Opera Ballet Vlaanderen, een begunstigd trefpunt, brengt graag de grote balletklassiekers mét een facelift. Artistiek directeur Sidi Larbi Cherkaoui gaat daarvoor bewust op zoek naar choreografen die een nieuwe, frisse versie maken van de klassiekers. Hij nodigde de beloftevolle Argentijnse choreograaf Daniel Proietto uit om een update te maken van La Bayadère van Ludwig Minkus, speciaal voor het 50-jarig jubileum van Ballet Vlaanderen.

Oorsprong en nieuwe context

La Bayadère (De Tempeldanseres) is een van de paradepaardjes van het klassieke balletrepertoire en werd voor het eerst opgevoerd door het Keizerlijk Ballet in het Bolsjoitheater in Sint-Petersburg in een choreografie van Marius Pepita op 4 februari 1877. Het ballet combineerde de exotische setting van de 19de eeuw in India met de verbazingwekkende virtuositeit van de Russische ballettechniek. Het originele verhaal  vertelt over de verboden liefde tussen een tempeldanseres en de krijger Solor.

Choreograaf Proietto verplaatst het verhaal naar de 21ste eeuw en het hedendaagse India en belicht de neokoloniale blik van het Westen op het Oosten. Structurele factoren zoals sociale en culturele normen. De bayadères zijn er nog altijd in India maar verloren iedere sociale status. De bayadère in RASA is een genderfluïde prostitué die op de grenzen van een misogyne wereld stuit. Het ballet krijgt daardoor een compleet nieuwe inkleuring. Het belicht fenomenen als gender, gemeenschap, isolatie en machtsverhoudingen. Wat uitdraait op een complete tweespalt met het oorspronkelijke werk. Tussen verleden en heden gaapt een enorme kloof. Je kunt het sociaal bestel van de 19de eeuw niet weggommen. De insteek om deze voorstelling een ‘contestatie’ te noemen is vergezocht.

In zijn choreografie combineert Proietto technieken uit het klassiek ballet met elementen uit traditionele Indische dansen en hedendaagse bewegingen.

De Zweedse componist Mikael Karlsson schreef een volledig nieuwe partituur met verschillende soorten muziek en invloeden uit alle hoeken van de wereld. Ze wordt live gebracht door het Casco Phil Orkest o.l.v. Benjamin Haemhouts. Een mooie match: de dramaturgische analyse voedde de muzikale interpretatie en vice versa. Een verrassende verschijning is de apostel van het levenslied Guido Belacanto die als tuk-tuk bestuurder optreedt. Met zijn lange grijze lokken is hij de incorporatie van een wijze man die door zijn levenservaring inzicht heeft gekregen in de kronkelende wegen  van de liefde. De monumentale trappenpartij over drie  verschillende hoogtes met tussenin kleine plateaus biedt veel speel- en dansmogelijkheden. De kostuums van modeontwerper Tamai Hirokawa mogen er zijn.

Uitvoering

Een ballet inhoud geven, spanning en ontspanning, verzet en meegaandheid, culturele achtergronden in een geconnecteerde visie is een aartsmoeilijke opdracht. Daniel Proietto wil het té goed doen. Wat podiumkunsten betreft leven we in een tijd van hybridisering, mengvormen en crossovers en daar is helemaal niets mis mee, het is meestal verrijkend, maar het publiek komt naar een ballet kijken om toch in hoofdzaak van dans te genieten.

Deel één

Deze jonge choreograaf trekt alle registers open en gaat in overdrive. Het is een hogenhuis cliché, maar less is more. Het verhaal wordt ellenlang uitgerokken en versplinterd in anekdotiek en een ratjetoe van stijlen om het geheel wat luchtigheid te geven. De robotachtig bewegende verpleegsters, de fulminerende Queen Victoria en keizerin van Indië (Zoë Ashe-Browne) die rondgereden wordt in een rolstoel, de constant orerende Faker in een retorische vloed (Matt Foley). Het wordt een beetje een pastiche. De actie en verhaallijn schiet van hier naar daar zoals een balletje in een flipperkast. Toch zitten er mooie taferelen tussen zoals het duet tussen de straatjongen Nicky die worstelt met zijn genderidentiteit (Daniel Domenech) en Solor gedanst door de charismatische Cubaanse gastdanser Osiel Gouneo in een intieme, intense interactie. Ontroerend is het kleine straatschoffie die tracht naar onderwijs en opgemerkt wil worden in de samenleving. Er is ook een knap duet tussen Solor en Gamzatti (Nicha Rodboom), die gedwongen worden te trouwen. Sonor reageert koud en afwijzend, Gamzetti onderdanig. Pas op het einde van deel één wordt er echt gedanst in een explosie van levensdrift en krijgt het geheel een cabaretachtige invulling.

Deel twee 

Helemaal los komt choreograaf Proietto toch niet van het oorspronkelijke werk. Het ‘Rijk der Schimmen’ krijgt bij hem een bijzonder intrigerende en hallucinante invulling. Solor loopt verloren tussen de witte schimmen, een technisch hoogstandje en een esthetische ervaring. Het oogt metafysisch. De figuren lopen verloren in het grensgebied waar schaduwen zich als golven bewegen in een beklijvende beeldenstorm. De doden en levenden strijken langs elkaar heen in hun komen en gaan, en heden en verleden beroeren en overlappen elkaar.

Deel drie

In dit laatste tafereel pakt hij nog eens extra uit met een waterpartij waarbij sterdanser Osiel Gouneo schittert. Ook hier weer een overvloed van beelden: een ronddartelende olifant, stieren, apen, dansers met vleugeltjes, sterk gestileerde Indische dans, uitbundige Bollywood dansers in de waterpartij, iedereen krijgt in een eclectische mix een plekje op het podium. Solor is alleen in de massa.  Stilaan druppelt het podium leeg. Wat rest zijn enkele bedelaars waar Solor tussen dwaalt en het publiek terugvoert naar de beginbeelden. De cirkel is rond.

Het publiek ziet niet langer een ‘ballet’ maar een gesamtkunstwerk dat zeggingskracht heeft en zowel op spiritueel, intellectueel als emotioneel niveau wil aanspreken en beroeren. Helemaal slaagt choreograaf Proietto daar evenwel niet in. Het geheel glipt als water door je vingers, mist spanning en sprankel. Het publiek blijft op zijn honger zitten wat voelbaar was in het beleefde maar niet direct enthousiaste applaus. Deze jonge choreograaf heeft zonder enige twijfel talent maar is nog op zoek naar zichzelf en wil té veel etaleren. Voor de dansers van Ballet Vlaanderen niets dan lof.


  • WAT:RASA (naar La Bayadère)
  • WIE: Ballet Vlaanderen,
  • CHOREOGRAFIE: Daniel Proietto
  • KOSTUUMS: modeontwerper Tamai Hirokawa
  • MUZIEK: Mikael Karlsson (componist), Casco Phil Orkest o.l.v. Benjamin Haemhouts
  • FOTO’S: © Filip Van Roe