“Op de binnenplaats van een appartementsgebouw in Wenen, waar in 1824 het gebouw “Zur schönen Slavin” stond, trof ik in november 2004 een stel stinkende, overvolle vuilnisbakken aan.” Met deze zin begint één van de mooiste boeken, ooit geschreven over muziek.

“Op de binnenplaats van een appartementsgebouw in Wenen, waar in 1824 het gebouw “Zur schönen Slavin” stond, trof ik in november 2004 een stel stinkende, overvolle vuilnisbakken aan.” Met deze zin begint één van de mooiste boeken, ooit geschreven over muziek.

In 2010 publiceerde de prestigieuze uitgeverij Random House, een boek over de cultureel-historische achtergrond van Beethovens negende symfonie. Dit boek is nu uit het Engels in het Nederlands vertaald en ligt voor u in de boekhandel. Geen muzieknoten, geen technische analyse met vaktermen, maar een voor iedereen toegankelijk en vlot leesbaar boek, vol heel interessante informatie over Beethovens leven, Beethovens muziek,  Beethovens tijd, en nog zo veel meer. Een absolute, absolute must.

Harvey Sachs (°1947) is in de Verenigde staten een autoriteit op het gebied van klassieke muziek. Hij is daar in de eerste plaats bekend door zijn werk over Toscanini. Deze legendarische, Italiaanse dirigent kreeg in 1908 een aanstelling aan de Metropolitan Opera in New York en na de Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk, zegde hij zijn optredens in Salzburg af en emigreerde voorgoed naar de Verenigde Staten. Sachs schreef de standaardbiografie over Arturo Toscanini, schreef essay’s over Toscanini en gaf de brieven uit van Toscanini, “Toscanini, Philadelphia & New York”: J. B. Lippincott, 1978, “Reflections on Toscanini”, New York: Grove Weidenfeld, 1991, en “The Letters of Arturo Toscanini”, ed., New York: Knopf, 2002.

Sachs schreef ook boeken over bekende virtuozen, de geschiedenis van de muziek in fascistisch Italië en een biografie van Arthur Rubinstein, Virtuoso, London, New York: Thames & Hudson, 1982, Music in Fascist Italy, New York: W. W. Norton, 1988.

Rubinstein: A Life, New York: Grove Press, 1995.

Hij gaf ook de memoires uit van Plácido Domingo en van  Sir Georg Solti. Daarnaast heeft hij om en bij de zeshonderd artikels geschreven voor The New Yorker, The New York Times, de Wall Street Journal, en voor het literair supplement van de  Times. En, toeval of niet, “The Ninth, Beethoven and the World in 1824” is zijn…negende boek.

Nogal wat professionele critici begrijpen niet dat er  nog mensen zijn die van muziek houden maar die niet de technische bagage hebben om muziek professioneel te analyseren. Als je dan als auteur een boek schrijft in een relatief eenvoudige, voor iedereen begrijpelijke taal, dan heb je als auteur recta te maken met een spervuur aan kritiek van de zijde van de pretentieuze, professionele journalistiek. Dit is op een paar navelstarende en eigenwijze en dus gefrustreerde, uitzonderingen na, weliswaar niet het geval met dit boek. Integendeel. The New York Times, The Washington Post, The Wall Street Journal (Norman Lebrecht!), The Spectator, The Telegraph, The Times Literary Supplement, The Independent, The San Francisco Chronicle, San Francisco Examiner, The Atlantic, The Weekly Standard, Literary Review, Booklist, The Scotsman, Herald-Times en vele, vele andere, recenseerden het in de meest lovende bewoordingen. “Highly recommended.”, “This is a fascinating read — part cultural history, part musical history, and part biography as well as a collector’s book for informed listening.”, “This is one of the better books this summer about both art and artistic achievement.”, “A thought-provoking, broadly based, well-informed discussion that should appeal to well-educated general readers as well as music specialists.”, “The Ninth is one of those rare books, the kind that come along every once in a while, books that swarm with erudite analyses, shimmer with vibrancy, and add flavor to the intellectual side of life. Such books are not to be missed.”, “Don’t miss this one.” Enz., enz.

