Door  de uitbreiding van het oude Habsburgse centrum tot  moderne metropool, kende de keizerlijke residentie van Wenen een ongekende bloei.

Keizer Franz Joseph  verhuisde vanaf 1860 alle politieke en culturele gebouwen, van de Opera en het Burgtheater tot het parlement, het stadhuis, de universiteit en musea naar het Kaiserforum op de site van de afgebroken oude stadsomwalling. Uit de op dat moment grootste bouwplaats ter wereld ontstond de beroemde Ringstrasse. Ook de welvarende burgerij kreeg hier een podium waarop haar eigen paleizen kon concurreren met de bouwprojecten van het hof en de adel. Het boek brengt de creaties en de ontwerpen van kunstenaars en architecten van het oude Ringstraßengesellschaft weer tot leven. Recente foto’s en nooit eerder gepubliceerde historische foto’s tonen het alledaagse leven achter de gevels van de paleizen, bankgebouwen en woningen die ooit de rijkdom uitmaakten van dit magistraal,  architectonisch erfgoed.

Denkmähler

In geen enkele andere stad hebben zo veel beroemde componisten geleefd en gewerkt als in Wenen. Wandelt u de Ring entlang, dan ontmoet u twaalf  Denkmähler van componisten, nl. deze van Mozart, Gluck, Strauss jr., Stolz, Beethoven, het mooi dubbelbeeld van vader Strauss en Lanner, Vivaldi, Bruckner en van de bij ons onbekende pianist Joseph Labor (1842-1924), de pianoleraar van Schönberg, Paul Wittgenstein en Alma Mahler. Wals en operette hadden en hebben  in Wenen hun thuis, maar ook musicals hebben ondertussen het internationaal  publiek gewonnen. Bij de bouw en aanleg van de 9-delige nieuwe Ring ging heel veel aandacht naar de edelste der kunsten, de muziek. Het verschijnen van het prachtboek over de Weense Ringstrasse nodigt dan ook uit tot een overzicht van de belangrijkste Weense muzikale instellingen. De Stubenring, Parkring, Schubertring, Kärntner Ring, Opernring, Burgring, Dr.-Karl-Renner-Ring, Universitätsring en Schottenring hebben immers elk hun eigen identiteit. Zo moet u  bv. aan de Stubenring, op de site van de oude Stubenbastei, voor een klein mokkatje  (eigenl. een ”Prückel Creme”)  in Café Prückel zijn. Aan de Stubenring bevinden zich ook de  Universität für angewandte Kunst en het Museum für Angewandte Kunst. Beide gebouwen werden ontworpen door Heinrich von Ferstel. Het museum  was het   eerste, nieuw  museum aan de nieuwe Ring. Ferstel ontwierp ook in gelijkaardige, neo renaissance stijl op de plaats waar de  concertzaal “Zum römischen Kaiser” stond, (Beethoven speelde er vaak),  het gebouw voor de  k.k. privilegierte österreichische Nationalbank. Dit prachtig gebouw (Gemeindebezirk Innere Stadt, Freyung) tussen het Palais Harrach en het Palais Hardegg, is vandaag bekend als het Ferstel Palais. In het gebouw bevindt zich het begin jaren ’80 van de 20ste   eeuw gerestaureerd café Central, waar rond 1900 tal van artistieke beroemdheden stamgast waren.

Opera

Het gebouw van de Staatsopera, toen nog  k.u.k. Hofoper, werd gebouwd als een van de eerste grote monumenten aan de nieuwe Ringweg. Ontworpen door de Weense architecten August Sicard von Sicardsburg en Eduard van der Nüll, werd het in 1869 geopend met Mozarts “Don Giovanni”. De Weense Staatsopera is een van de belangrijkste operahuizen ter wereld en is vooral het huis met het grootste repertoire. Tijdens bijna driehonderd avonden  per jaar biedt deze prestigieuze, muzikale instelling producties op het hoogste niveau met de allerbeste uitvoerders. Met ‘opera live op de site’ biedt de Staatsopera in de maanden april, mei, juni en september gratis klassieke muziek aan. Geselecteerde opera’s en balletten worden dan live uitgezonden op een heel groot scherm voor het operagebouw. De Staatsopera is ook de plaats  van het jaarlijks Operabal, dat beschouwd wordt als de belangrijkste bijeenkomst in Oostenrijk voor kunstenaars, politici en ondernemers uit de hele wereld. Bijna tweehonderd geprivilegieerde, debuterende paren/koppels openen dan in lange witte avondjurk en smoking het bal.

