Aki Saito: de verpersoonlijking van Oosterse elegantie en gratie. Een prachtige vrouw met een onconventioneel levenspad. Als tiener werd ze op de Prix Lausanne ontdekt door de toenmalige directrice van de Koninklijke Balletschool. De kans die haar geboden werd om haar dansstudies verder te zetten in België nam ze onverschrokken met beide handen aan.

Japan inruilen voor België moet wel degelijk een cultuurshock geweest zijn. Aki Saito is als porselein. Ze oogt breekbaar, maar is enorm sterk. In het proces naar volwassenheid ongrijpbaar getransformeerd tot een betoverende schoonheid. Met haar etherische verschijning en sierlijkheid oefende ze al die jaren een magnetische aantrekkingskracht uit op het publiek.

Partnership met Wim Vanlessen

Aki Saito en Wim Vanlessen waren voor elkaar voorbestemd: een twee-eenheid. Beiden zijn ze nu hun laatste jaar bezig bij Ballet Vlaanderen. Twee ongelooflijk getalenteerde mensen met een enorme drang naar perfectie. Als je een droom hebt en in iets gelooft en de plek vindt waar dat talent kan ontwikkelen kun je grootse prestaties neerzetten. Door de jaren heen bouwden ze een perfect partnership op. Ze hebben een unieke connectie, een zesde zintuig voor elkaar. De interactie tussen hen beiden is subliem.

Bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, nu Ballet Vlaanderen vlinderde Aki, net zoals Wim, 25 jaar tussen klassiek ballet en hedendaagse dansstijlen. Een laatste maal samen op het podium in de klassieker ‘Giselle’, maar door de Brits-Bengaalse choreograaf Akram Khan getransponeerd naar deze tijd, leek haar hét sublieme afscheid van het publiek. Hij maakte deze choreografie in 2016 voor het English National Ballet. Ze hebben trouwens illustere voorgangers. Ook het legendarische danspaar Rudolf Nurejev en Margot Fonteyn dansten ooit samen het ballet ‘Giselle’, de klassieke versie dan. Aki Saito is synoniem voor moeiteloze gratie. Ze beweegt met een intensieve subtiele zekerheid. Een verhalenvertelster in bewegingen. Elke beweging wordt neergezet met een feilloze precisie. De muziek wiegt en streelt haar.

Giselle

Ballet Vlaanderen gaat telkens op zoek naar stijlbewuste uitvoeringen. ‘Giselle’ ging op 28 juni 1841 in de Parijse Opéra in première en groeide uit tot een klassieker. Bijna 180 jaar na de première in Parijs trekt dit ballet wereldwijd nog altijd volle zalen. Elk gerenommeerd gezelschap heeft ‘Giselle’ op het repertoire.

Dans heeft een magie van de actualiteit. Akram Khan staat aan beide kanten van het spectrum: danser én choreograaf. Hij trekt parallellen als denkoefening.

Deze ‘Giselle’ ontstijgt de oppervlakkigheid en geeft het publiek stof tot nadenken. In dit absurde tijdsgewricht wordt de miserie en rampspoed op een kunstzinnige manier verbeeld in een ragfijn web van vernedering, verzet, schoonheid, liefde, wraak en vergeving. Hij herinterpreteert het beroemde ballet ‘Giselle’ als een verhaal over racisme en klassenstrijd. In een interview vertelt hij: “De instorting van het Rana Plaza in Bangladesh had een grote invloed op het schrijfproces. De grote kledingmerken die we allemaal kopen in winkelstraten worden gemaakt op zulke plekken. We wilden dit incorporeren in ‘Giselle’: de fabriekseigenaars tegenover de migranten, waaronder ook Giselle. In het klassiek-romantische ballet wordt de vrouw bekeken door de mannelijke blik: fragiel, bedeesd en lief. Ook de verschillende godsdiensten zien de vrouw als inferieur aan de man. Akram Khan maakt van Giselle een sterke vrouw.

De oorspronkelijke muziek van Adolphe Adam (1803-1856) werd opgepolijst door de Italiaanse componist Vincenzo Lamagna en kreeg een 21ste eeuwse klank. Hij leverde prachtig werk af, live uitgevoerd door het Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen o.l.v. Dominic Grier. De percussie krijgt een grote rol toebedeeld met dreigend tromgeroffel, dreunende paukenslagen en onheilspellende tonen. De onmacht van de textielarbeiders, hun angst wordt prachtig georkestreerd in een kakofonie van klanken. Lamagna stapelt klassieke instrumenten en abstracte industriële geluiden opeen in een complexe stroom van klanken, eindeloos verweven als het ballet zelf. Er wordt gespeeld met sterke contrasten. Alles klinkt harmonisch in de tedere duetten van de protagonisten. Een zeer dankbare en inspirerende compositie.

