Ignace Bossuyt schreef een boek over de oratoria van vader Alessandro Scarlatti. Het is alweer een boeiende en vlot lezende voorstelling geworden van prachtige muziek die vandaag grotendeels herontdekt wordt.

Van Palermo naar Napels
Scarlatti werd geboren in Palermo, toen een deel van het Koninkrijk Sicilië. Hij zou een leerling van Giacomo Carissimi in Rome geweest zijn. De productie in Rome van zijn opera Gli Equivoci nel sembiante (1679) kreeg de steun van koningin Christina van Zweden die op dat moment in Rome woonde. Alessandro werd haar Maestro di Cappella. In 1684 werd hij kapelmeester van de onderkoning van Napels, wellicht door de invloed van zijn zuster, een operazangeres, die de minnares was van een invloedrijke Napolitaanse edelman. Boeiend. In Napels componeerde hij occasionele muziek en een reeks opera’s, opmerkelijk door hun spreekvaardigheid en expressiviteit.
Medici en Orttoboni
In 1702 verliet Scarlatti Napels en kwam niet terug tot de Spaanse overheersing werd vervangen door de Oostenrijkse. In die tijd genoot hij de bescherming van Ferdinando de ‘Medici, voor wiens eigen theater in de buurt van Firenze hij opera’s componeerde, en van kardinaal Ottoboni, die hem tot zijn kapelmeester maakte. In 1703 kreeg Alessandro een soortgelijke functie aan de Basilica di Santa Maria Maggiore in Rome.
Meesterwerken in Rome
Na een bezoek aan Venetië en Urbino in 1707, nam Scarlatti zijn ambt in Napels opnieuw op en bleef daar tot 1717. Het was daarentegen wel in het Teatro Capranica in Rome dat hij enkele van zijn mooiste opera’s (Telemaco, 1718; Marco Attilio Regolo, 1719; La Griselda, 1721) kon brengen, en het was eveneens in Rome dat hij nobele exemplaren van kerkmuziek, waaronder een mis voor koor en orkest, gecomponeerd ter ere van Sint Cecilia voor kardinaal Acquaviva componeerde. Zijn laatste grote compositie was de onvoltooid gebleven Serenata voor het huwelijk van de prins van Stigliano in 1723. Alessandro Scarlatti stierf in Napels in 1725.
Synthese van de muzikale barok
Ignace Bossuyt schreef met dit boek de allereerste monografie in het Nederlands over Alessandro Scarlatti (1660–1725), één van de productiefste en veelzijdigste componisten van vocaal religieuze muziek van de Italiaanse hoog-barok. Zijn zoon Domenico (1685–1757), de componist van meer dan 500 sonaten of essersizi voor klavier, is bekender. Vader Scarlatti was evenwel tijdens de overgang van de 17de naar de 18de eeuw, één van de vernieuwende en creatiefste componisten van opera’s, oratoria en cantaten. In deze composities kwamen vocale lyriek en dramatiek tot een hoogtepunt. Ze vormden de afsluiting en een briljante synthese van een tijdperk, dat terugging over de evolutie van het madrigaal heen, tot Lassus.
Politieke en religieuze achtergrond
In zijn boek “De oratoria van Alessandro Scarlatti (1660–1725), Meesterwerken uit de Italiaanse barok” beschrijft de auteur vader Scarlatti’s leven tegen de turbulente politieke en religieuze achtergrond van zijn tijd. Bijzonder interessant en bevattelijk. Op een voor iedereen toegankelijke wijze introduceert hij dan de lezer/luisteraar in de schitterende wereld van Scarlatti’s oratoria. Die worden nl. omwille van hun hoge muzikale en dramatische kwaliteiten, vandaag geherwaardeerd.
Latinum en volgare
Na de boeiende vertelling van Scarlatti’s leven, onderverdeeld in vijf perioden, 1660-1672 in Palermo, 1672-1684 in Rome, 1684-1702 in Napels, 1703-1708 opnieuw in Rome en 1708-1725 opnieuw in Napels, volgt het historisch overzicht van de ontwikkeling van het oratorium in het Italië van de 17de eeuw, de beschrijving van de vernieuwingen van de vroegbarok en de voorgeschiedenis. Het oratorium werd in de barok beheerst door twee genres, schrijft Bossuyt, het oratorium latinum van Giacomo Carissimi (1605-1674) en het oratorio volgare in de volkstaal van Alessandro Stradella (1644-1682).
Bespreking van 9 oratoria
Het tweede grote deel van zijn boek gaat dan specifiek over de verhalen, de personages, de muziek en de teksten van oratoria van Alessandro. In dit deel bespreekt de auteur met telkens de vermelding van een opname, de oratoria Passio Domini nostri Iesu Christi secundum Iohannem (ca. 1680), Agar et Ismaele esiliati (1683), Il trionfo della gratia overe La conversione di Maddalena (1685), La Giuditta (1693), Davidis pugna et victoria (1700), San Filippo Neri (1705), over de stichter in Rome van de broederschap der oratorianen (Confederatio Oratorii Sancti Philippi Nerii), Sedecia Re de Gerusalemme (1705), La Colpa, il Pentimento e la Grazia per la Passione di Nostro Signore Gésù Cristo (1708) en als laatste, met notenvoorbeelden, Il primo omicidio (1707), over de eerste broedermoord in het boek Genesis. De Latijnse en Italiaanse teksten zijn telkens voorzien van de Nederlandse vertaling. Warm aanbevolen.