Meer dan terecht. Het is een boek over een verhaal maar het boek zelf, heeft ook een verhaal. Een vriend vroeg hem een jaar uit te kiezen dat belangrijk is geweest voor de geschiedenis van de muziek en daarover een boek  te schrijven. De eerste keuze van Sachs viel op 1912 (het jaar van de Sacre). Dan dacht hij aan 1876 (Bayreuth, eerste van Brahms) en aan 1830 (Symphonie Fantastique),  maar uiteindelijk koos hij voor het jaar 1824, het jaar van Beethovens negende.

Sachs geeft colleges aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en dit jaar is hij de  Leonard Bernstein Scholar-in-Residence van de  New York Philharmonic. Hij leefde meer dan dertig jaar in Italië,  Engeland en Zwitserland. Tussen 2004 en 2006 was hij de artistiek directeur van de Societa' del Quartetto di Milano, Italië’s oudste en meest prestigieuze concertvereniging. Harvey Sachs woont in New York City en noemt zich muziekhistoricus en schrijver.

Op 7 mei 1824 klonk in Wenen voor het eerst de symfonie waarvan het manuscript in december 2002 door de Unesco werd uitgeroepen tot ‘werelderfgoed’: Beethovens Negende Symfonie. De uitvoering in 1824 was de belangrijkste artistieke gebeurtenis van het jaar, maar niemand kon die avond  vermoeden dat de ‘Ode an die Freude’ wereldwijd, symbool zou gaan staan voor vrijheid en universeel broederschap. Het werd de invloedrijkste compositie uit de muziekgeschiedenis en het meest gespeelde muziekthema aller tijden. De Negende Symfonie van Beethoven was een  poging de mensheid vooruit te helpen, haar te helpen haar weg te vinden van duisternis naar licht, van chaos naar vrede. Harvey Sachs beschrijft niet alleen de ontstaansgeschiedenis van dit niet te bevatten, magistrale werk, maar plaatst het vooral ook in haar brede, politiek-historische context. Net als destijds Barbara Tuchman deed met haar “Waanzinnige veertiende eeuw”, haar “De kanonnen van augustus – Een boek over de aanloop naar en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog” en haar “De trotse toren”,  zoals Carl Schorske deed met zijn boek over Wenen in de fin-de-siècle-periode, Claudio Magris deed over de Donau of Philipp Blom deed in zijn De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914, brengt Sachs het Europa van het jaar 1824, de tijd na de Franse Revolutie, van tijdens en na de Napoleontische oorlogen, repressie, restauratie en romantiek, een tijd van ernstige politieke spanningen,  angst en vernieuwing, op een meer dan schitterende manier tot leven.

Het boek bestaat uit een Prelude, vier delen, een Postlude, het onvermijdelijk Dankwoord, Noten en een Register. De delen zijn qua omvang mooi symmetrisch want elk deel telt afgerond, ongeveer zeventig bladzijden. Het boek bruist van enthousiasme. Het lijkt wel alsof de auteur gehaast is om ons zoveel mogelijk informatie mee te geven. Niet alleen over wat er allemaal gebeurde in het jaar 1824 maar ook over de perioden ervoor en de perioden erna. Na beschouwingen over de plaats die de finale van Beethovens negende heeft ingenomen in de loop van de geschiedenis, van nazi’s, communisten en anarchisten, tot de openingszitting van de Verenigde Naties en de val van de Berlijnse Muur, heeft hij het in zijn eerste deel, “Een grote symfonie met vele stemmen”, verdeeld in drie hoofdstukken, over de meest uiteenlopende onderwerpen. In “Het jongste nieuws uit Wenen”, neemt hij ons mee naar mei 1824 en vernemen we alle mogelijke informatie over de toestand waarin Beethoven leefde, de omstandigheden waarin hij zijn negende componeerde, de musici van het orkest, de vocale solisten, de repetities, het kopiëren enz. In zijn tweede hoofdstuk, “Oostenrijkers-Ezelrijkers”, laat hij Beethoven zelf aan het woord en heeft Sachs het over de plaats die Beethoven innam in de toenmalige, muzikale cultuur in Wenen. Hij heeft het over zijn geldzorgen en over de overgang van een aristocratische muziekcultuur naar  burgerlijke Hausmusik. In het daaropvolgende hoofdstuk “Een toestand van eindeloos lijden” gaat hij dieper in op Beethovens levensloop en heeft hij het over de eerste periode van Beethoven in Bonn. Hier kan Sachs niet aan de verleiding weerstaan uit te wijden over een heus stukje muziekgeschiedenis wanneer hij de opmerking maakt dat het eigenlijk onmogelijk is niet in technische termen te vervallen wanneer men probeert uit te leggen wat er nu precies zo revolutionair was aan Beethovens negende. Om dat enigszins te vermijden schetst hij de evolutie van de muziek sedert de vroeg-christelijke kerkmuziek tot de tijd van de grote drie in Wenen: Haydn, Mozart en Beethoven. Niet echt nodig, maar leuk meegenomen.