Prachtige beeldrijk ballet

Visueel ontwerper Tim Yip, zorgde voor een sober en imposant decor: een monumentale, robuuste grijze muur. Een rechte lijn die werelden scheidt, doorklieft. Het coloriet van de belichting is de hele tijd donker en diiffuus, terneerdrukkend, op een paar uitzonderingen na. De voorstelling begint met aanzwellend tromgeroffel en mensen die in onmacht tegen de muur duwen. De toegang tot de fabriek waar ze buitengesloten zijn. Hun verzet heeft geen zin. Ze laten los. Alleen hun handpalmen blijven achter.

Componist en choreograaf zorgen voor een bijzonder knappe en geïnspireerde fusie van muziek en dans. Je ziet flitsmatig tal van invloeden passeren: Ierse tapdans, Russische folk de armen om elkaars schouders geslagen terwijl ze bewegen op het levendige tempo, mannen en vrouwen vormen een kruis dat en wiel draait, sierlijke oosterse handbewegingen. Mooi zijn ook de drie concentrische cirkels die Giselle beschermen als een warme cocon.

Met simpele ingrepen bekomt Khan prachtige effecten. Hij laat waves ontstaan. Giselle wordt omhooggetild. Akrim Khan creëert inventieve beelden gelinkt aan de textielindustrie. Je ziet weefgetouwen uitgebeeld, schering en inslag. De muziek geeft de eeuwige dreun van de machines aan en de dansers benadrukken het geluid nog eens met een sterke staccato huppelpas in een slopend ritme. Als een fata morgana draait de muur om zijn as. Blijft halverwege hangen. Uit een verblindend licht stappen statig de rijkelui naar voor. Ook zij dansen: wuft en verveeld.

Giselle wordt door Hilarion, haar aanbidder die met de rijken meeheult, gedwongen te buigen voor de rijken. Ze weigert. Haar geestkracht kan niemand breken. Er beslaat een interessant spanningsveld tussen de rush van het leven, werken in een fabriek en dan de gestolen momenten tussen Giselle en Albrecht: lichtvoetig, speels en dromerig. Deze liefde mag echter niet voortduren. Hij moet zijn eigen klasse trouw blijven. Op bevel van de landheren wordt Giselle door de Outcasts omsingeld. Wanneer de groep uit elkaar valt, zien we haar ontzielde lichaam op de grond liggen. Natuurlijk wassen de rijken hun handen in onschuld en ze trekken zich terug in hun eigen wereldje. De muur wentelt om zijn as als een tsunami en laat Albrecht verweesd achter.

Na de pauze zien we Albrecht terug in een vervallen spookfabriek, waar tal van arbeiders het leven lieten. Myrtha, koningin der Wilis (de geesten van fabrieksarbeiders die op wraak zinnen voor het onrecht dat hen werd aangedaan), verschijnt en drijft Albrecht weg. Ze wekt Giselle, bevrijdt haar uit haar levenloze lichaam en verwelkomt haar in het rijk der doden. Hilarion rouwt aan Giselles graf. De Wilis omringen hem en eisen vergelding. De dreiging klinkt door in de muziek. Akrim Khan weet een onbehaaglijke sfeer te creëren door de danseressen de hele tijd op spitsen te laten lopen. Het worden langgerekte fantastische wezens. Hun lange haren worden ook in de strijd gegooid en waaieren als steekvlammen door de lucht. Het lijken Vestaalse maagden die het vuur van de haat levend houden. Met stokken slaan ze in cadans op de grond. Ze bewegen in kleine afgemeten stapjes in een strakke en functionele stijl. Vormen een dreigende kring en spiesen Hilarion als het ware op hun stokken. Hij moet het met zijn leven bekopen. Ik denk dat het zelfs voor geoefende dansers een tour de force moet zijn om zeker 30’ lang op spitzen te lopen. Op de drempel tussen leven en dood zien de geliefden Giselle en Albrecht elkaar terug. De genadeloze Myrtha dwingt Giselle hem te doorboren met haar stok. Vergevingsgezind slaat Giselle liever de hand aan zichzelf en laat haar beminde vrij in het rijk van de levenden. Giselle verdwijnt samen met Myrtha in de geopende muil van de onderwereld. Albrecht staat weer voor een muur, alleen.

Giselle’ een voorstelling die op alle fronten: choreografie, muziek, decor, belichting, inleving lof verdient en door het publiek op een verdiende minutenlange staande ovatie werd onthaald.