Mitten wir im Leben sind / Bach 6 Cellosuiten

Bach heeft nooit kunnen bevroeden dat zijn muziek zo inspirerend zou zijn voor choreografen. De 6 Suites voor cello getuigen dan ook van een uitzonderlijke virtuositeit. Zoals in een interview met Anne Teresa De Keersmaeker met dramaturg Jan Vandenhove te lezen staat: “Er is geen andere componist die zo het gevoel van ‘belichaamde abstractie’ weergeeft. Hij maakt het goddelijke menselijk en het menselijke goddelijk”.  Met andere woorden: hemelse muziek verbonden met de navel van de wereld.

In deze productie komen twee grootheden uit de dans en de kamermuziek, Anne Teresa De Keersmaeker en cellist Jean-Guihen Queyras, samen. Er is de componist en dan de uitvoerders, tussen deze drie is er een sterke geestverwantschap.

Bach schreef deze Suites in de periode dat hij zijn eerste echtgenote verloor. Variaties in verschillende tempo’s met een verschillende sfeer waar iedereen mee te maken krijgt in zijn levensloop ‘Mitten wir im Leben sind’. Een soort kringloop. Muziek van een overweldigende schoonheid, puur en onversneden. Een goudader. De noten zijn bij elke uitvoering hetzelfde, maar elke uitvoering klinkt anders door het spel met de dansers en de wisselwerking met het publiek.

Jean-Guihen Queyras

Je hebt extraverte en introverte vertolkers. Jean-Guihen Queyras weet de ziel van de compositie te  vatten, beheerst de partituur als geen ander en bespeelt op magistrale wijze een cello van Gioffredo Cappa uit 1696, hem ter beschikking gesteld door het Mécénat Société Générale. Hij weet in zijn beheerste vertolking gevoelsdiepte te leggend en volwassen intensiteit. Het instrument geeft zich over aan zijn lichaam, zijn aanraking. Hij speelt vol zelfvertrouwen. Zijn lange vingers glijden over de snaren. Heel zijn lichaam lijkt mee te trillen met de snaren van zijn cello. Elke variatie, elk van Bachs’ thematische transformaties brengt een andere beweging teweeg. Wisselingen van mineur tot majeur, vreugde en tristesse. Een bezwerende seance. De uitvoeders delen de liefde voor muziek en beweging. Eenvoudig in de leesbaarheid of net heel ingewikkeld. Beknopt samengevat: kundig, geraffineerd, evenwichtig.

Opbouw

In de eerste suite speelt Queyras met de rug naar het publiek. Anne Teresa De Keersmaeker werkt met vier dansers, drie mannen: Bostjan Antoncic, Julien Monty, Michaël Pomero en één vrouw Marie Goudot en  danst zelf ook mee. Als choreografe gaat ze naar de wortels, de kiem van de compositie. Zij introduceert de dansers telkens bij het publiek. Elke danser staat centraal in één van de Suites. Ze verkennen de ruimte: hoog, laag, links, rechts, diagonaal, eng, breed, tollen rond en kunnen de verplaatsingen, de figuren, de passen dromen. Die zitten als het ware in hun geheugen gebeiteld. De creatieve energie kolkt door de ruimte.

Bij wijlen luisteren de dansers zelfs naar het geluid van de stilte of dansen zonder muziek op de golven van hun gemoed verder. Daarbij schiet me een uitspraak van de auteur David Mitchell te binnen, hij noemt Bach een perfecte masseur van de stilte. Op de theatervloer staan de meetkundige verhoudingen met krijt getekend die voor elke suite met gekleurde plakband aangevuld worden met diagonalen. Eerst klein, naarmate de tijd vordert groter en ruimer. Bij elke nieuwe Suite verandert Queyras van plaats en ook van positie, dan met het gelaat côté cour, front, côté jardin, op het laatste weer pal naar het publiek gericht, maar helemaal achteraan op de scène.

Bij de  mannelijke dansers is er een zekere logheid in hun bewegingen. Eén en al al sprankel is de uitvoering in Suite drie van Marie Godot. Elke noot geeft een puls: een stap, een sprong, een handbeweging, een handstand. Licht als een veertje vlindert ze over de scène in een complete symbiose met de muziek en de choreografie. Niet alleen ik ervaarde deze uitzonderlijke cohesie. Vanuit het publiek kwam menig ‘Bravo’. Haar vertolking is als het ware de incorporatie van het ABC van Anne Teresa De Keersmaeker. De choreografe komt telkens in compliciteit de protagonist vervoegen. Zo brengt ze in Suite drie, samen met Marie Godot, een reidans die doet denken aan hoofse hofdansen. Er is ook een reiken naar elkaar. Zeer subtiel: vingers die elkaar bijna aanraken zoals in een van de beroemdste werken van Michelangelo ‘De Schepping’ in de Sixtijnse kapel.

Heel de choreografie zit vol met intrigerende bewegingen, iedere denkbare variatie van ontstuimig tot omzichtig. Stappen is de eenvoudigste beweging die iemand door de ruimte voert, soms aarzelend, dan weer voluit.  Maar het hele gamma aan beweging wordt aangeboord in geometrische patronen, hét dansvocabularium van de choreografe.

Bijzonder mooi is Suite nummer vijf waarbij Jean-Guihen Queyras in bijna complete duisternis speelt. Dit is ook de partij van Anne Teresa zelf. Ze danst als een dolende ziel in en uit de lichtbundel en op het einde volgt een innig duet met Bostjan Antoncic. In de zesde en laatste Suite vervoegen alle dansers elkaar. Bewegingen uit eerdere Suites  worden weer hernomen in een fascinerend spel van vorm en harmonie. Op de laatste tonen vleien de dansers zich vol aanvaarding en overgave rond Queyras op de grond: hun taak is volbracht.

Een voorstelling die je helemaal opslorpt zowel auditief als visueel. De ingenieuze architectuur, de dansante ritmiek en tijdeloze schoonheid van de muziek blijft beroeren. De visualisering van Anne Teresa De Keersmaeker vervolledigt  het plaatje. Muziek die inwerkt op je psyché, een helende kracht heeft,  en je met een vredig gevoel huiswaarts laat keren.


  • WAT: Mitten wir im Leben sind / Bach6Cellosuiten
  • WIE: Anne Teresa De Keersmaeker & Jean-Guihen Queyras & Rosas
  • WAAR & WANNEER: deSingel zondag 20 januari
  • FOTO’S: © Anne Van Aerschot en © Peter Hundert