‘Puz/zle’ – Sidi Larbi Cherkaoui

Puz/zle, Sidi Larbi Cherkaoui, deSingel

‘Puz/zle’, choreografie Sidi Larbi Cherkaoui, is eens te meer een betoverende en virtuoze voorstelling. Een beroezende ervaring mede door de prachtige zang van de Corsicaanse polyfone groep A Filetta en de Libanese zangeres Fadia Tomb El-Hage. Het is pure magie. 

‘Puz/zle’, choreografie Sidi Larbi Cherkaoui, is eens te meer een betoverende en virtuoze voorstelling. Een beroezende ervaring mede door de prachtige zang van de Corsicaanse polyfone groep A Filetta en de Libanese zangeres Fadia Tomb El-Hage. Het is pure magie. Een kunstenaar op zoek naar rede, harmonie en schoonheid met artiesten van wereldniveau.

In deze verstoorde en uitzichtloze wereld maakt Cherkaoui een scherpe analyse van mens en situatie. We lopen ons in de ratrace van het leven allemaal voorbij. Organisatie en flexibiliteit zijn dé modewoorden. Of m.a.w. schuiven en passen om werk, gezin en vrije tijd in elkaar te  puzzelen. Cherkaoui trekt het spectrum nog breder open naar vroeger en nu. Hij maakt voorstellingen over dingen die aan de orde zijn. Om zijn verhaal visueel te illustreren gebruikt hij in ‘Puz/zle’ grote platte vierkante volumes en kleinere kubussen die bouwstenen worden van muren, tempels, beeldhouwwerken, monumenten. Zijn verbeeldingskracht en het uitpuzzelen van formaties en beelden lijkt onuitputtelijk. De stenen sculpturen verwijzen naar de steengroeve van Boulbon, nabij Avignon, waar de première plaatsvond op 10 juli 2012.

Het publiek dat de zaal betreedt wordt direct auditief geprikkeld door het geluid van keien die uitgestort worden. Op de scène staat een centrale kubus met daaromheen enkele rechtopstaande  volumes. Op de middelste kubus wordt een lege museumzaal geprojecteerd, met een eindeloos perspectief van deuren. Meteen van bij de aanvang wordt de toeschouwer in het verhaal gezogen. De dansers willen deze zaal betreden maar lopen zich te pletter tegen de muur.  De kubus transformeert in een trap die de dansers bestijgen. Ze rollen in slow motion naar beneden. Gaan weer naar boven en gaan dan op een lijn, achter elkaar op een trede in het midden van de trap zitten. Hun bovenlijven worden wiegende zeeën. Mooie poëtische beelden. Maar niet alles is gratuit. De trap wordt een muur (er zijn reminiscenties ten overvloede). Het gros van de dansers staat er bovenop. Een verdwaalde figuur beukt per toeval tegen de muur, één danser valt naar beneden. Een gedeelte van de muur opent zich als de doos van Pandora, biedt zicht op de man in een put, en sluit weer. Van bovenaf wordt de man in de kuil gestenigd. De keien worden gerecupereerd en in een diagonaal op de scene gelegd. Alle dansers nemen in elke hand een kei. Dan ontvouwt zich een van de mooiste fragmenten uit de voorstelling. Fadia Tomb El Hage is een van de weinige zangeressen die meester is in de vocale technieken van zowel de Oosterse als Westerse zang. Haar repertoire reikt van klassieke Arabische muziek over muziek uit de Europese Middeleeuwen tot en met  hedendaagse muziek. Met haar hypnotiserend stemgeluid brengt ze hier Arabische muziek ten gehore: een nobele zang, gesofistikeerd en melismatisch. Deze zang vergt een sterk ontwikkeld en uitgebalanceerd register van hoog naar laag en sterke techniek. Deze oude liederen hebben tegelijk religieuze en seculiere, christelijke en islamitische bronnen. Kenmerkend: het is a capella, zonder instrumentale begeleiding, maar een vocale sonore ondersteuning wat A Filetta met glans invult. De lichamen van de dansers bewegen in golfbewegingen als rietstengels in de wind. Bewegingen die ontdubbeld worden. De centrale figuur krijgt meerdere armen zoals de goden in het Hindoeïsme. Op het laatste krijgt de zang  begeleiding van de keien die de dansers boven hun hoofden ritmisch tegen mekaar slaan. De zintuigen worden overstelpt met beelden en klanken. 

Tijdens het construeren van elk nieuw volume, verlegt Cherkaoui de focus van het publiek door twee dansers of een solist aan het werk te laten. Met de kubussen worden zuilen gecreëerd met een dak er op, waar een vrouw op plaats neemt. Op een bepaald moment worden de zuilen weg gemept. Vier mannen torsen het dak en de vrouw. Een bijzonder mooi beeld dat doet denken aan de Griekse tempel met de kariatiden of Atlas die in de Griekse mythologie de wereld torst. De minst geslaagde fase is een stemmenorgie, waar een invloed van William Forsythe in doorschemert en minder aansluit bij de gehele configuratie.

 

Bij de opbouw van de laatste constructie, een monument voor helden gevallen in de strijd, is Cherkaoui ook niet vies van wat humor. Met een hamer en beiteltje worden lichamen tot de juiste stand en proporties herleid. Tijdens weer een van die indringend vertolkte  liederen van Fadia Tomb El-Hage en A Filetta komen de lichamen op het standbeeld tot leven. Eerst met een summier trillen van de hand, vervolgens het rollen van het hoofd en armbewegingen, als reiken ze naar het leven.

Het eindbeeld van de voorstelling is beklijvend: de dansers verdwijnen tussen de stenen. Het laatste en ietwat lugubere beeld dat op het netvlies blijft gebrand zijn handen die  uit de graven omhoogsteken.

Bewuste dag trakteerde de Antwerpse Haven haar personeel op een culturele avond. Daar zullen heel wat mensen onder geweest zijn, die nog nooit een voet in deSingel, laat staan en theater gezet hebben. Het was mooi om de impact van de voorstelling op het publiek te zien: ontroerd en laaiend enthousiast. De cast kreeg een staande ovatie die minutenlang aanhield. Sidi Larbi Cherkaoui werd door zijn dansers op de scène  gehaald. Met zijn kleine, pezige gestalte bedankte hij het publiek en trok zich onmiddellijk terug en liet de eer aan zijn dansers en vocalisten. Bescheidenheid siert de allergrootste.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: