Over de ophefmakende zaak rond Wagners eerste kleinzoon zijn twee opvallende boeken verschenen. Het ene is van de hand van Franz Wilhelm Beidler zelf en het andere verschijnt n.a.v. de bijzondere tentoonstelling “Aufrecht und konsequent – Richard Wagners Schweizer Enkel und Bayreuth” in Zürich.

 

Over de ophefmakende zaak rond Wagners eerste kleinzoon zijn twee opvallende boeken verschenen. Het ene is van de hand van Franz Wilhelm Beidler zelf en het andere verschijnt n.a.v. de bijzondere tentoonstelling “Aufrecht und konsequent – Richard Wagners Schweizer Enkel und Bayreuth” in Zürich.

Franz Wilhelm Beidler (1901-1981) was de van de Bayreuther "troonsopvolging" uitgesloten zoon van Isolde, de eerste  dochter van Richard Wagner en  Cosima. Beidler was als schrijver en intellectueel een heel begaafde nakomeling van Richard Wagner. Zijn levens- en meesterwerk, de biografie van zijn grootmoeder Cosima, bleef lange tijd ongepubliceerd. Samen met andere geschriften van Beidler over Wagners milieu en nakomelingen wordt de sociologische studie nu gepubliceerd, “gekleed als biografie”. Als aanvulling volgt de  onbekende correspondentie met Thomas Mann. De samensteller/redacteur  Dieter Borchmeyer heeft het leven van deze "verloren kleinzoon" als een detective gevolgd en een spannend stuk verdrongen familiegeschiedenis van Wagner en de Bayreuther geest en mentaliteit samengesteld. Het boek is dan ook de belangrijkste bron van documentatie over het "geval Wagner" sinds de publicatie van de dagboeken van Cosima. Dieter Borchmeyer (°1941) studeerde germanistiek en katholieke theologie aan de universiteit van München. Hij doceerde aan de universiteiten van Erlangen, Würzburg en München, is hoogleraar emeritus germanistiek van de universiteit van Heidelberg en “Honorarprofessor” aan de Universiteit van Graz . Borchmeyer wordt algemeen beschouwd als één van de meest intellectuele Duitse auteurs van zijn tijd.

Isolde von Bülow (Isolde Wagner?), ook bekend als Isolde Beidler (1865-1919) was de vrouw van de dirigent Franz Beidler (1872-1930). Haar moeder Cosima (1837-1930) verliet eind 1868 haar echtgenoot Hans von Bülow (Isolde’s vader?) voor Richard Wagner. Het echte vaderschap van Isolde von Bülow of was het Wagner, is altijd ondervraagd geworden en in twijfel getrokken. Enkel zoon Siegfried werd beschouwd als de enige wettige erfgenaam. En dit ondanks de beweringen van Isolde in een sensationele rechtszaak tussen haar en haar moeder. Wat ik daarbij weliswaar nooit echt begrepen heb is dat op 6 juni 1869 Siegfried geboren werd, de eerste en enige zoon van Cosima (von Bülow) en Richard Wagner.  Allemaal goed en wel, maar Cosima is pas gescheiden van von Bülow op 18 juli 1870. Op 25 augustus van dat jaar is ze getrouwd  met Richard Wagner. Dit betekent toch dat, omdat ze bij Siegfrieds geboorte nog steeds officieel gehuwd was met von Bülow, het kind de naam kreeg van zijn officiële vader? En dat was op dat moment toch von Bülow? Dus heette het kind  officieel toch Siegfried von Bülow of vergis ik mij? Nog een geluk dat Siegfried op zijn beurt pas huwde in 1915 met Winifred Williams,  stiefdochter Klindworth, want in 1901 werd hij de vader van Walter Aign (1901–1977), het kind dat hij verwekte bij de vrouw (“Pastorengattin”) van dominee Karl Wilhelm Aign. Was hij  op dat ogenblik al getrouwd  met Winifred, hou zou dat kind dan heten? Hoe dan ook, het bleef in de familie, want ook Walter was verbonden aan de Festspiele. Het verhaal over Walter,  afkomstig van  regisseur en auteur Peter Pachl (°1953), dé specialist van Siegfried Wagner, is weerlegd door de bekende Oostenrijkse historica Brigitte Hamann (°1940), de auteur van “Winifred Wagner oder Hitlers Bayreuth” en is nooit opgehelderd. Misschien maar best want in 1913  bracht de bekende en invloedrijke joodse schrijver, toneelspeler en journalist Maximilian Harden (1861-1927) aan het licht dat Sigi (Siegfried Wagner) tussen 1907-1909 homoseksuele contacten  gehad zou hebben met verschillende hoogstaande publieke figuren, o.a. met Kuno Augustus Friedrich Karl Detlev Graf von Moltke (1847–1923), preußischer Generalleutnant, Flügeladjutant Kaiser Wilhelms II. en Stadtkommandant van Berlijn (en componist trouwens van de Kavalleriemarsch “Des Großen Kurfürsten Reitermarsch”), en met de componist  Philipp Friedrich Alexander Fürst zu Eulenburg und Hertefeld, Graf von Sandels (1847-1921), vader van acht kinderen en een persoonlijke vriend van Kaiser Wilhelm II.

