“In memory of Jeanne Brabants” vermeldt het programmaboekje van de gemengde balletavond waarmee Ballet Vlaanderen het seizoen 2014-15 afrondt.  De grote dame van de dans in Vlaanderen en stichtster van het gezelschap overleed in 2014 en een van haar talrijke choreografieën, de pas-de-deux “Dialoog” uit 1971 krijgt terecht een plaats in dit programma. Het  verenigt het werk van vier uiteenlopende choreografen uit vier verschillende periodes die toch met elkaar verbonden zijn door hun sterk pacifistische boodschap. Jeanne Brabants’ evocatie van verzoening na conflict past dus uitstekend in het thema van de avond.

Het is het ballet van Ricardo Amarante “In Flanders Fields” dat zijn naam aan het programma geeft, een  dansstuk in opdracht van het Ballet Vlaanderen ontworpen door de Braziliaanse danser Ricardo Amarante die sinds 2000 bij het Ballet Vlaanderen danst, in 2008 tot solist werd gepromoveerd en in de voorbije jaren verschillende balletten voor het  gezelschap choreografeerde.

Voor deze creatie liet hij zich inspireren door het beroemde gedicht van de Canadese oorlogsdichter John McCray: “In Flanders fields”  dat opent met de zin: “In Flanders Fields the poppies blow..” Voor Amarante zijn, naar eigen zeggen, de “poppies” niet zozeer een symbool van bloedvergieten maar wel van liefde “alsof de achtergelaten geliefdes eeuwig bij hun jongens willen blijven tussen de graven in de Vlaamse velden.” Dus biedt zijn neo-klassiek ballet, vooral scènes met gelukkige, onbezorgde jonge mensen die plezier maken en dansen tot … ze opgeroepen worden en sneuvelen. Maar de tussen de graven dwalende, treurende, zwart geklede geliefden veranderen in rode bloemen ( een verrassend effect) en blijven als “poppies”  bij hun geliefdes.

Het is een goed gestructureerd ballet voor groot ensemble,  levendig en soms ontroerend in een overwegend vloeiende klassieke danstaal die als zeer spontaan overkomt, met mooie groepsbewegingen en boeiende korte pas-de-deux, en daarin opmerkelijke beurten van Aki Saito en Wim Vanlessen, Nancy Osbaldeston en Gabor Kapin. Misschien is het ballet iets te lang uitgesponnen maar het is zeker aangenaam om te bekijken (kostuums Ria Van Looveren, lichtontwerp Jordan C. Tuinman) en te beluisteren (muziek Sayo Kosugi). De partituur van de jonge Japanse componiste werd degelijk vertolkt door het Symfonisch Orkest van Opera Vlaanderen o.l.v. Philipp Pointner.

Dialoog

Zij stonden ook in voor de live begeleiding van Jeanne Brabants’ “Dialoog” op muziek van Ralph Vaughan Williams. Brabants liet zich inspireren door een conflict dat ze had gehad met haar echtgenoot Bert Van Kerkhoven in 1958 (over problemen in verband met dansers, wat anders?) maar dat ze pas in 1971 tot een pas-de-deux verwerkte omdat ze, naar eigen zeggen, “de mature dansers van het Ballet van Vlaanderen nodig had”. Dit conflict tussen twee geliefden op leeftijd, hun heftig gesprek, hun vervreemding op een keerpunt van hun leven en het uiteindelijk bereikte nieuw stadium van bezonken geluk vertolkte ze in bewegingen die ook vandaag nog aanspreken. Soms streng en hoekig, dan weer gestroomlijnd, klassiek elegant maar spannningsvol, boeit de choreografie ook zonder dat je de voorgeschiedenis kent.

Ingestudeerd door Frieda Brijs, oud-soliste van het Ballet van Vlaanderen en toen zelf vertolkster van “Dialoog” werd de choreografie nu soepel en expressief gedanst door Joëlle Auspert en Yevgeniy Kolesnyk  in de oorspronkelijke kostuums en decor, ontworpen door Mimi Peetermans en belicht door Guido Canfyn.

Edvard Munch

Het is op de indrukwekkende “Sinfonia da Requiem” van Benjamin Britten dat Jiri Kylian, een van de allergrootste choreografen van de tweede helft van de 20ste eeuw zijn ballet “Forgotten Land” schiep (1981). Het Ballet Vlaanderen danste het voor het eerst in 2010 en koos het nu als opening voor het gemengde programma. Dit niet verhalend ballet voor twaalf dansers  geïnspireerd door een schilderij van de Noorse expressionist Edvard Munch blijft altijd weer fascineren en sterke gevoelens oproepen. Het is een magistrale choreografie voor zes paren over menselijke emoties, verloren waarden en verloren tijd, sober maar indringend in Kylians typisch eigen, uiterst expressieve danstaal, in een sfeervol kader en kostuums in aansprekende kleuren (John Macfarlane). Het is een quasi ononderbroken, stuwende beweging die begint en eindigt in momenten van rust met dansers die, de rug naar het publiek gekeerd, naar een verre horizon stappen. Altijd weer ontroerend en spannend en uitstekend vertolkt door de principals en solisten van het ensemble.

Maatschappijkritisch

Zelfs tachtig jaar na zijn première blijft “De Groene Tafel” van Kurt Jooss “het eerste en beste maatschappijkritische dansstuk uit de westerse theaterdans” een dansmonument. Gecreëerd in 1932  is deze aanklacht tegen de oorlog ook een satire op de politici en jammer genoeg nog altijd actueel. De danstaal van Jooss vermengt elementen van de toenmalige moderne dans met de klassieke danstechniek in bewust sober gehouden bewegingen zodat het geheel nooit overdreven pathetisch overkomt. Daarover waakte Jeannette Vondersaar die als enige deze choreografie mag instuderen en met de dansers van het Ballet Vlaanderen (dat “De Groene Tafel” reeds sinds 1973 in het repertoire heeft) een sterk aansprekend geheel realiseerde in de originele decors, kostuums, maskers en lichtontwerp van Hein Heckroth en Hermann Markard.  De partituur van F.A. Cohen werd door Albina Skvirskaya en Geert Callaert uit twee piano’s getimmerd. De dansers van het ensemble, aangevoerd door de indrukwekkende Dood van Sébastien Tassin en de soepele Vaandeldrager van Toshiro Abbley deden het prima. 

Nog even een kanttekening : Jeanne Brabants studeerde bij Kurt Jooss en wou als jonge danseres graag deel uitmaken van zijn ensemble, wat het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verhinderde. Dat Jooss’ werk ook deel uitmaakt van het programma, aan haar opgedragen, zou ze zeker fijn gevonden hebben.