Choreografe Marlene Monteiro is van Kaapverdische oorsprong, de tropische archipel voor de kust van West-Afrika. Al op jonge leeftijd begon ze te dansen. Via filmpjes leerde ze dansstijlen kennen waar ze geen weet van had. Een nieuwe wereld ging voor haar open. Samen met vrienden bricoleerde  ze voorstellingen in elkaar.

Op 18-jarige leeftijd kon ze met een studiebeursprogramma naar Lissabon gaan studeren. Ze ging naar een lichamelijke vorming- en sportuniversiteit met een dansafdeling. Het was niet wat ze zocht. Na een eerste jaar maakte ze de overstap naar de Escola Superior de Dança in Lissabon. Daarna zette ze haar opleiding verder bij P.A.R.T.S.  Een school is voor haar een plaats van transitie, een doorgang, waar je zoveel mogelijk moet zien op te pikken. Overal werd ze geconfronteerd met verschillende esthetieken.  Bagage opdoen, je rugzak vullen.

Bagage, geen mens die er niet wordt door belemmerd, en toch zouden we door die bagage niet zijn wie we zijn. Dank zij al die verschillende invalshoeken ontwikkelde Marlene Monteiro haar eigen stijl en bewegingstaal: expressionistisch, ritmisch, carnavalesk.

Decor en soundscape

Bij het betreden van de zaal word je meteen in een kakofonie ondergedompeld. Bizar ogende personages, waaronder een blinde ziener, gehuld in plastic operatieschorten evolueren over de scène, gevangen in een filmlint. Tegen de lichte fonddoek tekenen zich de donkere silhouetten af van een hele batterij microfoons en muziekstandaards en enkele leuningloze stoeltjes. Door de hele voorstelling wordt vindingrijk omgesprongen met deze accessoires.

Van zodra je al die elementen in je opgenomen hebt wordt de focus verlegd naar 5 trompetblazers, herauten, die in gelid van achter in de zaal naar het podium schrijden. De gestructureerde muziek wordt onderbroken door een muzikant die begint te improviseren. Daarmee is de  toon gezet. De muzikanten worden, naast de 7 dansers, actief in het spel opgenomen. Ze produceren mooie harmonische klanken, maar je oren worden net zo goed gegeseld met hoge uithalen en dissonanten. Bacantes, naar Euripides (406 jaar voor Christus) is niet alleen een spectaculaire klank- en luisterervaring ook de choreografie stoomt. Al is bij wijlen de logica  ver te zoeken in de geordende chaos.

Ook de humor, die zowel fysiek als beeldrijk is, weet choreografe Monteiro tussendoor te laten sprankelen. De vertoning zit vol paradoxen.  Wat komt het filmpje met de geboorte ertussen doen? De camera staat pal op de vagina van een Aziatische vrouw gericht. Ze is helemaal gefocust op haar kind ter wereld brengen. Het moment van de geboorte is nakend. Heel geordend spreidt ze een plastiek over het bed, wat kranten er over, dan handdoeken. Helemaal teruggetrokken in haar cocon, perst ze, zonder gedoe, het kind uit haar lichaam. Een peutertje van 3 à 4 jaar volgt, met de neus op de feiten, geïnteresseerd het hele gebeuren.  Waarom dit ertussen zit ontgaat mij compleet. Het staat ook haaks op de rest van het spektakel.

De verbeelding van Monteira is onuitputtelijk: de muziekstandaards en micro’s worden in de loop van de voorstelling omgetoverd in vislijnen, typemachines, kinderfietsjes, geweren, roeispanen, een zweep, viool, dwarsfluit, een penis in erectiemodus… Niets nieuw onder de zon. Regisseur Walter Tillemans pakte daarmee al in  Lysistrata van Aristophanes  uit, eind de jaren ‘60 van vorige eeuw.

Materiaal een genereuze plaats toe bedelen in de ontwikkeling van het verhaal heeft raakvlakken met de vaak modulaire scenografie van Sidi Larbi Cherkaoui.

Stuntwerk is de danser die verrast met buikdans en die even later met een fles water op het hoofd een heupwiegende Byoncé imiteert. Bij de koorsequenties in het werk van Euripides gaan muzikanten en dansers op een hilarische manier tegen elkaar in het verzet.

Naar het einde toe passeren tal van klassieke werken: Morgenstimmung van Edvard Grieg klinkt even door, dan weer Aranjuez mon Amour van Joacquin Rodrigo en de ultieme energie van muzikanten en performers/dansers wordt samengebald in de Bolero van Maurice Ravel in een muzikale orgie. Hier is dan weer een link met het oeuvre van Béjart. Gezeten op stoeltjes passeren al de bewegingen uit die iconische choreografie de revue.

Bacantes schippert tussen meeslepend, sputtert, valt stil, om dan weer te pieken.   Een choreografe met durf en lef, maar die de juiste balans nog moet weten te vinden om een voorstelling van begin tot eind boeiend te houden.


  • WAT: ‘Bacantes – Prelúdio para uma Purga’
  • WIE: Dans: Marlene Monteiro Freitas
  • WAAR & WANNEER: deSingel, 13 september 2018
  • FOTO: © Filipe Ferreira