Dit potje bleef weliswaar gedekt want Cosima vond in een 18-jarig meisje dé geschikte huwelijkskandidate voor haar toen 46-jarige teerbeminde “Meistersohn”. Ze huwden op 22 september 1915, oorlog of geen oorlog, en kregen vier ongelooflijke kinderen, Wieland (1917–1966), Friedelind (1918–1991), de auteur van “Heritage of fire”  of in Duitse vertaling “Nacht über Bayreuth” en daardoor door haar broers “von der Leitung der Festspiele ausgeschlossen  (nog zo’n ambetante volgens de familie), Wolfgang (1919–2010) en de mooie Verena (1920). Deze laatste was dan weer een “goeie” want zelfs Hitler had een oogske op haar. Maar zij helaas niet op hem. Verena’s voorkeur ging uit naar SS-Obersturmbannführer Bodo Lafferentz, doctor aan de universiteit van Kiel, die als economisch “genie” samen met Ferdinand Porsche en Jakob Werlin de “Gesellschaft zur Vorbereitung des Deutschen Volkswagens mbH” in het leven riep en aan de basis lag van “Kraft durch Freude”,  de reusachtige organisatie ter ontwikkeling van het lichaam (dansen en turnen). Deze organisatie bevorderde ook het toerisme in nazi-Duitsland, o.a. met vakantie kunnen gaan op het schip “Wilhelm Gustloff”. Verena en Bodo kregen dan ook, wat dacht u, vijf sterke, mooie, gezonde, arische kinderen, Amelie (°1944), Manfred (°1945), Winifred (°1947), Wieland (°1949) en Verena (1952).

Wagner darf ich nicht heißen, Bülow möcht' ich nicht sein, doch Beidler muß ich mich nennen!

(persiflage in het tijdschrift "Simplicissimus" van Siegmunds tekst in Wagners “Die Walküre”)

Isolde’s zoon Franz Wilhelm (1901-1981) studeerde rechten. Hij werkte eerst bij Leo Kestenberg aan het Pruisisch ministerie voor wetenschap, kunst en volksopleiding in het kader van de joods gerichte “bildungspolitische Arbeit der sozialistischen Arbeiterbewegung”. Na de machtsovername  door de nazi’s vluchtte hij naar Zwitserland en werd hij Secretaris van de “Schweizer Schriftstellerverbandes”  en jurist in Zürich. Hij huwde in 1925  met de joodse Ellen Annemarie Gottschalk (1903-1945). In 1942 kregen ze een enige dochter die de namen Dagny Ricarda kreeg, verwijzend naar "neuer Tag", “Aufwachen” en “Morgenröte”, en naar de voornaam Richard.  Hij was marxist en dus een vijand van het nationaal-socialisme.  Na de nazitijd  deed hij een voorstel tot de oprichting van een stichting die zou bestaan uit kunstenaars en intellectuelen die destijds gecensureerd waren door de nazi's, Thomas Mann, Arnold Schoenberg, Paul Hindemith en Arthur Honegger. Thomas Mann zag hij zelfs als Ere-voorzitter van zijn stichting. Dit idee botste echter op felle tegenstand van de Familie Wagner. Franz W. Beidler heeft na de oorlog het Festival van Bayreuth nooit meer bijgewoond omdat hij weigerde "te vergeten". Na de oorlog sprak Beidler openlijk over de "verantwoordelijkheid" van Bayreuth voor de opkomst van het nazisme: "De ideologie van het nationaal-socialisme was voor een schrikwekkend groot deel, de ideologie van Bayreuth" zo stelde hij. Hij overleed  in 1981 in Zürich.

Zijn vader, Franz Beidler (1872-1930) was een Zwitserse dirigent die o.a. bekend stond voor  zijn uitvoeringen van de opera’s en drama’s van Wagner. Hij vestigde relaties met de familie en leidde het Wagner Festival in Bayreuth. Beidler trouwde in 1900 met Isolde Wagner (Isolde von Bülow?) waardoor  hun  zoon Wilhelm Franz Beidler, in het geval Isolde daadwerkelijk de dochter was van de Meister, als telg van de “Schweizer Zweig Wagners”, de eerste erfgenaam was van zijn grootvader Richard Wagner. De weigering van zijn grootmoeder  Cosima om dit te erkennen leidde in 1913 in Bayreuth tot een heuse rechtszaak, het “Vaterschafts-Prozess”,  tussen de toen 76-jarige moeder en haar  “hochoffiziell mit Hans von Bülow liierte” 48-jarige dochter.

Cosima erkende haar dochter Isolde (bij haar geboorte was ze nog steeds getrouwd met Hans von Bülow) niet als een legitieme Wagner erfgename “keine gleichberechtigte Erbin”. Cosima had dit in een rechtszaak (het Beidler proces in München 1913) afgedwongen. Isolde’s  zoon Franz Wilhelm werd zo doende uitgesloten van de Bayreuther "troon", ook al was hij de eerste kleinzoon van Richard Wagner. De eerste "legale" kleinzoon Wieland (de „juristisch erste Enkel”) werd geboren in 1917 als zoon van Siegfried. Wie meer wil lezen over dit alles leest best “Cosimas Kinder. Triumph und Tragödie der Wagner-Dynastie” van Oliver Hilmes, in 2009 uitgegeven door Siedler Verlag in  München.

Beidler is in zijn Cosima biografie niet mals voor zijn legendarische grootmoeder. Dat komt omdat hij in de eerste plaats verwijt dat ze niets wou weten van vrouwenbeweging en vrouwenemancipatie, dat zij voor de sociale problematiek van de vrouw niet de minste interesse of begrip had en er slechts “Geringschätzung” voor had. Beidler heeft zich nooit kunnen verzoenen met de gedachte dat Cosima haar persoon en leven in dienst zag van de persoon en het werk van haar legendarische echtgenoot. Wat er ook moge van zijn, het boek van Beidler is een buitengewoon interessante biografie van één van de fascinerendste kunstenaarsvrouwen ooit en het boek van de dames Naegele en Ehrismann biedt een treffend beeld van de tijdsgeest van het interbellum, het socialistisch beleid en de botsing tussen muziek voor het volk en de Bayreuther Festspiele als spreekbuis van de nationaal-socialistische ideologie.