In de triple bill, waarmee Sidi Larbi Cherkaoui het seizoen ‘Rien ne va Plus’ opent, legt hij de lat zeer hoog. Naast een choreografie van hemzelf,  nodigde hij twee wereldvermaarde choreografen uit, mooi verdeeld een vrouw en een man. Op eigenzinnige wijze spinnen ze hun draden rond het thema ‘redding’. Elk met hun eigen expressieve bewegingsvocabularium, de ene al rijker en expressiever dan de andere.

De selectie is al even coherent als eclectisch, even degelijk als curieus. Wat overduidelijk uit dit programma spreekt is dat Sidi Larbi Cherkaoui van Ballet Vlaanderen een allround compagnie wil maken. Niet alleen sterk in klassieke dans, maar ook bedreven in de nieuwste aspecten van dans. Kathryn Bennett zette het ballet al op dit spoor. Cherkaoui gaat rigoureus op deze ingeslagen weg door en laat nieuwe cycli van de danskunst aan bod komen. De zeer uitgebreide ervaring en techniek van de klassiek geschoolde dansers maakt Ballet Vlaanderen tot een uiterst sterke compagnie die over de hele lijn indruk maakt door virtuositeit.

L’oiseau de Feu

De voorstelling gaat van start met L’Oiseau de Feu’ Oorspronkelijk een ballet in twee delen op basis van een oude Russische legende. In 1909, op vraag van Serge Diaghiliv, gecomponeeerd door de jonge Igor Stravinsky voor les Ballets Russes, choreografie Mikhael Fokin.  De eerste opvoering vond plaats in Parijs in juni 1910. Het werd een spraakmakende voorstelling die  meteen de betekenis van Stravinsky’s muziek in de 20ste eeuw bevestigde. Béjart maakte er in 1975 een eigen interpretatie van. Ook Sidi Larbi Cherkaoui liet zich verleiden door de narratieve context. Het is merkwaardig hoe kunstenaars die een andere klank- en beeldtaal ontwikkelen elkaar toch weer vinden en versterken. Het scènebeeld is  indrukwekkend: voor het decor tekende scenograaf Willy Cessa, voor de kostumering werd de bekende couturier Tim van Steenbergen ingeschakeld. Complementaire kunstenaars  met het oeuvre van Cherkaoui. L’Oiseau de Feu wordt wel eens Sidi Larbi Cherkaoui’s meest klassieke choreografie genoemd, aanleunend bij het origineel maar met overduidelijk zijn signatuur. De hertaling van het oorspronkelijke ballet sluit aan bij verschillende mythologische verhalen. Gecreëerd in 2015 voor Ballet Stuttgart werkt Larbi zijn choreografie verder uit voor de dansers van het huis. De hele tijd behoudt hij de absolute controle. De openingsscène is buitengewoon mooi. De scène baadt in een donkerrode lichtgloed. Een aantal rechthoekige decorelementen staan in een halve cirkel opgesteld. De twee middelste schuiven uit elkaar. Een vrouw ‘de Vuurvogel’ schrijdt  naar buiten. De vleugels zijn ragfijne meterslange voiles. Met theatrale intelligentie gebruikt Cherkaoui de ruimte optimaal. De zwaartekracht wordt op een vederlichte en poëtische manier mee in de voorstelling opgenomen, als extra dimensie, door het spel met de kleurrijke voiles. Het corps de ballet danst ermee over de scène, wikkelt ze rond haar lichaam als een soort cocon. Materiaal en vorm sluiten deze keer perfect op elkaar aan en maken indruk door de schoonheid en sereniteit. De creatieve energie kolkt over de scène. Wim Vanlessen, als Ivan, is één en al concentratie en overgave en zet weer een straffe prestatie neer vol subtiliteit en verfijning in de beweging. Ook Nancy Osbaldeston bewijst opnieuw haar uitzonderlijke talent. Er vindt een uitwisseling van energie plaats tussen beiden. Het eerste deel is vrij ingehouden. De decorelementen wisselen van plaats en in het tweede deel draaien ze om hun as. De spiegels aan de binnenzijde refereren naar kristallen, maar spiegels staan ook voor introspectie, voor een innerlijke zoektocht. Het publiek krijgt zo een bijna voyeuristische inkijk op het innerlijke van de personages. Het tweede deel krijgt meer punch en de inkleuring van de scène wordt donker, met als feeëriek contrast witte veertjes die neerdwarrelen. Als de tovenaar en zijn volgelingen Ivan willen overmeesteren, roept hij door middel van de veer de hulp in van de Vuurvogel. De mythische vogel betovert de tovenaar door hem in een wilde dans te laten uitbreken, totdat hij van uitputting neervalt.  De  Ivan-figuur transformeert ook. Vanuit een extatische solodans, die aanzwelt tot een stormachtige climax, wordt een nieuwe figuur geboren. Muziek, decor, belichting, kostumering, dans: alles past geraffineerd bij elkaar. Klassiek ballet met een hedendaagse touch.