De Volksopera, oorspronkelijk het “Kaiser-Jubiläums-Stadttheater”, is in Wenen de op een na grootste opera en biedt een scala aan podiumkunsten, van opera en operette tot  musicals, ballet en hedendaagse dans. In 1898 werd het gebouw, ontworpen door Alexander Graf en Franz Freiherr von Krauß,  voor het eerst geopend als  “Sprechbühne”. Vanaf 1903 kwamen  opera’s en Singspiele  op het programma. Maria Jeritza en  Richard Tauber zongen er en Alexander von Zemlinsky was er dirigent. Het Theater an der Wien is niet zomaar een theater, maar het huis dat Emanuel Schikaneder, acteur en vooral librettist van “Die Zauberflöte”, in 1801  in de geest van Mozart liet bouwen. Sinds 2006, het jaar van de jubileumviering van Mozarts 250ste verjaardag, presenteert het Theater an der Wien, als derde Weens Operahuis,  jaarlijks ongeveer tien premières,  van barokopera tot  de moderne opera. Sinds het najaar van 2012, huisvest het Theater an der Wien  ook  de Weense kamer Opera,  die opera’s buffa, kamermuziek, musicals en hedendaags muziektheater brengt. Tijdens het Ringstrasse tijdperk (“Ringstraßenzeit”) gingen daar in première o.a. “Die Fledermaus” en “Der Bettelstudent” van Karl Millöcker in première. Aan de Millöckergasse kan u er de Papageno poort bewonderen.

Concertleven

Het concertleven in  Wenen wordt gedomineerd door twee grote concertzalen,  de Musikverein en het Konzerthaus. De Musikverein kennen muziekliefhebbers  over de hele wereld als een van de meest mooiste en akoestisch beste concertzalen ter wereld. Eigenlijk staat  de  Musikverein voor een concertzaal, ontworpen door Theophil Hansen nabij de Karlsplatz, geopend in 1870, en voor de vereniging die dat huis bezit, de Vereniging van de Vrienden van de Muziek (Musikverein). Architectonisch pronkstuk is  de grote, gouden zaal, die terecht beschouwd wordt als één van de mooiste en akoestisch beste zalen ter  wereld. De Wiener Philharmoniker brengt  er  hun jaarlijks nieuwjaarsconcert die zoals u weet  gevolgd wordt door miljoenen tv-kijkers over de hele wereld. Maar ook op  andere dagen van het jaar biedt de Musikverein prachtige concerten aan  met vooraanstaande orkesten en dirigenten. Het  Wiener Konzerthaus werd in 1913 geopend als Haus für Musikfeste.  Het is vandaag  de thuishaven van de Wiener Symphoniker, het Vienna Chamber Orchestra en het Weense  Klangforum. Sinds 1913 heeft de Weense Muziekacademie  er haar vaste verblijfplaats. In eigen programmering zijn er, verdeeld over vier! Zalen, naast de Wiener Philharmoniker,  regelmatig internationaal gerenommeerde  toporkesten, solisten en kamermuziekensembles te gast.

Theater

Gelegen in de binnenstad heeft het betoverend mooi “Theater Ronacher”  een bewogen geschiedenis. Geopend in 1872 als “Wiener Stadstheater” voor het  bourgeois publiek (in positieve betekenis),  brandde het  twaalf jaar later compleet af. Wanneer het heropende in 1888 werd  het gebruikt als een concertzaal en als  vaudeville theater. In  1932 was de legendarische Josephine Baker  daar  bv. te zien. Na de oorlog onderging het verschillende aanpassingen en werd  het  uiteindelijk overgenomen door de Verenigde musicalproducenten (“Musicalproduzenten Vereinigte Bühnen Wien”). Sinds de algemene renovatie in 2008 dient “Ronacher”  voornamelijk voor musicals. Ook het in 1893 geopend Raimund Theater in het 6de  district is een van de locaties van de Vereinigten Bühnen Wien. Veel van deze belangrijke zalen zoals de Staatsopera, het Theater an der Wien, Ronacher, het Raimund Theater, en de Musikverein bieden ook de mogelijkheid het huis  te bezoeken met een gids. Zeker doen.

