Hoewel de laan bijlange nog niet af was, opende op 1 mei 1865 Keizer Franz Joseph officieel de Ringstrasse. Dit jaar viert Wenen de 150ste verjaardag met tal van evenementen en tentoonstellingen.

De wellicht mooiste laan ter wereld herbergt niet alleen een schat aan bezienswaardigheden, maar ook grote parken, belangrijke monumenten en veel, heel veel geschiedenis.

Maar, hoe kwamen die prachtige gebouwen tot stand en wat gebeurde er eigenlijk achter de gevels? Nieuwe documenten verstrekken antwoorden op open vragen. Wat was bv. de echte oorzaak  van de zelfmoord van de operabouwer Eduard van der Nüll of wat gebeurde er nu precies op  8 december 1881 in het Ring Theater?  En, waarom benam regisseur Franz Jauner 19 jaar later zich van het  leven? Waarom woonden  de Rothschilds, de bankiers van de keizer, nooit aan de ring? En hoe werd het Sacher Hotel de belichaming van de grootsteedse luxe en verfijning, het toneel van  familiegeschil?

Paleizen

Otto Schwarz doet het verhaal. Op de grote sites langs de negen ringen die samen de nieuwe ringweg vormden, konden niet alleen openbare gebouwen gebouwd  worden. Daarom kregen de leden van de opkomende burgerij (waaronder veel joodse burgerij) de gelegenheid bouwgrond te kopen om prachtige paleizen langs de belangrijkste boulevard van de Reichshaupt- und Residenzstadt  te bouwen. Deze werden centra van het economische, sociaal en cultureel leven van de stad. Eén van de beroemdste was het Palais Lieben-Auspitz, dat vandaag het café Landtmann herbergt. Freud kwam er dagelijks en een onbekende Gustav Mahler kwam er bij Karl Goldmark steun vragen voor zijn kandidatuur als dirigent van de Hofoper. Berta Zuckerkandl leidde daar trouwens ook haar beroemd literair salon. In het Palais Todesco nabij de opera ontving barones Todesco regelmatig Weense beroemdheden. Even beroemd was ook  het Palais Ephrussi aan de Schottentor. Adellijke families bewoonden met hun bedienden vaak het hele gebouw terwijl anderen hun Palais gedeeltelijk verhuurden. Zelfs twee Habsburgers hadden een woonst op de ringweg. Aartshertog Ludwig Viktor, de jongste broer van keizer Franz Joseph, liet een paleis aan de Schwarzenbergplatz bouwen en Aartshertog Wilhelm gaf Theophil Hansen, de architect van het Haus des Wiener Musikvereins,  de opdracht voor de bouw van een prachtig paleis aan de Parkring. Veel van die voormalige paleizen zijn vandaag magistrale luxe hotels.

Fascinerende verhalen

Otto Schwarz neemt ons in zijn boek mee naar die  paleizen en andere  prachtige gebouwen, cafés en parken en vertelt levendig de fascinerende verhalen en het lot van hun bouwers en bewoners.  Aan deze herziene editie heeft hij het mooie hoofdstuk  “Parken en Tuinen” toegevoegd.

Zijn boek opent aan de Heldenplatz en volgt dan de Cafés en de Hotels van de Corso,  het Café Museum, Café Schwarzenberg, Café Landtmann, Café Prückel, Sacher, het Hotel Bristol, het Hotel Imperial en het Grand Hotel.

Vervolgens komen  paleizen en grote namen aan bod : het Palais Epstein, de Ephrussis, de Todescos (bij wie het idee van Strauss’ “Fledermaus” groeide),  het Palais Schey, de Gutmanns  en de Leitenbergers.

De auteur heeft het ook over de zelfmoord van Eduard van der Nüll (ein Selbstmord mit Fragezeichen) en over wat hij omschrijft als  “Genialer als da Vinci”, die “Reiterstatuen auf dem Heldenplatz”. De architecten Theophil Hansen, Friedrich Schmidt, Heinrich Ferstel, Carl Hasenauer, Fellner en Helmer komen aan bod en de Ringtheaterbrand waar Anton Bruckner bij was. Die durfde daarna nooit meer een lucifer aansteken. Schwarz  bespreekt het Opernhaus, het Burgtheater, het Volkstheater, de Postsparkasse, het  Kriegsministerium, de nieuwe Schottentor als  ein Hauch von Rothschild en de Ringturm, en bij het wandelen en oversteken ontmoet u Goldmark, Léhar, Mahler, Emmerich  Kálmán, Korngold, Leo Fall, von Zemlinsky en vele, vele anderen.

En dan moet u nog weten  dat ooit in het prachtig hotel Bristol, dirigent Georg Solti de menukaarten signeerde en een onoplettende kelner ’s avonds dacht dat de  klanten het eten te gezouten vonden. Ah ja, Solti…!

Parks und Gärten

In het toegevoegd hoofdstuk “Parks und Gärten” beschrijft Schwarz  ten slotte de “Ring als Symphonie in Grau und Grün”, het “Stadtpark als ein Stück Natur in die Stadt”, de visionaire tuinarchitect Rudolf Siebeck en het Rathauspark. Als Anhang de Zeittafel, Danksagung, Zitierte Quellen, Interviews, Benutzte Archive, Verwendete Literatur, de Bildnachweis  en het Namensregister. Perfect. Warm aanbevolen.

(Kunst)historicus en filmmaker

Dr. Otto Schwarz, geboren 1972 in Wenen, is ORF-3sat-Programmplaner. Hij is daar reeds  13 jaar actief als historicus,  kunsthistoricus en filmmaker. Hij is tevens gastdocent aan het Institut für Theater- Film- und Medienwissenschaft van de Weense Universiteit.  Hij publiceerde “Unsere Wiener Staatsoper” en “Universum Kultur: Die Geheimnisse der Wiener Ringstraße” en schreef over Farkas, Grünbaum, Wiener, Kálmán, Lehár en Kurt Weill. Hij nam deel aan internationale filmfestivals en won onderscheidingen, o.a. de Budapest MTV Award.