Words without Music: A memoir: de autobiografie van Philip Glass, is vertaald in het Nederlands. Voortaan kunnen we uit eerste bron alles vernemen over het wel en wee van repetitieve en minimalistische muziek, hoe het ontstaan en gegroeid is en vooral waarom Glass geen minimalist genoemd wil worden.

Leven in onverwarmde lofts in Lower Manhattan, om de huur te kunnen betalen werken als bouwvakker of  in een staalfabriek, werken als loodgieter of als taxichauffeur in New York, met wat geld verdiend met het schrijven van muziek,  een BMW moto kopen. Het was het leven van het kind van de Beat Generation, geïnspireerd door Jack Kerouacs ‘On the road’: John Cage, Jasper Johns, Robert Rauschenberg en Richard Serra. Het is het verslag  van het New York van de late jaren ‘50  begin ’60 door iemand die er bij was van het eerste uur. Zijn idolen  waren William Burroughs, Allen Ginsberg en Hermann Hesse.

Het zijn maar enkele namen en items uit de autobiografie van Philip Glass, een boek dat zich grotendeels afspeelt in het tijdperk van aids, Woodstock, Vietnam, de film- en kunstwereld, de jazz van Coltrane, Ornette Coleman en  Charlie Parker. Om Philip Glass te begrijpen lezen we volgens het boek trouwens best  eerst Nobelprijs winnaar Saul Bellow en Nelson Algren, de auteurs van ‘The Adventures of Augie March’ en ‘The Man with the Golden Arm’.

De New York Times noemde hem ooit ‘the most prolific and popular of all contemporary composers’. Glass componeerde een opera naar Coetzees roman ‘Waiting for the Barbarians’, hij componeerde ‘Einstein on the Beach’,  ‘Satyagraha’ en een opera over Kafka’s ‘Proces’. Hij componeerde de muziek voor o.a. de films Kundun (1997), The Hours (2002) en voor Notes on a Scandal (2007). Philip Glass behoort duidelijk tot de invloedrijkste componisten en musici van de tweede helft van de twintigste eeuw. In zijn werk liet hij zich inspireren door beeldende kunstenaars, schrijvers en dichters. In dit fascinerend boek laat Glass zien wat de kracht is van muziek in het menselijk bestaan en hoe muziek de wereld kan veranderen. Hij vertelt  over zijn eigen creatief proces, over zijn jeugd in Baltimore en over zijn studie van Schubert, Bach en Mozart bij de legendarische Nadia Boulanger in Parijs. Daar maakte hij overigens ook hij kennis met  regisseurs van de nouvelle vague.

Glass vertelt over zijn Jiddisch sprekende grootouders en over zijn joodse maar liberaal en libertijns denkende moeder die haar twee zonen en  dochter liet en deed studeren. Vader was stabiel maar een kloof tussen vader en zoon in latere jaren was onvermijdelijk.

In de eerste 4 hoofdstukken van Deel I, Baltimore, Chicago, Juilliard en Parijs,  lezen we over Glass’ bewogen privéleven. Hij studeerde wiskunde- en filosofie  aan de universiteit van Chicago, dwarsfluit aan het Peabody Conservatory of Music, toetsinstrumenten aan de Juilliard School of Music en ging daarna  naar Europa om les te volgen bij Nadia Boulanger aan het Conservatoire Américain de Fontainebleau.

Om de Indiase muziek van Ravi Shankar om te zetten in Westerse muzieknotaties ging hij in 1966 naar Noord-India en had hij contact met Tibetaanse vluchtelingen en met de dalai lama. Glass deed nieuwe ideeën op en mengde die tot een compleet nieuwe klank. Additieve ritmen en een tijdgevoel beïnvloed door Samuel Beckett, resulteerde in experimenteel theater. Glass vormde het Philip Glass Ensemble en speelde er mee  in kunstgalerijen. Music in Twelve Parts ontstond. Zijn eerste opera Einstein on the Beach,  gemaakt  samen met de theater avant-garde man Robert Wilson, werd uiteindelijk een trilogie. Satyagraha over Mahatma Gandhi en zijn ervaringen in Zuid-Afrika werd het tweede deel en Akhnaten, over de Egyptische farao Echnaton  werd het derde deel.

In de zes volgende hoofdstukken van Deel I wordt Glass een hippie die naar Kathmandu trekt. Hij behoort er tot de ashram (leefgemeenschap), leert yoga en ontmoet yogi’s. Hij werkt er met Ravi Shankar die hem inwijdt in kathakali,  de klassieke Indiase dans. Tien jaar lang reisde Phillip Glass om de twee jaar naar India. Hij werd gevormd door de jaren ’60, woonde als bohémien in een klein atelier om de hoek van Samuel Beckett in Montparnasse terwijl Truffaut nog maar net “Jules et Jim” had geregisseerd. De Nouvelle Vague zorgde voor een nieuwe dimensie.

In Deel II vertelt Philip Glass over zijn Terugkeer naar New York, Eerste concerten, Kunst en muziek, Cape Breton, New Yorks East Village en over zijn Einstein on The Beach. Deel III gaat over opera, muziek en film, over zijn jong overleden vrouw Candy Jernigan en over zijn  Cocteau-trilogie.

Onze vegetarische Jewish-Taoist-Hindu-Toltec-Buddhist Philip Glass is vier keer getrouwd en heeft vier kinderen. JoAnne Akalaitis, moeder van zijn eerste twee kinderen en Candy Jernigan, zijn derde vrouw, de kunstenares Candy Jernigan, was de vrouw van zijn leven. Marlowe en Cameron  zijn Glass’ zonen met zijn vierde vrouw, Holly Critchlow van wie Glass ook al weer is gescheiden.

In het boek openbaart zich het universum van Philip Glass. Een wereld vol intense contacten met plastische kunstenaars, performers en visual artists, schrijvers, film- en theaterregisseurs,  choreografen,  musici, dirigenten  en componisten.  Van Ravi Shankar, David Byrne, Dennis Russell Davies, Laurie Anderson, Linda Ronstadt, David Bowie, Brian Eno en Patti Smith, tot Woody Allen en de dichter en songwriter Leonard Cohen, om er maar enkele te noemen.

Op de vraag Hoe  klinkt uw muziek? antwoordt Philip Glass, “Het klinkt als New York. Mijn muziek klinkt als the sound of the power of music to change the world,  als je maar nooit slaapt met een vrouw die meer problemen heeft dan jijzelf”. Zeker lezen.