In “De gevestigde orde herbevestigd”, een soort historisch intermezzo,  schrijft hij een kort maar zeer bevattelijk essay over de inhoud van het Congres van Wenen (1815), de deelnemers en de gevolgen voor de politiek in Europa. Dit onderwerp wordt verder behandeld in het daaropvolgende hoofdstuk “Rust + ressentiment + repressie = romantiek?”. Sachs vertelt in dit hoofdstuk over de literaire, filosofische  en wetenschappelijke verwezenlijkingen van die periode. Schrijvers als Stendhal, Coleridge en E.T.A.Hoffman, en de Pruisische staatsfilosoof Hegel passeren de revue. En voor Byron, reserveert Sachs een afzonderlijk hoofdstuk ” Lord Byrons vrijheidsstrijd”, jawel, een heuse tekst over Byron, Shelley, Griekenland en  Child Harold. In het daaropvolgend hoofdstuk “Absolute heersers en een anarchistisch schrijver” komt Poesjkin aan de beurt waarna hij in zijn  Interlude aankondigt dat hij het in zijn volgend hoofdstuk zal hebben over enkele toonaangevende kunstenaars in Parijs. Sachs is van zijn woord want in dat hoofdstuk “Frankrijk na Napoleon: Pen en penseel vervangen cavalerie en kanonnen”, heeft hij het effectief over de schilder Delacroix en nog eens over de schrijver Stendhal. In het laatste hoofdstuk van zijn Deel II, “De Frans-Duitse christelijk-joodse romantische ironicus, gaat het, zoals de titel doet vermoeden, over de joodse dichter Heinrich Heine. Na zoveel culturele informatie gaat Sachs in zijn Deel III terug naar zijn hoofdonderwerp, Beethovens negende. In het eerste hoofdstuk van dit deel vertelt hij over de receptie en uitvoeringen van Beethovens negende, van Furtwängler tot Norrington. In het daaropvolgende “Wat heeft muziek ons te zeggen”, serveert Sachs ons uitweidingen over emoties in de muziek en is het er hem om te doen, aan te tonen dat de emotionele fluctuaties in de muziek, teruggaan tot Guillaume de Machaut en dat die over Mozart heen hun bekroning vinden in de muziek van de componerende filosoof, Ludwig van Beethoven.