Een onmisbaar onderdeel van het  klassieke muziekleven van de stad is de  door componist Otto Nicolai in 1842 opgerichte Wiener Philharmoniker. Zij behoort tot de beste orkesten ter wereld, voor velen  zelfs het allerbeste. Tal van instrumenten van de Wiener Philharmoniker zijn speciaal gebouwd voor hen, zoals de klarinet, de fagot of de  Weense hoorn. De typisch Weense strijkersklank is daarbij uniek. De Wiener Philharmoniker draagt  de muziek uit Wenen als ambassadeurs uit over de hele wereld. Ze spelen het Sommernachtskonzert en spelen gratis toegankelijk in open lucht voor het  Schönbrunn Paleis.

Componistenwoningen

In de Domgasse achter de Stephansdom bevindt zich het enige, nog bestaande  appartement van Mozart.  De componist leefde van 1784 tot 1787 in het appartement op de eerste verdieping. In dit huis componeerde Mozart o.a. “Le nozze di Figaro”. Sedert 2006 bevindt zich in het gebouw het  Mozarthaus. Verdeeld over zes verdiepingen,  toont men er de wereld van Mozart, met inbegrip van het oorspronkelijk bewaard gebleven appartement. Ook andere grote  musici die in Wenen  leefden en werkten krijgen er aandacht. In verschillende andere componistenwoningen zijn facsimile’s van handschriften, schilderijen en foto’s  naast  meubels en voorwerpen uit het persoonlijk  eigendom van de componisten te zien. Vooral van  de walsenkoning Johann Strauss jr. zijn veel herinneringen  bewaard. Ze worden getoond in zijn huis aan de Prater straat in het 2de  arrondissement. Het gouden Johann Strauss Monument in het Stadspark  toont Strauss als typische “Stehgeiger”( rechtstaand viool spelend). Het huis waar Beethoven o.a. zijn Symfonie nr. 4 en zijn “Heiligenstadt Testament” schreef, ligt in het 19de arrondissement. Ook het laatste appartement van Joseph Haydn is bewaard  en is vandaag het Haydnhaus.

Ontdekkingsreis

Het  Arnold Schönberg Centrum  herbergt niet alleen de muzikale nalatenschap van de grondvester van de atonale muziek en de oprichter van de Nieuwe Weense School, het organiseert  als actief onderzoekscentrum ook speciale tentoonstellingen. Geopend in 2000 is het  Haus der Musik gevestigd  in het  historisch Palais Erzherzog Carl. Verdeeld over vier verdiepingen, nodigt het  uniek “Klangmuseum”  u uit op een ontdekkingsreis door de wereld van de muziek. Interactieve en multimediale presentaties gaan van  het begin van de menselijke klankervaring  tot  de muziek van onze tijd. Op de eerste verdieping bevindt zich bv. het Museum van de  Wiener Philharmoniker. Een uitstekende locatie want Otto Nicolai (1810-1849), de oprichter van het orkest, woonde daar.  De collectie van oude instrumenten in de Hofburg bezit  dan weer ’s werelds belangrijkste collectie Renaissance en Barok instrumenten en tal van instrumenten die bespeeld werden  door beroemde musici en componisten. De meerderheid van de verzameling was  oorspronkelijk eigendom van de Habsburgers. Tijdens hun matinees  kunnen bezoekers niet alleen de bijzondere instrumenten  zien  maar ook beluisteren. “Die Wiener Ringstrase, Das Buch” is een magnifiek kijk- en leesboek dat door teksten  en grandioze foto’s,  een totaalbeeld geeft van de geschiedenis van de bouw, de paleizen, hun functies en bewoners, de interieurs, feestelijkheden, het uitgaans- en societyleven en de parken. Een prachtboek. Warm, warm aanbevolen.