Auteur Manu

Om dit boek van Wim Faas, ‘Dansen met Bach’, te lezen nam ik ruim mijn tijd. In de inleiding van het boek zet de auteur zijn bedoeling uiteen. Hij wil een portret van Bach schilderen, door besprekingen van dansen die Bach verweven heeft doorheen zijn muzikale oeuvre, neer te schrijven.

Hierbij verweeft de auteur zijn eigen fantasie met feitenmateriaal wat dit boek op zich reeds bijzonder maakt. Hij geeft dit aan telkens hij dit doet. Aan de ene kant gaat het boek over hoe de auteur de muziek van Bach ervaart en wat hij erin ontdekt. Hij verwijst zelfs naar rock- en popmuzikanten uit zijn jeugd. Langs de andere kant completeert hij zijn ervaringen met de dansen door her en der te fantaseren hoe het er in de tijd van Bach kon aan toe zijn gegaan. Wat bepaalde mensen kunnen gedacht hebben op bepaalde momenten.

Elk hoofdstuk is een soort recensie op zich. Maar dan niet de recensie van een werk of een muziekstuk, maar van een muzieksoort, gebaseerd op volksdansen. Die werden gecultiveerd tot hoofse dansen. Doorheen dat verhaal komt het portret van Bach steeds duidelijker naar voor. Hoe hij als jonge knaap bij het maanlicht kennis stal van zijn broer. Dat hij heel wat in gedachten gezworven heeft, door kennis te nemen van de muziek van andere componisten. Hoe hij als geen ander capabel was om verschillende muziekvarianten samen te smeden tot een nieuw oeuvre, dat in hemzelf reeds kristalliseerde tot een hoogtepunt. Het getal ‘14’, zo leren we uit het boek, was bij Bach belangrijk. Hoe belangrijk? Voor b+a+c+h was de getalwaarde van deze letters gelijk aan 14. Bach gebruikte het als een handtekening, regelmatig in zijn werk terug te vinden.

De carrière van Bach licht de auteur toe aan de hand van deze danssoorten die centraal staan. Al was het nooit ergens opgeschreven of Bach zelf van het dansen hield, hij moet er van gehouden hebben. Al was het maar om de anderen het te zien doen, omdat anders geen mens het kan volhouden een heel leven lang nieuwe muziek te schrijven waarop anderen plezier maken. Bach hield duidelijk van het leven !

De dansen die de auteur bespreekt

Allemande, Gigue, Passepied, Loure, Musette, Courante, Bourrée, Menuet, Rigaudon, Gavotte, Chaconne, Passagaglia, Canarie, Pavane, Corrente, Forlane, Polonaise en Sarabande.

Het boek is geschreven zonder zwaar musicologisch jargon, en is zeer vlot leesbaar, waardoor het de interesse kan wekken van zowel de leek als van de meer onderlegde muziekliefhebber. Met dit boek legde de auteur een vruchtbare voedingsbodem om mensen meer te laten genieten van de muziek van Bach.

Mijn advies om bij dit boek in een goede stemming te komen is om tijdens het lezen ook het luisteren toe te laten, bij voorkeur werk van Bach, uiteraard.