Puccini’s klinkende vanitas: Il trittico

Met Giacomo Puccini’s Il trittico brengt De Munt een drieluik over de geneugtes en de spanningen van het leven. De drie eenakter opera’s – Il tabarro, Suor Angelica en Gianni Schicchi -, zijn stuk voor stuk interessante tableaus. Il tabarro handelt over verboden passie, verlangens en pijn. Suor Angelica brengt het spirituele en het menselijk in confrontatie met elkaar. Gianni Schicchi is een Dantesk blijspel met hebzucht en liefde als centrale pijlers. Drie prachtige verhalen, gebracht door De Munt onder leiding van dirigent Alain Altinoglu.

Il tabarro, Suor Angelica en Gianni Schicchi

Vanitas betekent zoveel als “ijdelheid en leegheid”. Dit kijkt terug op de vergankelijkheid van het leven, iets wat een duidelijk rol speelt in het drieluik van Il trittico. Alle drie de stukken hebben een organisch verloop waarbij de protagonisten altijd een speelbal lijken van het noodlot. Puccini creëerde Il trittico in de periode van 1918 als een drieluik van verisme-opera’s. Verisme, oftewel de realistische opera waarbij klank en verhaal nauw bij de realiteit van het de tijd staat, gaat hand in hand met de menselijke, psychologische ondertonen van Puccini’s muzikaal werk. De drie werken zijn conflicten in spiritualiteit, liefde en psychologische machtspelletjes. De werkelijkheid achter drie zulke verhalen maakt van Il trittico ook een muzikaal spel waarbij de toeschouwer kan geraakt worden. Er spreekt niets zo luid als een verhaal gedrenkt in de realiteit van het leven. Puccini’s meesterwerk brengt drie zo’n taferelen.

“Ditemi voi, signori…”

Met deze woorden spreekt Gianni Schicchi, hier vertolkt door bas-bariton Péter Kálmán, het publiek aan als slotstuk van Il trittico. Er valt veel te zeggen over de uitvoering en regie van De Munt, want er was zo’n verscheidenheid tussen de tableaus dat het aanvoelde alsof men in een museum naar drie verschillende schilderijen stond te kijken. Het een schokkende pop-art (Il tabarro), het ander een religieus Memento mori-tafereel (Suor Angelica), en het ander een soort boerentafereel van Pieter Bruegel de Oude (Gianni Schicchi). Dit zijn maar snelle vergelijkingen, maar ik wil benadrukken hoe fascinerend en verscheiden deze muzikale eenakters gebracht werden. Tobias Kratzer (regie) en Rainer Sellmaier (decors en kostuums) hebben in het samenbrengen van de drie verhalen een Tour de Force geleverd.

(c) Matthias Baus

Il tabarro

Mensen die bekend zijn met de Amerikaanse stripauteur Frank Miller zullen direct de Sin City hints in het decor herkend hebben. Sterke contrasten in kleur, bloedrode letters, een dreigende leegte die het publiek achtervolgt, het was allemaal aanwezig. In dit deel was iedereen van de cast als een stripfiguur, vocaal lopend achter zijn of haar noodlot. De stemmen waren dus ook sterk en gewaagd. Om toch een kleine tip te geven: contralto Annunziata Vestri is interessant om in te gaten te houden als La Frugola. Haar interpretatie van het bizarre personage vocaal gaf een gevoel van onbehagen, maar tegelijkertijd van fascinatie. Als begin was Il tabarro een sterk startpunt.

Suor Angelica

Puccini’s favoriet deel van Il trittico vertelt het verhaal van een mysterieuze zuster. Tijdens de eenakter ontsluiert zich het noodlot achter Suor Angelica’s tragisch verleden. Voor deze productie heeft De Munt gewerkt met een combinatie van filmprojecties en de fysieke ontplooiingen op het podium. Een geslaagd idee, want de uitvoering van Suor Angelica vraagt vaak een zuiverhuid om de psychologische onderlaag bloot te kunnen leggen. Less is more is hier zeker van toepassing. De mezzosopraan Raehann Bryce-Davis, hier te zien als La Zia Principessa, brengt een enorm sterke vocale interpretatie. Het is heel gemakkelijk om een eenzijdige karikatuur te maken van de harteloze vrouw, maar in haar stem klinkt hier vooral de stem van traditie die Suor Angelica (sopraan Lianna Haroutounian) tot waanzin drijft.

(c) Matthias Baus

Gianni Schicchi

Het slotstuk van Il trittico is een blijspel, een moraal beeld van liefde en hebzucht. De Munt neemt hier het gewaagde besluit om het publiek ook te laten zetelen op het podium zelf. Welk effect dit heeft op de klankervaring laat ik in het midden, maar het is alvast een fascinerende kans voor een toeschouwer. Gianni Schicchi is duidelijk een ensemblestuk, met in het midden Puccini’s eigen versie van de geslepen, maar komische Falstaff: Gianni Schicchi (Kálmán). Wat vooral in deze productie werkt is hoe de stemmen bijna karikaturaal klinken, altijd op het scherp van de snede. Een keuze die past bij het uitvergrote beeld van deze eenakter. De slotwoorden, zoals eerder vermeld, zijn gericht aan het publiek: vertel nu maar wat er allemaal te zien is geweest, en wat waarheid is, wat verdiend is, of juist niet!

(c) Matthias Baus

Il trittico brengen in zijn geheel is voor elk operahuis een uitdaging. Het is oftewel een schot in de roos, of niet. De productie van De Munt heeft met zijn fascinerende keuzes en sterke stemmen iets neergezet dat nog lang zal nazinderen. Voor wie dit fascinerend nog niet heeft kunnen aanschouwen: zeker doen! Bravo De Munt!

WAT: Il trittico: Il tabarro, Suor Angelica & Gianni Schicchi (1918), Giacomo Puccini (1858-1924)

Waar:  De Munt

Wanneer:  15/03/2022

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: