Prima la musica poi la choreografia

Een verwijzing naar de titel van Salieri’s eenakter vat de voorstelling van de productie die Anne Teresa de Keersmaeker maakte van Cosí fan tutte mooi samen. Mozarts muziek wint de hoofdprijs in een uitvoering waarbij regie bestaat in een choreografische uitbeelding van wat de muziek ons vertelt. Logisch misschien voor een kunstenares, die in de eerste plaats choreografe is.

Deze productie kende haar première in de Parijse Opéra in januari 2017. Jan Vandenhauwe was daar toen dramaturg en hij brengt ze nu als artistiek directeur in zijn eigen operahuis, OperaBallet Vlaanderen.

Wat schreef Mozart met het dramma giocoso Cosí fan Tutte: een lichte opera over een ironische grap met partnerruil? Of een tragische opera over afscheid en verlaten? Deze vraag blijft de aantrekkingskracht van dit werk. Het is ook deze vraag die Anne Teresa De Keersmaeker in die mate fascineerde, dat ze besloot haar choreografiekunst te verruimen tot operaregie.

De derde Da Ponte opera van Mozart

In de zomer van 1789 wordt in Wenen Le Nozze di Figaro hernomen en het succes van de opvoeringen leidt naar een nieuwe opdracht, waarschijnlijk van keizer Jozef II zelf.

Lorenzo Da Ponte is de librettist en het wordt Mozarts derde en tegelijk laatste opera op een libretto van Da Ponte. De première heeft plaats in januari 1790 in het Weense Burgtheater.

Het is een heel rechtlijnig verhaal met een beperkt aantal personages, 2 koppels en het intrigantenduo Don Alfonso – Despina.

Hoewel een “dramma giocoso”, is het toch niet zo’n opbeurend verhaal.

Wat als spel begint, wordt immers wrede waarheid, zij het met een open einde.

De opera is als volgt samen te vatten:

Don Alfonso daagt de mannen Ferrando en Guglielmo uit hun verloofdes te testen op hun trouw. De twee gaan er zelfverzekerd op in maar moeten op het einde van de beproeving vaststellen dat de vrouwen, Fiordiligi en Dorabella zich inderdaad door een ander laten inpakken – en dan nog door hun respectieve verloofdes!

Natuurlijk wordt de cynische grap op het einde onthuld, maar het blijft onduidelijk of de originele relaties hersteld worden.

Hanne Roos (Despina) en Annelies Van Gramberen
Anna Pennisi (Dorabella) & Edwin Crossley-Mercer (Guglielmo)

Verdubbeling personages

Het is niet de eerste keer dat Anne Teresa De Keersmaeker zich aan opera waagt. Ze maakte al een – niet erg positief onthaalde – productie in de Munt van Verdi’s vroege opera I due Foscari. Dat was in 2003, ondertussen dus al lang geleden! Ze wilde het ongetwijfeld over een andere boeg gooien en haar talent als choreografe meenemen in het operaproject. Haar oplossing is elk personage een dubbelganger als danser te geven. Elke partij is dus ingevuld met een zanger en een danser. Meer lichamelijkheid op de scène tonen en de taal van de zangers verderzetten in beweging van dansers, moet de gevoelens waartussen de twee koppels heen en weer slingeren meer expressie geven. Of het spel van aantrekking en afstoting daarmee intenser uiting krijgt, is toch maar de vraag. De confrontatie tussen de zangers wordt immers ook meermaals afgezwakt, want al is het alfabet van hun lichaamstaal helder en sierlijk, vaak zijn de bedoelde accenten stereotiepe bewegingen. De symmetrie tussen beide als uiting van gelijkaardige gevoelens, gaande van liefde, vastberadenheid, twijfel, angst, verontwaardiging, spijt is vaak veeleer overbodig. Met zangers die zoveel acteertalent hebben als degene in deze voorstelling, biedt de choreografie in meer gevallen afleiding van de essentie dan net een versterking ervan. De beginscène is daarvan al meteen een sterk voorbeeld. Na de korte ouverture komen alle personages met de spiegelende dansers op de scène in een halve kring (een kring die terugkeert als afsluiten van de cirkel net voor de “slotmoraal” Fortunato l’uom che prende). De uitdaging van de sluwe Don Alfonso aan de twee heren om de trouw van hun geliefden te testen, verliest meteen een deel van zijn scherpzinnigheid, dan wanneer ze zich als weddenschap tussen de drie heren afspeelt. Soave sia il vento is zonder meer muzikaal een van de mooiste afscheidspassages in het operarepertoire en verdubbeling door  choreografie is evenmin  meerwaarde als de aria Come scoglio zo vastberaden en trefzeker gezongen wordt als hier door Katarina Persicke. Pluspunt is wel dat  Anne Teresa de Keersmaeker genoeg doseert om bij voorbeeld in Fiordiligi’s rondo in het tweede bedrijf (Per pietà)  de danser totaal op het achterplan te laten.

