Yorgos Loukos, directeur van het Ballet de l’Opéra de Lyon, bedacht deze unieke triple bill. Drie vrouwelijke hedendaagse choreografen, drie boegbeelden uit de danswereld met heel wat emotionele, artistieke en intellectuele affiniteiten, treden aan met elk hun eigen inzicht, aanvoelen en interpretatie van ‘Die Grosse Fuge, opus 133’, het meesterwerk dat Ludwig van Beethoven in 1825 componeerde.

De compositie heeft een groot aantal uiteenlopende ritmes met een expressieve intensiteit. Prachtige muziek om mee aan de slag te gaan voor choreografen en die inspiratie geeft voor beeldende structuren. De esthetische waarde van deze triple bill komt voort uit de verschillende interpretaties. De navelstreng die hen bindt, is dans. Als je in iets gelooft, iets goed kunt, moet je op die lijn blijven en dat doen de dames consequent in al hun werk.

La Grande Fugue op.133’, opname 2016 Orchestre de l’Opéra de Lyon, dirigent Bernhard Kontarsky – choreografie: Lucinda Childs

Lucinda Childs (°1940, New York) creëerde in 2016 dit ballet voor het Ballet de l’Opéra de Lyon. Dit op 76-jarige leeftijd nog presteren, verdient respect. Voor de scenografie, licht en kostuums tekende Dominique Drillot. Rechts in de fond staat een soort paravant met een vlindermotief dat uitwaaiert in grillige motieven. Met de spots erop levert dat een mysterieus en diffuus lijnenspel op. Dit komt evenwel zeer schaars aan bod. De scène oogt lichtgrijs, de dansers: zes paren, zijn gekleed in lichtblauwe/lichtgrijze tinten en dansen blootvoets. Lucinda Childs staat bekend om haar minimalisme. Deze choreografie helt meer over naar klassiek ballet. Het geheel mist sfeer door de kleurvoering en de strakke constructie met figuren die regelmatig terugkeren met lichte variaties waardoor een zekere monotonie ontstaat. Alleen op het laatste komen de danseres in wat warmer licht te staan, wat het geheel opkrikt. Deze choreografie komt door de bedachtzame aanpak eerder saai over, wat niets afdoet aan de puike prestaties van de dansers.

Die Grosse Fuge op. 133’, opname 2006 Quator – choreografie: Anne Teresa De Keersmaeker

Anne Teresa De Keersmaeker (°1960) is de jongste choreograaf van het gezelschap. Zij leverde de voorbije decennia baanbrekend werk met haar gezelschap Rosas. Haar choreografie dateert van 1992 en staat op het repertoire van het Ballet de l’Opéra de Lyon sinds 2006. Het scenebeeld is compleet donker. Enkele gloeilampen dalen uit de toneeltoren naar beneden. De acht dansers, mannen en vrouwen, zitten mooi in een zwart maatpak met wit hemd. Eén danseres stelt zich centraal op en puurt meteen meer emotie uit de muziek. Een dynamische uitvoering zoals we van De Keersmaeker gewend zijn, subliem gearticuleerd in een transfiguratie van de muziek en met bewegingen in een onweerstaanbare voortstuwing. Deze choreografie roept beelden op van levenslustige kinderen met een tomeloze energie. Lopen, huppelen, springen, vallen en weer opstaan in een aaneenschakeling van horizontale en verticale spiralen. De Keersmaeker durft ook de tijd te nemen om pauzes in te lassen en de focus te verleggen. Zoals men in het Frans zegt: “Reculer pour mieux sauter“.

De interpretatie van Anne Teresa De Keersmaeker omvat een combinatie van elementaire kracht en sprankelende spontaniteit. Het tempo van de dansers schikt zich naar de contouren van de expressieve elementen in de muziek. Hun energie is aanstekelijk. De beheersing blijft en het effect is prachtig. Scenografie: Jean-Luc Ducourt, decor en licht: Joris Lamers, kostuums: Rosas.

Grosse Fugue op. 133’, opname 1968 Quartetto Italiano – choreografie: Maguy Marin

Choreografe Maguy Marin werd in 1951 geboren in Toulouse uit Spaanse ouders. Vijf jaar na de creatie van ‘Grosse Fugue’ in 2001 met haar eigen gezelschap, werd deze studie ingestudeerd door het Ballet de l’Opéra de Lyon. Deze choreografe kiest ervoor om de aanwezige bezieling in de muziek in het donker eerst gedurende een minuut intens te laten doordringen bij het publiek. Wanneer het doek opengaat, spurten vier danseressen in oranjerode kleedjes de scène op. Hun uitbundigheid stokt meteen, de bewegingen lukken niet zo goed. De aanzet is er wel, maar wordt nooit afgewerkt. Ze proberen hun plekje te vinden: aftastend, hortend met zo nu en dan een eruptie. Ze buigen als het ware onder hun lot en lopen verloren in de wereld. Met subtiliteit en verbeelding komt Marin zo tegemoet aan de tragiek die in deze compositie verscholen zit. Via een empathische interpretatie dringt ze op een rijkgeschakeerde, tragikomische manier door tot de essentie van de muziek vol dramatische contrasten. De dans is delicaat, vol onmacht, van een poëtische tristesse die ontroert en soms ook een lachje ontlokt. De meisjes gaan maar door, almaar heftiger als in een soort delirium, tot ze neerstorten. Een choreografie van een virtuoze finesse en boetvaardige nederigheid ten overstaan van de prachtige muziek. Kostuums en licht: Chantal Cloupet.

Aan de slag met hetzelfde muzikale materiaal leverde dit drie uiterst contrastrijke uitvoeringen op, getuigend van een grenzeloze vrijheid, flexibiliteit en improvisatie. De eigen charme en dynamiek van elk maakte dit tot een boeiende uitvoering.


  • WAT: Ballet ‘Trois Grandes Fugues’ op muziek van Ludwig Van Beethoven (1770-1827)
  • WIEBallet de l’Opéra de Lyon
  • CHOREOGRAFIEËN: Lucinda Childs, Anne Teresa De Keersmaeker en Maguy Marin
  • WAAR: deSingel, Antwerpen
  • WANNEER: donderdag 8 februari 2018
  • FOTO’S: © Stofleth