‘Genesis’, het woord komt voor in verschillende contexten: geboorte; 1ste boek van de bijbel beginnende met het scheppingsverhaal; wording, ontstaan of oorsprong van een zaak én creatie. Dit laatste dekt volledig de lading. Complexiteit en broos evenwicht vormen de basis van deze unieke dansvoorstelling. Een samengaan van symmetrie en esthetica. 

‘Genesis’, het woord komt voor in verschillende contexten: geboorte; 1ste boek van de bijbel beginnende met het scheppingsverhaal; wording, ontstaan of oorsprong van een zaak én creatie. Dit laatste dekt volledig de lading. Complexiteit en broos evenwicht vormen de basis van deze unieke dansvoorstelling. Een samengaan van symmetrie en esthetica. 

Sidi Larbi Cherkaoui leidt een bijzonder creatief en energieverslindend leven met als rode draad een bijzonder samenhorigheidsgevoel met andere culturen én dansstijlen. Hij werkt constant over de landsgrenzen heen. Zijn actieradius kent gewoon geen grenzen. Scheidslijnen worden weggevlakt en uitgegomd. Dans bestaat over de hele wereld in parallelle versies. Door zijn oeuvre loopt een rijgdraad van genialiteit. Dat andere gerenommeerde en getalenteerde dansers met hem willen werken is eigenlijk een evidentie.

Zijn familienaam betekent: komende uit het Oosten. De lokroep uit het Oosten blijft een inspiratiebron voor hem. Deze keer was het Yabin Wang die riep vanuit Beijing (Peking). Wang is een getalenteerde choreografe en danseres, opgeleid in zowel ballet als hedendaagse dans, bekroond met prestigieuze nationale prijzen. Een danseres die alles heeft: schoonheid, gratie, elegantie en techniek. Ze is tevens artistiek directeur van het door critici veel geprezen ‘Yabin & her Friends’, met gastchoreografen uit Azië, Europa en de VS. Bij cinefielen is ze bekend als de danseres in de adembenemende drumdanssequens in Zhang Yimou’s ‘House of Flying Daggers’. Wang en Cherkaoui hebben gedurende vier jaar elkaars projecten opgevolgd tot ze klaar waren om met elkaar aan de slag te gaan.

Beide kleppers legden hun ideeën met een paar trouwe dansgezellen samen. Sidi Larbi Cherkaoui wordt gekoesterd in Antwerpen en zorgt steevast voor uitverkochte zalen. In Antwerpen leeft een grote Chinese kolonie, ook zij waren nieuwsgierig wat de samenwerking tussen beide artiesten zou reveleren.

construeren en deconstrueren

Cherkaoui heeft een beetje zijn eigen geschiedenis in de voorstelling verwerkt. Als kind had hij een zwakke gezondheid en kwam meermaals in contact met het ziekenhuis. De scène oogt clean en steriel. Drie witte muren. Een koud en mysterieus universum. In het midden een doorzichtige constructie als de takken van een boom. De dansers, in witte doktersjassen en een mondmasker, lopen er in rond als de pulserende levenssappen van een boom of een nooit eindigende tredmolen.

Een van de geliefkoosde werkwijzen van Sidi Larbi Cherkaoui is construeren en deconstrueren. Hij is niet alleen op zoek naar de verkenning van de ruimte met het lichaam, maar ook met volumes. Die worden als moleculen uit elkaar gehaald en in een andere constellatie weer samengesteld, doen dienst als gangen, nissen, stolpen…  De maakbare wereld.

Wat ik jammer vind en in tegenstelling tot andere producties is dat hij de dans te veel naar zijn eigen idioom toetrekt. Er blijft weinig over van het Oosters mysterie op een paar uitzonderingen na. Toch zijn er bijzonder knappe taferelen in de voorstelling. Een dode wordt in een lijkzak op een brancard aangevoerd. De zak wordt opengeritst en het ontzielde lichaam wordt als een marionet bespeeld en weer tot leven gewekt. Op een ander moment ligt de focus op de handen. In een ingenieus samenspel worden het bloemen, wuivende zeeanemonen. Bijzonder knap, mooi en feeëriek is het gejongleer met glazen bollen die als kleurrijke vederlichte zeepbellen gemanipuleerd worden. Verstilling met een trilling van beweging. Als een aureool rond een vrouwengelaat geschikt. Door de belichting gloeit een warme, gedempte waas van weelde. Het lichte en speelse wordt ontkracht wanneer de bollen door de zwaartekracht zwaar op de grond ploffen.

Elke danser krijgt in de loop van de voorstelling de kans om zich solo te bewijzen. De groepschoreografieën met verschillende tempi spreken evenwel het meeste aan. Ook impressionant zijn de beide Chinese dames  die niet alleen dansen met lijf en leden maar hun mooie lange zwarte haren mee betrekken in hun bewegingen.

Waar S.L.Ch. ook telkens mee uitpakt is de uiterst originele en meeslepende muziek. Centraal staan de muzikanten Barbara Drazkowska aan de piano, Kaspy Kukosa Kuybuka aan de gitaar en Manjunath Chandramouli op de Indische mridangam-trom. Naast de live-begeleiding en zang is er de elektrische partituur van Olga Wojciechowska.

Een voorstelling bij wijlen van een iriserende en verblijdende schoonheid, maar toch niet de sterkste uit het parcours van Sidi Larbi Cherkaoui.