Artistiek leider van Ballet Vlaanderen, Sidi Larbi Cherkaoui pakte voor zijn  eerste productie uit met een eclectisch samengesteld programma. Een debuut waar iedereen met hooggespannen verwachtingen naar uitkeek. Zou hij de bakens verzetten? De dansers van Ballet Vlaanderen demonstreren met verve hun veelzijdigheid in een patchwork van klanken, kleuren en beweging.

Het programma werd wél nog grotendeels door zijn  voorgangster Assis Carrero samengesteld  met werk van de Nederlandse choreograaf Hans Van Manen  op muziek van Bach en Schumann én een choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui ‘Faun’ op muziek van Debussy. Sidi Larbi Cherkaoui vond het een interessante oefening om de lijn verder te trekken. Een componist uit de 18de eeuw, een uit de 19de en een uit de 20ste eeuw. Hij voegde er nog een van de 21ste eeuw aan toe. Dat werd dan Arvo Pärt. De dansers reizen als het ware doorheen de muziekgeschiedenis gestuurd door twee baanbrekende choreografen in een spel van verschil en verwantschap en een perfect uitgebalanceerde double bill.

Four Schumann Piece

De avond opent met werk van Van Manen op muziek van Robert Schumann, het Strijkkwartet in A, opus 41, nr 3. Het geheel start met een korte en dromerige introductie. Principal, de Hongaar Gabor Kapin,  prachtig in het wit uitgedost staat centraal op de scène. Een danser met een sterke présence die met gemak het hele podium inneemt. Van Manen heeft de muziek van alle kanten bekeken, doorgrond en uitgediept. Hij beheerst alle registers en speelt op de verbeelding. Net zoals in de muziek zitten er nogal wat herhalingen en spiegelingen in zijn choreografie. Gabor Kapin blijft de spil van het geheel. Vijf dansparen completeren het geheel. De koppels spreiden vaak de armen diagonaal in de lucht, waarbij een zweem van Oost-Europese volksdansen doorschemert. Van Manen haalt hier werkelijk alles uit de kast. Er zijn ensemble sequenties, twee vrouwen met één man, man/man. Het geheel is een weerspieging van menselijke relaties in het eeuwige spel van aantrekken en afstoten. Deze choreografie is de meest klassieke van de avond met een schare topdansers. Het werk van Van Manen raakt nog lang niet ondergeschoffeld of vergeten. Hij creëerde het in  1975 voor het Engelse Royal Ballet. Hij is een langbloeier.

Faun, muziek Claude Debussy en Nitin Sawnhey

‘Faun’ piekte en ademt van begin tot eind meesterschap. Een fragiel kleinood, een choreografie vol spontane dynamiek en grillige vormen waarin de homo ludens het menselijke beestje exploreert. Philippe Lens is geen gespierde danser, eerder rank van leden.  De ideale fysiek voor deze partij. Het is als een rups die uit zijn cocon komt of een klein aapje dat nog wankel op zijn poten de wereld verkent. Verrukking over de hele lijn. Het KBvV danste dit werk voor het eerst in 2012. Muziek van Claude Debussy, toegevoegde muziek Nitin Sawhney. De hoogste vorm van kunst is misschien het creëren van iets nieuws met de schijn van iets vertrouwds. Er was alleen maar genie voor nodig –of simpeler- wat op hetzelfde neerkomt, meer intelligentie, meer kracht om door de obstakels heen te breken, het oeuvre te doorgronden.

‘Prelude à l’apres-midi d’un faune’ is een symfonisch gedicht voor orkest, gecomponeerd door Claude Debussy. Het stuk, dat ongeveer tien minuten duurt, geldt als een hoogtepunt van het muzikale impressionisme en verwierf vooral bekendheid door de balletuitvoering van Vaslav Nijinsky uit 1912. Deze dans behandelde het seksueel ontwaken naar een gedicht van Stéphane Mallarmé. Sidi Larbi Cherkaoui maakte dit gelegenheidswerk, een alternatieve kijk op de mythische solo van Nijinski,  in het kader van een soirée gewijd aan Diaghilev, getiteld ‘In the Spirit of Diaghilev’,  en georganiseerd door het Londense Sadler’s Wells. Zijn versie duurt iets langer  dan het origineel,  15’ in totaal, door een muzikale ingreep van Nitan  Sawhney. Volledig origineel zijn is niet mogelijk, maar de combinatie van invloeden en visies creëert iets nieuws. Als een soort alchemist maakt Sidi Larbi Cherkaoui van alles dat hij aanraakt goud. De totaalindruk is minimalistisch en warm. Het doek schuift open, de muziek zet ragfijn aan, de danser zit gevangen in een lichtbundel en magic happens: je wordt als toeschouwer van de eerste aanblik, van de eerste noot  meegevoerd in een uniek universum. De wereld verzinkt, de focus ligt geheel en al op wat er op het podium gebeurt. Eén danser op een immense scène gevangen in een witte lichtbundel. Een lichaam dat de muziek incorporeert. Muziek komt tot leven.  De bewegingstaal doet denken aan een diertje dat net geboren is en de mogelijkheden van zijn ledematen verwonderd uitprobeert. Reikt naar het licht. Zelfzekerder wordt en het ruime podium bespeelt en verkent. Dan verschijnt de nimf, gedanst door Nicola Wills, warm omhuld door als goud gesponnen lichtstralen. In complete synchronisatie bewegen ze over de scène. Afwachtend. Om elkaar heen draaiend. Tot ze elkaar vinden. Twee entiteiten die versmelten, over elkaar krioelen, in een kluwen van armen, benen en handen. Zoals Johan Dijkstra het ooit formuleerde: “ Wat is kunst? Kunst is alles geven, alles durven, alles zeggen, alles doen… Kunst moet gestolde emotie zijn. Iets dat vlammend is, ongeremd vrijmaken.”   Sidi Larbi Cherkaoui verstaat de kunst om op een fijnbesnaarde manier erotiek en seks in een dans te verweven zonder een zweem van vulgariteit. De drift van de ontluikende seksualiteit krijgt gestalte in de aanzwellende muziek. In de fond vermoed je door het diffuse licht een bos dat stilaan meer profiel krijgt zoals bij de morgenschemering wanneer de nacht oplost in de dageraad. De ‘faun’ en ‘nimf’  schitteren in deze etherische pas de deux waarin tegelijk de oerkrachten doorschemeren.  Als ze uit de zinnebeeldige coïtus loskomen blijf je ook als publiek een beetje verweesd achter, uit pure spijt dat dit arcadische verhaal gedaan is.

Solo, muziek J. S. Bach – Partita nr. 1 voor viool in b mineur

In ‘Solo’, gaan drie mannelijke dansers Toshiro Abbley, Brent Daneels en Arne Vandervelde in een wervelwind van energie aan de slag met werk van Bach. De choreografie van Van Manen maakt enkel gebruik van de courante en double (in presto-tempo) van Bachs eerste partita. In een razendsnelle tempo wisseling, met vooral virtuoos voetenwerk, ijlen ze over het podium. Het is een onweerstaanbare krachtmeeting van drie mannenlijven. Het dansplezier en de muziek slaan vonken. Hun pittige aanbreng activeert een weldadige warmte bij het publiek.

‘Fall’ Arvo Pärt (wereldpremière) Fratres en Spiegel im Spiegel

Het tweede deel werd helemaal ingenomen door de nieuwe choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui ‘Fall’ op de hypnotiserende muziek van de Estse componist Arvo Pärt. Soms dringt het echte leven het creatieproces binnen. Sidi Larbi Cherkaoui liet zich inspireren door de tijd van het jaar. De natuur als een levend en inspirerend archief, het vallen van de bladeren, zoals de titel ‘Fall’ van de choreografie het aangeeft. Creativiteit is de connectie zien buiten de gewone orde der dingen. Het is een rijke sensuele choreografie, complex en interessant. Zéér fysiek met veel lifts en rolbewegingen van schouders en knieën. Als bladeren op de adem van de wind bewegen de lichamen  van hoog naar laag. Wervelen in spiralen rond elkaar in een deinende zee van beweging, waarbij de onwaarschijnlijke souplesse van de dansers op de voorgrond treedt. Er is constant interactie. Een vloeiend gebeuren dat resulteert in de poëzie van het lichaam. Deze choreografie vereist echt het onderste uit de kan van de dansers.

De choreograaf speelt met een minimum aan decor en een maximum aan verbeeldingskracht. De drie wanden zijn ingepakt in een witte stof die opbolt door de wind en verkleurt in rode tinten  zoals de natuur. Een drukke choreografie waar je eigenlijk ogen voor te kort komt. Drift naast beheersing. Het samenspel van de dansers is verbluffend. Visueel prachtig en virtuoos gedanst.  Maar… een beetje té druk om memorabel te zijn. De dansers van Ballet Vlaanderen kregen de steun van gastdansers Matt Foley en Kozuki Kazutomi die reeds langer  vertrouwd zijn met de werkwijze van Sidi Larbi Cherkaoui.

Nog te zien op do. 5, vr 6, zo 8°, di 10 nov. om 20.00u /°15.00u in Opera Antwerpen, wo 18 nov. Cultuurcentrum Hasselt, vr 18dec De Spil Roeselare