De muziek van Igor Stravinsky wordt live uitgevoerd door het Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen o.l.v. Philippe Pointer.

Ten Duets on a Theme of Rescue

In Ten duets on a Theme of Rescue (2008), oorspronkelijk gemaakt voor het New Yorkse Ceder Lake Ballet, gaat de Canadese choreografe Chystal Pite, op zoek naar universele emoties op het thema van ‘redding’. In een fascinerend nevelig schemergebied, belicht door enkele spots dansen meestal een paar dansers korte sequenties op een bevreemdende soundscape. Elk van de duetten is iets meer dan een minuut lang. Zeer corporele sequenties: grillig, soms guitig en dan weer getuigend van mededogen. Een choreografie als een klein verfijnd juwelendoosje. Een vinnige dansstijl, die bij het publiek aansloeg.

The Heart of August

De Marokkaans–Canadees Edouard Lock, oprichter van het gezelschap La La La Human Steps, waarmee hij zich internationaal op de kaart zette, creëert voor Ballet Vlaanderen een nieuw werk in twee delen. The Heart of August is het eerste deel. De muziek gecomponeerd door de Britse componist Gavin Bryars wordt live op de scène uitgevoerd door het HERMESensemble, het Antwerps collectief voor hedendaagse muziek en kunst. Het tweede deel van deze wereldcreatie wordt later op het seizoen gebracht.

Lock beschouwt de dans als een relatief complex en niet totaal verstaanbaar uitdrukkingsmiddel. Hij houdt ervan grenzen op te zoeken en met rigoureuze structuren te werken in een compleet vernieuwende bewegingstaal. Hij is ook de lichtdesigner van dienst en creëert met de belichting een soort grillige architectuur. Hij focust op het contrast licht en schaduw. De dansers moeten het licht opzoeken. De lichtbundels floepen aan en uit, dan weer hier, dan weer daar. Daardoor moeten ze telkens veranderen van dansrichting. Op een bepaald moment lijken de lichtbundels een spinnenweb waardoorheen de dansers zich omzichtig een weg banen.

Deze choreografie is een aaneenschakeling van extreem gecompliceerde bewegingszinnen. Gecontroleerde, quasi ongecontroleerde handelingen in een bijna onnavolgbaar associatievermogen, met souplesse en precisie uitgevoerd. De bewegingen hebben iets robotachtig, het geheel iets sardonisch en bij wijlen hedonistisch. De mannen draaien veel pirouettes, de danseressen dansen op pointes. Op de vervormde tonen van de Blauwe Donau van Johann Strauss wordt niet gewalst maar met zwaarte en lichtheid hyperkinetisch ingevuld. De jonge  danser Juliano Nunes levert weer schitterend en opgemerkt werk. Een bijzonder knappe en veelzijdige danser. Ik vind het een beetje verwonderlijk dat hij nog altijd deel uitmaakt van  het corps de ballet!

Met respect voor de complexiteit en de virtuositeit waarmee The Heart of August uitgevoerd wordt, duurde deze choreografie een tiental minuten té lang om te blijven boeien. Pits die er af, kill your darlings, en over deze choreografie en wereldcreatie, met een meesterlijke scènebelichting en bijzonder veeleisend voor de dansers, zal nog veel inkt vloeien.

Deze triple bill, met een mix van dansstijlen vormde een boeiend parcours met elk hun eigen vocabulaire: gaande van onbegrensde poëzie en symboliek, over intrigerend en organisch. Het was een voltreffer om het seizoen mee te starten.


  • WAT: L’oiseau de Feu
  • WIE: Igor Stravinski, Choreografie: Sidi Larbi Cherkaoui
  • WAAR: Opera Vlaanderen, Antwerpen
  • WANNEER: 19 oktober 2017
  • Foto‘s: ©Filip Van Roe