Zo is deze regie zeker te genieten als leuke rariteit maar zeker geen versterking van de essentie van Mozarts meesterwerk. De scepsis, melancholie en het optimisme zo specifiek in deze opera, blijft ook in deze enscenering vooral aangrijpen via de zang en de muziek. Wat de personages voelen vernemen we in de eerste plaats in muziek.

Uitgepuurde opera

Concentratie is in deze opera een sleutelwoord op alle vlakken. Mozart componeerde zijn opera voor slechts zes personages, het verhaal speelt zich af op 24 uur, de scène beperkt zich tot het coloriet van Napels. In die zin is zeker te verantwoorden dat Anne Teresa de Keersmaeker de opera laat spelen op een lege scène. Als decor dient enkel de volledig wit geschilderde coulisse van het reusachtige toneel, dat door de dansers ook volledig bespeeld wordt, via bepaalde geometrische lijnen, die enkel vanop de hogere plaatsen te zien zijn. De variatie van emoties en de existentiële spanning tussen illusie en realiteit, wordt in Mozarts opera immers niet als theatraal spektakel opgevoerd, maar als een innerlijk slagveld. In bepaalde scènes (voorbeeld als het échec van de twee mannen vastgesteld wordt) maakt de regie gebruik van mooie lichteffecten.

De zangers zorgen stuk voor stuk voor een muzikaal feest. In eenvoudige en stijlvolle kostuums beheersen ze  de grote lege scène en spelen slechts in bepaalde gevallen in op de rol van hun dubbelganger. Katharina Persicke vertolkt de aartsmoeilijke partij van Fiordiligi met aanvankelijk onverstoorbare emotionaliteit naar angstige spanning. Haar stem haalt de veeleisende hoge noten en enkel bij de meest halsbrekende trillers, durft ze even onderuitgaan, maar laten we dat aan premièrestress toeschrijven. Anna Pennisi uit zich schitterend als meer frivole en uitdagende Dorabella, die wel haar speelse zelf lijkt in een aria als E amore un ladroncello. Samen matchen de stemmen van de twee zusjes heerlijk in duetten als Prenderò quel brunettino. Dat Reinoud Van Mechelen schittert in een roldebuut als Ferrando verwondert niet. Zette hij zijn eerste stappen als professioneel zanger vooral in het barokrepertoire (als haute contre) dan heeft hij ondertussen ook de operascène veroverd. Mozart lijkt ideaal voor zijn zachte en soepele en stem en hij acteert met innemende trefzekerheid. Zijn tegenspeler Guglielmo wordt gezongen door een flamboyante bas-bariton Edwin Crossley-Mercer, die met verve past in het solistenkwartet van de verliefden. Hanne Roos is een gedroomde actrice voor de snuggere Despina die meetrekt aan de draadjes van de misleiding en zichtbaar geniet van haar metamorfoses als meid/dokter/notaris. Haar niet té hoge sopraan geeft een accent van koketterie zonder soubrette-ijlheid. Voor Don Alfonso verwachten we een diepere stem te horen terwijl Damien Pass als bariton een hogere stem heeft dan Guglielmo en zo eigenlijk een beetje autoriteit mist als aanstoker van de “farce”. Maar ook hij speelde overtuigend, al was hij de enige die wel eens overvleugeld werd door zijn met wijde jas zwiepende dubbelganger.

Trevor Pinnock gidst het orkest met nuance door de partituur. Het klinkt slank en meeslepend. De strijkers  schilderen het voortgaande gebeuren, de blazers beklemtonen met precisie emoties. Pinnock heeft ook aandacht voor de gepaste rustpunten en laat het orkest ademen met de zangers.

Een voorstelling die eindelijk opnieuw de kans geeft in de zaal van een topstuk uit de operaliteratuur te genieten. Dat op zich is al een bezoek waard. Opera Ballet Vlaanderen viert dezer dagen meteen hoogtij met choreografie. De ochtend nadat Cosí fan tutte door het publiek toegejuicht werd, kopt de krant De Standaard: “Sidi Larbi Cherkaoui neemt afscheid in schoonheid van OBV”.

WAT: W.A. Mozart: Cosí fan tutte

WIE: Regie Anne Teresa De Keersmaeker
Katharina Persicke, Anna Pennisi, Reinoud Van Mechelen, Edwin Crossley- Mercer, Damien Pass, Hanne Roos
Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen, Koor Opera Ballet Vlaanderen
Dirigent: Trevor Pinnock

WAAR: Opera Ballet Vlaanderen, Antwerpen

WANNEER: 1-2-2022

Voorstellingen tot 6 februari Antwerpen
Gent: 23 februari tot 6 maart

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: