Data om even bij stil te staan

Het seizoen 2019-2020 krijgt bij Ballet Vlaanderen een upgrade. Er zijn speciale data te vieren. De compagnie werd 50 jaar geleden op de rails gezet door Jeanne Brabants, de grande dame van de dans in Vlaanderen/België. Een artistiek stoutmoedige vrouw die baanbrekend werk verrichtte.

Met vaak beperkte middelen, maar een tomeloze wilskracht en inzet, schreef ze geschiedenis. Choreografen uit het internationale circuit werden aangetrokken om haar nalatenschap in goede banen te leiden en conform de tijdsgeest verder te ontwikkelen: Valery Panov, Robert Denvers, Kathryn Bennetts, Assis Carreiro én Sidi Larbi  Cherkaoui.  Inmiddels, leidt de internationaal bevraagde choreograaf van eigen bodem, Sidi Larbi Cherkaoui, al vijf jaar het gezelschap én ging een samenwerkingsverband aan met Opera Vlaanderen. Hij creëert een repertoire dat niet alleen grenzeloos is, maar open en genereus.  Dans die op grote schaal resoneert en het bezoekersaantal kon verdubbelen. Was het Koninklijk Ballet van Vlaanderen in oorsprong puur klassiek georiënteerd, met Kathryn Bennetts werd het spectrum verruimd. Sidi Larbi Cherkaoui exploreert die koers verder  en verweeft niet alleen cultureel uiteenlopende referenties maar ook de diversiteit aan dansvocabularium. De pluraliteit van bewegingstalen vormt het fundament van zijn programmatie. Via zijn internationaal netwerk haalt hij rechten binnen van iconische choreografieën. De kwaliteit en originaliteit van de stichtster en van de man die nu aan zet is moet niet in twijfel getrokken worden, raffinement is troef. Dans, een passie van beiden.

Jeanne Brabants <> Sidi Larbi Cherkaoui

Elke choreograaf zorgt voor een verandering van energie in de ruimte. Sidi Larbi Cherkaoui en Jeanne Brabants, twee iconische performers die hun gewicht in goud waard zijn. Een avondvullend programma met werk van beiden resulteert in een creatieve boost.  Muziek en dans is hun brandstof en ontsteking. Telkens  nieuwe energie aanboren. Jezelf en de andere ontmoeten en uitdagen. Twee rasartiesten met een eigen cultuur en specifieke opleiding, wat een kruisbestuivende impact heeft. Ze behoren beiden tot de trotse  kaste van dansers die zeer uiteenlopende en niettemin complementaire eigenschappen in zich verbindt. Ook de muziek van deze double bill verenigt twee groten: Heinrich Schütz en Johann Sebastian Bach. Het is laveren tussen renaissance en barok. De magie van ontmoetingen over de gehele lijn.

Cantus Firmus, muziek  J. S.Bach, choreografie Jeanne Brabants

50 jaar geleden zag de wereld er heel anders uit. De danswereld in Vlaanderen stond nog in zijn kinderschoenen. Jeanne Brabants opende een heel nieuwe wereld. Voor deze choreografie liet ze zich inspireren door  de muzikale techniek van de cantus firmus, waar Bach een absolute meester in was. Voor de scenografie tekende John Bogaerts  en voor de kostuums Mimi Petermans. Een duo dat destijds de producties in de KNS kleur en sfeer gaf. Hun werk oogt nog altijd fris. Bogaerts koos voor een sober maar knap scènebeeld. Een evocatie van een orgel: twee gebogen buizen met draden tussen gespannen die allerlei vormen kunnen aannemen. Wat de kostumering betreft spat de kleur van het podium. Mimi Petermans tekende felrode jurken met blote rug en uitwaaierende panden. Twee mannen gaan in het zwart gekleed. Het koppel dat de pas de deux danst, Nancy Osbaldeston en Viktor Banka, in het wit. Het kleurenspectrum is bijna de Belgische driekleur.

In vergelijking met wat we vandaag de dag op choreografisch  en dansant vlak te zien krijgen is Cantus Fractus bijna statisch te noemen. Jeanne Brabants die onder meer opgeleid was in het Duits expressionisme en bewonderaarster was van Martha Graham kleurde ook al buiten de lijntjes van de klassieke canon en introduceerde moderne elementen in haar choreografie. Sommige bewegingen doen Oosters aan, andere doen denken aan aerobicoefeningen. Het duet oogt braaf, lief, speels en idyllisch. Het geheel is eerder abstract. Jeanne Brabants ging voor eenvoud en formele perfectie. ‘Cantus Firmus’ programmeren is een hommage aan de oorsprong van het gezelschap.

B’Rock Orchestra en sopranen Amaryllis Dieltiens en Alice Foucroulle, alten Margareta Slepakova en Jan Wouters, tenoren Tarik Bousselma en Peter De Laurentius en bassen Jonathon Adams, Arnout Malfliet, Harry van der Kamp en Pieter Stas onder leiding van Bart Naessens zorgen voor live begeleiding.

Mea Culpa

Muziek H. Schütz, Diomedes Cato, Tister Ikomo, Biagio Marini & Kaspy N’Dia, choreografie Sidi Larbi Cherkaoui

Sidi Larbi Cherkaoui creëerde deze choreografie in 2006 voor Les Ballets de Monte-Carlo. Toont hij in zijn werk vaak een harmonieuze wereld die hoop voor de toekomst uitstraalt, in dit werk focust hij op de keerzijde en is niet bang van controverse, zonder choquerend te zijn. In zijn oeuvre komt steeds terug dat de wereld een lappendeken is van culturen en religies, van mensen met een goede en kwade inborst, van slachtoffers en daders. In ‘Mea Culpa’ zoomt hij in op ‘Welke erfenis hebben onze voorouders achtergelaten?’. De vermenging van correlatie en causaliteit.

Een choreografie bedenken is zeilen op de zeeën van de realiteit en verbeelding. Hij liet zich inspireren door het oratorium ‘Die Sieben Worte Jesu Christ am Kreuz’ van Heinrich Schütz, een ideaal dramaturgisch plaatje. Hij haalde bij deze herwerking ook Congolese muzikanten aan boord. Zij bieden een muzikaal antwoord op de muziek van H. Schütz.

Het spanningsveld ligt van begin tot eind hoog, getuigt van een geweldige intensiteit vol stemmingswisselingen. Het is een waanzinnige energie die vrijkomt. Cherkaoui verdiepte zich in het koloniale verleden van België:   verdeling, hiërarchie, verovering, uitbuiting, slavernij. Het is geen vrijblijvend werk. Wel een open blik wat het koloniale verleden van België betreft om discussie en kritische reflectie te stimuleren, om meningen en ideeën met elkaar te confronteren.

De voorstelling opent op een lege scène in absolute stilte met de Broken Man, gestalte gegeven door Joseph Kudra. Een gezond lichaam wringt zich in onmogelijke bochten en refereert naar een geradbraakt lichaam dat hulpeloos wordt. Als tegengewicht wordt een gehandicapt Afrikaans meisje geprojecteerd dat zich op krukken voortbeweegt. Fascinerend en huiveringwekkend tegelijkertijd. Dan trekt de voorstelling zich op gang. Het scènebeeld doet veel vermoeden. In de fond een immense schroothoop. Côté cour drie enorme stapels boeken.

Grijs- en zwarttinten zo hard als steen en zo zacht als een schaduw maken de hoofdmoot uit. Mannen wervelen over de scène als bladeren die door rukwinden in tollende bewegingen op de grond vallen, weer opwaaien en terugvallen. De ambivalentie tussen het blanke en donkere ras wordt prachtig gestalte gegeven in de scène ‘Erbarm dich mein, o Herre Gott’ door Land lady Drew Jacoby en Daniel Ralph Mfaya, de male servant. Wat een duet. Inventief en technisch virtuoos! De tweespalt wordt extra gevisualiseerd door de kostuums van Karl Lagerfeld.

Het huispersoneel boent de vloeren. De upper class verliest zich in decadente feestjes, mannen ten dienste van vrouwen en vrouwen die mannen als speelbal in hun macht hebben en dumpen. Cherkaoui realiseert weer prachtige beelden die moeilijk onder woorden te brengen zijn. Lichamen worden meubelstukken. Hij introduceert ook Afrikaanse percussie en zang. Blanke mannen die zich aan Afrikaanse ritmes wagen. Cherkaoui beweegt zich als een jongleur in alle milieus en culturen.

Een dronken man zwalpt over de scène. Dames laten hun hondje uit. Een man wordt ook aan een lash vastgemaakt en maakt bokkesprongen om weer vrij te raken. Cherkaoui weet op een magistrale wijze drama en lichtvoetigheid te proportioneren. Er zijn parlando’s waarbij de danseressen op pointes lopen en zo de link met het klassiek ballet leggen. Ook in een wervelende wals zijn er raakpunten.

Elk stukje is evenwaardig, een volmaakt plaatje van energie en synergie. Beelden op de achterwand tonen kerken en woningen met een riant interieur. De schrijnende discrepantie tussen de upper class en de locals.  De spanning tussen de protagonisten is gekanaliseerd in evenwicht. De sfeer als geheel: een op de dansvloer vibrerende, aanstekelijke  choreografie  met fonkelende accenten. Dans vol wezenlijke authenticiteit en wereldwijd raakpunten  heeft.

Ook hier zorgen B’Rock Orchestra en zangers voor de soundscape.

Het publiek was duidelijk onder de indruk van deze aanklacht en honoreerde de indrukwekkende cast met een minutenlange staande ovatie.


  • WAT: Brabants / Cherkaoui – Cantus Firmus versus Mea Culpa door Ballet Vlaanderen (gezien voorstelling: première)
  • WIE: Ballet Vlaanderen, B’Rock,
  • WAAR & WANNEER: Opera Vlaanderen Antwerpen, zondag 20 oktober 2019
  • FOTO & FILMBEELD: © Opera Ballet Vlaanderen