**** Wie zon zegt, zegt Italië, wie aan Italië denkt, denkt aan de zon. Nicky Pellegrino denkt eerder aan andere ster. Eén van het witte doek. Eén die zelfs bijzonder mooi kon zingen.

**** Wie zon zegt, zegt Italië, wie aan Italië denkt, denkt aan de zon. Nicky Pellegrino denkt eerder aan andere ster. Eén van het witte doek. Eén die zelfs bijzonder mooi kon zingen.

In haar ontspannende roman staat nl. tenor Mario Lanza centraal. Om straks nog vlug mee te nemen naar een rustig terras. Het moet gezegd, de allereerste tenors die ik leerde kennen waren Enrico Caruso en Mario Lanza. Ik moet een jaar of vijf, zes geweest zijn. Als iemand begint over Mario Lanza raakt die bij mij dus een gevoelige snaar. Maar wie spreekt er nu nog over Mario Lanza ? Wel, Nicky Pellegrino doet dat.

Nicky Pellegrino (°1964) is de auteur van vlot lezende, onschuldige verhalen over friendship and food, passion and family secrets. Zij is een Engelse auteur uit Liverpool met Italiaanse roots. Ze groeide op in Engeland maar bracht als kind de  vakanties door in Zuid-Italië. Haar inspiratie voor haar boeken haalt ze o.a. uit die periode. Ze woont met haar echtgenoot die toevallig Carne (Ital. voor vlees) heet in Auckland in Nieuw-Zeeland, werkt als freelance journaliste maar gaat nog vaak terug naar de paradijselijke Tyrrense Costa di Maratea, haar lievelingsoord in Italië. Ze schreef reeds ‘My Italy’, ‘The Villa Girls’, ‘Recipe For Life’, ‘The Italian Wedding’, ‘Summer at the Villa Rosa’, ‘Delicious’ en ‘The Food Of Love Cookery School’ en sommige van haar boeken zijn in het Nederlands vertaald,  ‘Olijven met Oregano’, ‘Villa Ros’, ‘Bella Italia’, ‘De granaatappelboom’ en ‘Caffe Amore’. Nicky’s boeken worden wereldwijd gelezen en geprezen. Voor haar boek ‘When in Rome’, nu in het Nederlands vertaald  als ‘Terug naar Rome’,  heeft ze zich laten inspireren door de legendarische tenor Mario Lanza.

Mario Lanza

Alfred Arnold Cocozza (1921-1959) alias Mario Lanza, was ooit de beroemdste tenor van de 20ste eeuw. Hij kwam onder de hoede van dirigent Serge Koussevitzky door wie hij een beurs kreeg voor het Berkshire Music Festival in Tanglewood, Massachusetts. Later zou Koussevitzky tegen hem zeggen:  "Een stem zoals jij hebt, komt maar eens in de honderd jaar voor.” Als u weet wie Koussevitzky wel was, kon zo’n uitspraak tellen! Toen Alfredo  21 was, maakte  hij zijn operadebuut. We schrijven 7 augustus 1942 in Tanglewood. Hij vertolkte de rol van Fenton in Otto Nicolai's opera ‘The Merry Wives of Windsor/Die lustigen Weiber von Windsor’ na een instudeerperiode van slechts zes weken onder leiding van de dirigenten Boris Goldovsky en Leonard Bernstein. Goldovsky was zo ongeveer de Etienne Van Neste van de States. Hij maakte nl. via radio (de Metropolitan Opera radio broadcasts) opera populair bij gewone mensen. In die tijd nam Alfred Cocozza ook zijn artiestennaam aan die hij ontleende aan de meisjesnaam van zijn moeder, Maria Lanza. Hij ging studeren bij Enrico Rosati en van juli 1947 tot mei 1948 ging hij samen met de legendarische bariton George London en de al even legendarische lyrische sopraan Frances Yeend op tournee door de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Ze zongen in die periode zo maar eventjes  86 concerten. Toen Louis B. Mayer van MGM hem, onder de indruk zijnde van een concert in de Hollywood Bowl, een contract voor zeven jaar bij MGM aanbood, zou dit hét keerpunt betekenen in de carrière van de jonge zanger.

Bel Canto Trio

In 1948 zong  hij twee keer de rol van Pinkerton in Puccini’s ‘Madama Butterfly’ voor de New Orleans Opera Association. Hij zong soloconcerten terwijl hij samen met George London en Frances Yeend het Bel Canto Trio vormde. Films als ‘That Midnight Kiss’ en ‘The Toast of New Orleans’ oogstten enorm succes evenals zijn platen en Mario Lanza's roem nam immens  toe. In 1951 vertolkte Lanza zingend Enrico Caruso in ‘The Great Caruso’. In 1952 kreeg Lanza nadat hij de songs voor ‘The Student Prince’ had opgenomen, ontslag bij MGM. Lanza kwam in deze periode aan de rand van het bankroet, mede omdat zijn manager slechte beleggingsbeslissingen had genomen. Na een immense belastingschuld hervatte hij in ’56 met ‘Serenade’ zijn filmcarrière. Lanza vertrok in mei ‘57 naar Rome voor de opname met de mooie Marisa Allasio (de Italiaanse Brigitte Bardot) van de film ‘Arrivederci Roma’(‘Seven Hills of Rome’). En het is precies dan dat het boek begint.

‘Arrivederci Roma’

Serafina hoort nl. dat Mario Lanza, dé ster van het witte doek en haar favoriete zanger, naar Rome komt. Voor de jonge Serafina die met haar twee zusjes Carmela en Rosalina  en hun moeder, een mooie vrouw “met koraalrode lippenstift op haar volle lippen en een zwart lijntje om haar kattenogen” in een klein appartementje  in Trastevere deelt, is de filmster dé belichaming van La Dolce Vita. Hij is dé belichaming van het Rome van de jaren vijftig, het Rome van Gina Lollobrigida, toen “La donna più bella del mondo”. Voor Serafina en haar eveneens zingende zus Carmela is Mario Lanza “de man wiens stem een stuk uit haar hart sneed en haar liet rillen van genot”. Als ze min of meer per toeval in Lanza's wereld belandt, komt ze terecht in een voor haar vreemde wereld van glamour, dure jurken en champagne. Hoe dichter Serafina bij haar droom komt, hoe minder ze nog past in het leven dat ze achterlaat. Als ze dan nog eens verliefd wordt op twee  mannen, wordt de scheidingslijn tussen geluk en wanhoop almaar vager. Uiteindelijk komt ze voor de haast onmogelijke keuze te staan in welke wereld  ze wil  leven.

Goed gedocumenteerd

De Engelse titels van de hoofdstukken verwijzen naar titels van songs van Mario Lanza. In het dankwoord lezen we dat Nicky zich voor het schrijven van dit boek bijzonder goed heeft gedocumenteerd. De biografieën van Mannering, Cesari en Bessette (boeken die elke operaliefhebber zou moeten lezen) en gesprekken met Lanza’s nog enige, levende dochter Ellisa, leverden haar gegevens uit het leven van de zanger die ze verwerkte in haar roman. De Australische sopraan Tiffany Speight heeft haar, zo lezen we, uitgelegd wat het betekent om zo’n stem te hebben als deze van Mario Lanza. Het boek is bijgevolg een welkom eerbetoon aan één van de grootste zangers aller tijden die dank zij de wereld van de film, miljoenen mensen bereikte omdat een ticket voor de bioscoop nu eenmaal zo veel goedkoper was en is dan eentje voor de opera… En er zit daar ten minste geen blasé publiek enkel voor de schone schijn en bovendien mag je er chips eten.