Philippe Decouflé / Compagnie DCA

OCTOPUS, Philippe Decouflé, Compagnie DCA

Nog maar eens met een gelukzalig gevoel deSingel uitgewandeld. De voorstelling ‘Octopus’ van Philippe Decouflé en compagnie DCA (Diversité, Cameraderie, Agilité) betoverde.

Nog maar eens met een gelukzalig gevoel deSingel uitgewandeld. De voorstelling ‘Octopus’ van Philippe Decouflé en compagnie DCA (Diversité, Cameraderie, Agilité) betoverde. Ademloos en gebiologeerd keek het publiek toe. Zowel de sfeervolle belichting (Denis Gobin), het sobere maar inventieve decor (Pierre Jean Verbraeken), video-ontwerp (Philippe Decouflé) als de live muziek (Labayala Nosfell en Pierre Le Bourgeois) maakten het plaatje compleet. Wat deze voorstelling typeert is eenvoud en raffinement. Philippe Decouflé kan putten uit een rijk arsenaal. Na een opleiding in dans, circus en mime danste hij bij Régine Chopinot, Karole Armitage en Alwin Nikolaïs. Nochtans is het Merce Cunningham die doorslaggevend was voor zijn latere evolutie. In New York volgde Philippe Decouflé bij de Amerikaanse meester videostages. In zijn voorstellingen haalt hij alles uit kast. ‘Octopus’ is anekdotisch, maar alles vloeit naadloos in elkaar door subtiele changementen en enkele technische hoogstandjes. Het speel- en dansplezier van Compagnie DCA laat niemand onberoerd. De voorstelling meandert tussen verstild en dan weer explosief. Eigenlijk is er niets nieuw onder de zon maar het gezelschap van Philippe Decouflé brengt alle componenten van de voorstelling op een verrassende en perfectionistische manier. De voorstelling draait eigenlijk om drie woorden: puur, ingenieus en virtuoos. Hij plaatst twee dansers op het podium met oog voor wat esthetisch, mooi en contrastrijk is. Het prachtig ebbenhouten lichaam van een danser, van een atletische schoonheid, in contrast met het fijne porseleinwitte lichaam van een danseres heeft een poëtische kracht. Op een sensuele manier verkennen ze elkaars lichaam in een teder spel van handen, voeten, hoofden, tors. Een golden koppel. ‘Octopus’ is een aaneenschakeling van beelden en sferen. Een danseres kleedt hij zo aan dat haar rechterkant een verleidelijke diva in avondjurk is en haar linkerkant als man in smoking verschijnt. Terwijl hij in de apotheose deze twee helften verandert in een hermafrodiet. Een andere keer zie je een actrice in een chique avondjapon, maar als ze zich omdraait gaat er een ‘Och’ van verrassing doorheen het publiek. Hij trekt de blikken op haar blote rug en zitvlak. In Crazy Horse laat hij mannen en vrouwen op hoge hakken sensueel in gelid paraderen. De elegantie van de benen wordt hier uitgespeeld. Magic happens. Ook de bonte mandala in het slotbeeld, waarvan de kleurige lijnen mekaar elektronisch kruisen is mooi om naar te kijken. Het zou een hommage aan Maurice Béjarts ‘Le sacre du printemps’ kunnen zijn maar het doet ook denken aan films uit de vijftiger jaren met de beroemde waterballetten. ‘Octopus’ omspant een boog van Leonardo da Vinci tot Action Painting en celebreert mythes van Shiva tot Actaeion. Waarbij de muzikanten en zangers Labyala Nosfell en Pierre le Bourgeois in perfectie en stilistische veelzijdigheid niet onder doen voor de dansers. Labayala Nosfell kan met zijn soepele stem toveren: van donker naar scherp, van hoog naar laag. Dan zingt hij met de berookte stem van een jazzclubzanger en even later met een hemelse falsetstem die je beroert tot in de puntjes van je tenen. Allerlei hybride combinaties van akoestische instrumenten en elektronische vervormingen, effecten en echo’s zorgen voor pit en variatie.  Philippe Decouflé kreeg als bijnaam “de duizendpoot van de zinnelijkheid’. Dat komt hier weer volop tot uiting. ‘Octopus’ is een feest voor de zintuigen. Misschien één kleine kanttekening. Sommige sequenties worden iets te lang uitgesponnen, waardoor de magie dreigt verloren te gaan. 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: