Ook deze voorstelling heeft als thema ‘les choses de la vie’. De choreografe brengt een ode aan het alledaagse leven en laat door de ogen van vier koppels de rijkdom van het kleine, het vanzelfsprekende zien. Diversiteit als werkpunt met dansers uit Polen, Italië, Aruba, Sicilië, Australië, Portugal, Japan en Nederland.

In deze avondvullende voorstelling laat Isabelle Beernaert haar oudste dochter  op het voorplan treden. Manon is geen fijn poppetje, maar een jonge vrouw met een stevige botstructuur, maar dat deert niet. Integendeel zelfs. De wereld is een verzameling van groot en klein, dik en dun. Het ideaalbeeld dat in zovele magazines naar voor wordt geschoven, heeft al voor veel ellende gezorgd. Manon is één brok vitaliteit en weet sensualiteit, genot en plezier in haar partij te leggen. Wel moet ze opletten dat ze in haar bewegingen geen duplicaat van haar moeder wordt.

Scenografie

Wat zeker een woord van lof verdient is het lichtplan, waarvoor Mike den Ottolander en Jasper Verhaert tekenden. Er wordt een heel kleurenpalet aangesproken van indigoblauw over rood, gele lichtcirkels, enz. Ook het kostuumdesign van atelier Noterman geeft de voorstelling iets zwierigs.

Spanningsboog

Wat ik mis in ‘Le temps perdu’ is de kracht van vernieuwing. In haar obsessieve zoektocht naar la condition humaine vervalt Isabelle Beernaert in herhaling. Wat tegenvalt in deze voorstelling is eens te meer de grote versnippering. Zoals in haar vorige voorstellingen werkt Isabelle Beernaert met nummers van zo’n viertal minuten. Prachtige Franse chansons van o.a. Leo Ferré ‘Avec le temps’, Yves Montand ‘Les feuilles mortes’, Barbara ‘Quand reviens tu’ . De tekstinhoud wordt dan nog eens extra uitgebeeld door de dansers. Trop is té veel. Interessanter is wanneer de dansers op instrumentale muziek van o.m. Olafur Arnalds, Astor Piazzolla of Bach dansen, dat vraagt een grotere emotionele betrokkenheid. Hun lichaamstaal spreekt in een affectieve expressie. Die universeel herkenbare emoties zijn veel sterker. Veel te nadrukkelijk aanwezig zijn de verstilde passages. Die mogen er ontegensprekelijk zijn, maar ook hier: trop is té veel. Het wordt te pathetisch. Ik zie een danser nog altijd liever dansen. Een van de hoogtepunten uit de voorstelling is het duet tussen Joshi Martina en Shu Hui Chan met mooie en indrukwekkende lifts. Dat levert zinderend en ontroerende dans op.

Het wordt tijd dat Isabelle Beernaert zich als choreograaf eens vastbijt in één compositie, in dialoog gaat met de muziek en er in een intelligente opbouw een coherent verhaal in één grote spanningsboog uit distilleert.

Nog in januari 2019 te zien in Vilvoorde en Genk, in februari in Gent en Zaventem en in maart in Antwerpen en Brugge


  • WAT/WIE: ‘Le temps perdu’, Isabelle Beernaert
  • WAAR/WANNEER: Stadsschouwburg Antwerpen woensdag 21 november