Na West, een productie met choreografiën van Merce Cunningham, William Forsythe en Jonah Bokaer en de klassieker Spartacus (met een schitterende Wim Vanlessen) presenteert Ballet Vlaanderen nu East met werk van de Bengali-Brit Akram Khan, de Israëlier Ohad Naharin en een creatie van artistiek directeur Sidi Larbi Cherkaoui.

Kaash van Akram Khan in tegen een mooie kleurachtergrond van Anish Kapoor opent de avond en blijkt achteraf het hoogtepunt van de opvoering te zijn. Kaash, wat blijkbaar betekent: “Als ik in die richting was gelopen in plaats van in deze richting, wat zou er dan veranderd zijn?”  is volgens Khan geïnspireerd door de mythologie van het hindoeïsme maar in de eerste plaats een onderzoek naar beweging. Wat er ook van zij, deze choreografie op de dwingende ritmische muziek van Nitin Sawhney  voor elf dansers (vijf vrouwen en zes mannen) houdt je in zijn greep. Het is een zeer krachtige, fysieke dans op blote voeten door vrouwen en mannen in zwarte pakjes en lange rokken, in groep, opgesplitst of individueel met een grote zeggingskracht. Of er een verhaal verteld wordt, weet ik niet maar het is ook onbelangrijk. Je kijkt gefascineerd naar deze streng  opgebouwde choreografie,  meer dan voortreffelijk uitgevoerd als één grote stuwende kracht die je in de greep houdt.

Dat kan ik niet zeggen van Secus een dansstuk van Ohad Naharin in zijn bijzondere Gaga-stijl gebaseerd op improvisatie en het rijke inbeeldingsvermogen van de dansers. In hedendaagse  sport- en vrijetijdskledij (kostuums Rakefet Levy) evolueren de dansers over het toneel, in grote groep, kleine formaties of individueel  volgens Naharins Gaga-principes. Die worden uitgebreid in het programma uitgelegd maar of  het publiek in de zaal daar veel aan heeft, is een andere zaak. Volgens Naharin combineert Secus een strikte choreografie met schijnbaar ongecoördineerde bewegingen en testen de dansers hun grenzen door bewegingen te creëren gedefinieerd door kracht en snelheid. Daarin krijg je, op een mix van muziek,  onder meer rijen dansers te zien die in rijen naar voor kome, een stukje van hun tv-shirt opheffen, een bepaalde beweging maken of hun achterwerk ontbloten.  Wat mij betreft:  een oninteressant en veel te lang nummer dat bovendien niet paste in dit programma.

Voor Cherkaoui’s  creatie Requiem op muziek van Gabriel Fauré en Wim Hendrickx is er voor het eerst  een echte samenwerking tussen de twee luiken van  operaballet Vlaanderen  aangezien naast de dansers ook zangers en de leden van het koor en kinderkoor van de opera  op de scène staan, het geheel muzikaal geleid door koordirigent Jan Schweiger. In een decor ontworpen door Sidi Larbi Cherkaoui en Fabiana Piccioli en weinig flatterende kostuums van Greta Goiris, creëerde Cherkaoui wat hij een vloeiend gebed noemt dat door de dansers doorgegeven wordt. In de programmabrochure kan je lezen hoe hij zijn choreografie heeft opgevat, dat hij in de figuur gedanst door Aki Saito (de enige van de hele avond op spitsen) eigenlijk de dood ziet en dat het decor (opeengestapelde raamkozijnen) ramen op een visie en tegelijk enge visie van de wereld voorstellen. Maar op de door het decor enigszins beperkte ruimte, af en toe ook nog gevuld door de koorleden, wordt dat alles niet erg duidelijk. Dansers komen en gaan in dikwijls onoverzichtelijke drukke groepen  en het is moeilijk daar een lijn ,structuur of betekenis in te ontdekken. Er zijn mooie solobeurten van o.m Wim Vanlessen , Nancy  Osbaldeston, Alain Honorez en Juliet Burnett te onderscheiden en het hele ensemble geeft zich ten volle maar dat volstaat niet.

Voor zijn bewerkte versie van Faurés Requiem behield  componist Wim Hendrickx het kleinschalige en wat donkere timbre van Fauré maar koos wel andere instrumenten waaronder de Midden-Oosterse quanum (een klankbord met snaren eroverheen) in plaats van de harp. Aan het gemengd koor, bariton en sopraan voegde hij een kinderkoor toe en voor de sopraan voorzag hij naast de bekende solo Pie Jesu nog een lange weeklacht.  Die werden  gevoelvol vertolkt door Amel Brahim-Djelloul. Bariton Simon Schmidt  was minder overtuigend maar koor en kinderkoor deden het prima, evenals het Hermes Ensemble.  Om Hendrickx’ compositie muzikaal volledig naar waarde te schatten is beslist een tweede aparte  beluistering nodig.


  • WAT: East
  • WIE: Bengali-Brit Akram Khan, Ohad Naharin, Sidi Larbi Cherkaoui
  • WAAR: Opera Gent
  • WANNEER: 21 maart 2017 – nog opvoeringen in de Opera in Antwerpen vanaf 12 april
  • FOTO’S: Filip Van Roe