In het laatste hoofdstuk van dit derde deel, “Een poging om het onbeschrijflijke te beschrijven”, waagt hij zich aan datgene wat de titel doet vrezen, de ontraadseling van de negende. Over 43 bladzijden, analyseert Sachs de symfonie waarover zijn boek uiteindelijk gaat. Je zou bij wijze van spreken alleen dit hoofdstuk kunnen beschouwen als een tekst over het onderwerp van zijn boek, Beethovens negende. Mocht U het “schreckensakkord” nog niet kennen en wenst u de Ode van Schiller in het Nederlands, dan is dit hoofdstuk zeker voor u. Geniet ervan. Deel IV, “Een nieuw begin” opent met het hoofdstuk “Wacht u voor het G-woord”. Alluderend op het populaire L-woord, heeft Sachs het hier vanuit een citaat van Thomas Carlyle, over “Grote Mannen”. Vandaar de G. Is Beethoven de proto-romanticus bij uitstek, vraagt hij zich hier af? Hoewel Sachs het nu volgend hoofdstuk laat volgen door een Postlude en een epiloog, waarin hij ons vertelt waarom hij het jaar 1824 uitkozen heeft voor zijn boek, eindigt zijn verhaal eigenlijk hier,  nl. met het hoofdstuk “Het niet te evenaren voorbeeld”. Wie is door Beethoven beïnvloed? Antwoord? In de eerste plaats nogal wat componisten uit de negentiende eeuw, Berlioz, Meyerbeer, Mendelssohn en uiteraard Richard Wagner. Wie  een interessant stukje operageschiedenis wil lezen met uitweidingen over Wagner, kan hier terecht. In de daaropvolgende Postlude met de titel “1958:Beethoven bezoekt Cleveland,Ohio”,  is Sachs autobiografisch. Hier vertelt hij over een koffertje dat hij van zijn ouders kreeg, dat bepalend was  voor zijn toekomst. Meer dan dat het koffertje gemaakt was van met grijs en wit formica bekleed multiplex, wil ik u hier niet verklappen. Als U wil weten over welk soort koffertje het gaat, moet u het boek lezen. Ik wil u alleen nog onthullen dat mij iets gelijkaardigs overkomen is. Geloof het of niet, maar ook ik heb ooit zo’n koffertje gekregen dat evenzeer bepalend was voor mijn verder leven. Ga het vlug lezen.

Sachs citeert tal van Amerikaanse schrijvers en critici doorheen zijn boek, Saul Bellow, Emerson, Edith Wharton, Aan de hand van Noten die, door de vet gedrukte herneming van de zin uit de tekst en de verwijzing naar de ermee corresponderende  pagina’s,  overduidelijk zijn, kunt u verder lezen. Zo zal u in contact komen met het werk van gerenommeerde joods-Amerikaanse musicologen en critici die bij ons nauwelijks tot helemaal onbekend zijn, maar die behoren tot de interessantste mensen op onze aardbol: Tia DeNora, Mary Sue Morrow, Eric Hobsbawm (historicus), Jacques Barzun, Maynard Salomon, Louis Lockwood, Elliot Forbes, Thomas Forest Kelly, e.v.a.

‘Een geweldig boek, zowel voor de professionele musicus als voor lezer die geen noot kan lezen. Een hoogstpersoonlijk en liefdevol beeld van Beethoven en zijn laatste symfonie, ingebed in de turbulente historische context van het Wenen van de eerste helft van de negentiende eeuw.’ (Plácido Domingo).

"Harvey Sachs has written excellent books about music and musicians. Here he turns his — and our — attention to one of the great monuments of music. We think we know this symphony quite well. How wrong we are! This book will help us to understand it better." (Andras Schiff)

Ik sluit mij volledig aan bij deze  beoordelingen.

Dit boek leest u in één keer uit. Het zal u bijblijven, u zal  zich tal van zaken blijven herinneren, u zal het aan anderen aanbevelen  en u zal het later zelf nog eens lezen. En alleen al omdat Beethovens Heiligenstadt Testament in dit boek in het Nederlands  te lezen is (bldz. 60-62), moet u vandaag nog naar de boekhandel. “As a kid in Cleveland, what young Sachs wanted most for his 12th birthday was an LP of the Ninth. He loved it so much he wrote a thank-you note to the composer.” (geciteerd door Jane Sumner in de krant Dallas Morning). “All music lovers should run, not walk, to purchase ‘The Ninth.’” (Benjamin Ivry in The San Francisco Chronicle). Onnoemlijk dank aan Harvey Sachs, dank aan Frits van der Waa (de vertaler) en uiteraard ook  aan uitgeverij De Bezige Bij, die bij deze haar reputatie, nog maar eens,  alle eer aan doet.