnis’

Het zou mogelijk de reden zijn van Pjotrs dood, de door de buitenwereld met opzet verkeerd ingeschatte driehoeksrelatie tussen de broers en Kolja vele jaren later, toen Kolja al een jonge volwassen actieve man was die op trouwen stond.

Het boek start bij het hoogdringende bezoek dat Kolja wil brengen aan Petja nadat hij een brief van hem ontving waarvan een dwingende oproep naar voren komt: ‘bezoek mijn broer en mezelf nu meteen’. Kolja liet alles staan voor wat het was en vertrok naar Sint-Petersburg waar hij te laat aankwam: Pjort Iljitsj Tsjaikovsky was zopas overleden. Een hele menigte stond aan de drummen voor het huis om meer nieuws te vernemen. Hier startte voor Kolja een zoektocht naar het wat en hoe van Pejta’s dood. Zo snel…

Ziedaar beste lezers, meer geef ik niet prijs. Het is aan u om het spannende verhaal, de biografisch historische roman ‘Kolja’ van Arthur Japin te lezen. Het is geen gewone literatuur, wel vlot toegankelijk geschreven, geen hoogdravend woordgebruik, iedereen kan het boek eenvoudig volgen. Japin betrekt de lezer zeer visueel, je ziet hoe het kind Kolja les krijgt, je ziet hem krampen hebben in de gezichtsspieren, je voelt zijn pijn, je bent partij van de onkuisheid (die zeer vaag beschreven blijft, maar zo begrijpend, wat het boek nog sterker maakt), je wordt mee boos en je bent deel van de rouwende massa, kortom, de lezer is ‘de vlieg’ die je soms wil zijn om iemand in het oog te houden.

Petja is dus dood. Van cholera. Neen, dàt kan en wil Kolja niet geloven en hij zal de ware toedracht uitvlooien, gebruik makend van zijn doofheid die hij zo goed heeft leren beheersen en die niemand nog opmerkt in een gesprek. Slaagt hij er in? Wees mee de dedective. Want ja, eigenlijk is deze biografisch historische roman ook een dedective.

Laat het zweet je uitbreken en stel met verstomming vast hoe Arthur Japin in de persoon van Kolja misschien wel de meest mogelijke doodsoorzaak van Ruslands beroemdste componist opheldert. Wat een boek toch !


  • WAT: Kolja
  • AUTEUR: Arthur Japin
  • UITGEVERIJ: De Arbeiderspers, ISBN 978 90 295 0991 8 / NUB 301
  • Bekijk, en vooral, beluister even de Grand Pas de Deux met andere ogen en oren die wéten waar Tsjaikovsky het hier mogelijk over heeft: de verboden grote liefde waar hij zo naar verlangt. Dan besef je dat hij eigenlijk liever twee mannelijke dansers aan het werk zag. Een drama destijds…