Parels uit de Belgische schatkamers

Gems from the Belgian Treasure Trove, Giocotari Piano Trio, Rasse, Ryelandt, Vreuls

**** De talentvolle, Gentse pianist Hans Ryckelynck koos voor de nieuwe Phaedra cd in de sublieme reeks ‘in Flander’s Fields’, pianotrio’s van de Vlaming Joseph Ryelandt, de grotendeels vergeten Waal Victor Vreuls en de Brusselaar François Rasse. Een heel goeie keuze en een ontdekking van magnifieke kamermuziek  door een heel lovend initiatief.

**** De talentvolle, Gentse pianist Hans Ryckelynck koos voor de nieuwe Phaedra cd in de sublieme reeks ‘in Flander’s Fields’, pianotrio’s van de Vlaming Joseph Ryelandt, de grotendeels vergeten Waal Victor Vreuls en de Brusselaar François Rasse. Een heel goeie keuze en een ontdekking van magnifieke kamermuziek  door een heel lovend initiatief.

In 1998 besloten drie laureaten van de Muziekkapel Koningin Elisabeth om hun muzikale krachten te bundelen. Het pianotrio Ide–Ryckelynck was geboren. Al gauw wierp de intense samenwerking vruchten af en werd het trio geselecteerd om deel te nemen aan masterclasses van het wereldberoemde Alban Berg Kwartet!  Sindsdien werken zij elk met een persoonlijk indrukwekkende cv, gestaag verder aan het uitbouwen van hun hoogstaand en origineel repertoire als trio en hebben zij ondertussen als ‘I Giocatori’, een palmares opgebouwd om u tegen te zeggen. Op deze nieuwe cd zijn ze verenigd rond Belgische pianotrio’s. Pianotrio’s van Belgische componisten die elkaars tijdgenoten waren, het muzikaal symbolisme vertegenwoordigden en ooit internationaal vermaard waren maar nu grotendeels vergeten zijn. Dat is zo wat in een notendop waar deze bijzondere cd voor staat. Het is laat romantische, lyrisch tonale kamermuziek van de bovenste plank, weliswaar zonder het melodisch genie van een Brahms, Fauré of een Dvořák, maar zeker meer dan de moeite waard om te beluisteren en als waardevol onderdeel van ons muzikaal erfgoed door te geven aan komende generaties.

Het is muziek van componisten die eerder de religieus romantische richting volgden van Tinel en de Parijse Scola Cantorum, (Herberigs, Lunssens, Van Nuffel, Meulemans en Michel Brusselmans deden dat ook), dan wel de nationaal realistische richting van Peter Benoit (De Boeck, Mortelmans) of de anti romantische beweging van Paul Gilson (Marcel Poot, Maurits Schoemaker), die zou uitmonden in de groep der ‘Synthétisten’. Het is muziek van zij die de basis legden van het uitgesproken Belgisch, muzikaal eclecticisme, dat later zou bloeien in steden als Antwerpen (Jef Maes, Sternefeld), Mechelen (Devreese, De Jong, Flor Peeters), Brugge (Deroo, Delvaux) en Gent (Toussaint de Sutter en Norbert Rosseau).

Authentiek kunstenaarschap

François Rasse (1873 – 1955) componeerde in 1897 bij wijze van hulde aan zijn leraar Eugène Ysaÿe, aan wie het werk is opgedragen, zijn  Trio op. 16. Rasse was in de eerste plaats dirigent. Hij dirigeerde het orkest van de Munt, het Théâtre du Capitole de Toulouse, de Noord-Nederlandse Opera in Amsterdam,  hij dirigeerde de symfonieorkesten van het Casino in Spa en van het Concertgebouw in Amsterdam, in Gent dirigeerde hij in de jaren ’20 het orkest van de Winterconcerten en in Oostende was hij van 1922 tot 1932 eerste dirigent van het toen heel befaamde Kursaalorkest. Hij was daarnaast leraar aan het Conservatorium van Brussel en directeur van de Gemeentelijke Muziekschool te St.-Joost-ten-Node/Schaarbeek. In 1925 werd hij uiteindelijk directeur van het Koninklijk Conservatorium van Luik. Rasse componeerde de opera ‘Déidamia’, orkestwerken (bvb. zijn ‘Symphonies’ ‘romantique’, ‘mélodique’ en ‘rythmique’ en een Cello- en Vioolconcerto), kamermuziek, liederen en koorwerken en schreef bekende, didactische werken over notenleer en harmonie (bvb. zijn ‘Leçons de concours et d’examens d’harmonie’). Zijn heel mooi Trio getuigt van die heerlijke, beladen en gespannen, neurotische emotionaliteit van het Belgisch symbolisme à la Lekeu, maar heeft desondanks toch een magnifieke, ontspannen  cantilene in viool en cello in het gelaten Andante. Dit is ontzettend mooie kamermuziek die getuigt van gedegen, compositorisch vakmanschap en authentiek kunstenaarschap.

Bruggeling Joseph Ryelandt (1870 – 1965) studeerde wijsbegeerte aan de universiteit van Namen en een beetje rechten in Leuven maar werd privé leerling van de muzikale mysticus Edgar Tinel (1854-1912), directeur van het Mechels instituut voor religieuze muziek (het latere Lemmensinstituut) en componist van ‘Klokke Roeland’, ‘Kollebloemen’, en ‘Franciscus’. Ryelandt werd directeur van het Stedelijk Conservatorium van Brugge en  docent contrapunt aan het Conservatorium van Gent. Als componist genoot hij internationale erkenning door zijn geestelijke oratoria ‘Purgatorium’, ‘De komst des Heeren’, ‘Maria’, ‘Agnus Dei’ en ‘Christus Rex’, gecomponeerd in de lijn van deze van Liszt, Franck en Tinel. Ryelandt componeerde ook liederen, 5 symfonieën, 11 pianosonaten, cantaten, profane en religieuze koormuziek en een schat aan kamermuziek (o.a. 7 Vioolsonaten en 4 strijkkwartetten). Zijn Trio nr. 1 op. 57 uit 1914-15, bestaat slechts uit twee bewegingen. Een gedreven, uitgesproken post-Brahmsiaans  Allegro con moto in sonatevorm wordt gevolgd door een rustig Andante (thema met variaties), waarin de ingetogen ‘voix céleste’  van de viool, de contemplatie, mystieke aard en vrome devotie van de componist verklankt. Een heel mooie compositie.

Victor Vreuls uit Verviers (1876 – 1944) studeerde aan de conservatoria van Verviers en Luik bij Sylvain Dupuis (harmonie) en Jean Théodore Radoux (contrapunt en fuga) en werd privé leerling van Vincent d’Indy in Parijs. Hij werd harmonieleraar  aan de mede door zijn privé leraar opgerichte Schola Cantorum en van 1906 tot 1926 leidde hij het Conservatorium van het Groot Hertogdom Luxemburg. Vreuls was ook violist en dirigent. Hij  componeerde de opera ‘Olivier le Simple’, concertante werken, symfonische muziek, koorwerken, liederen  en kamermuziek. Vreuls was pas 20 toen hij in 1896 zijn Pianotrio op.1 componeerde. De jeugdige onstuimigheid die af te leiden valt uit aanwijzingen als ‘Impétueux’ en ‘énergique’, wisselt weliswaar af met  de intimistische ingetogenheid van het etherisch ‘simple et calme’ van de  finale beweging. Heel bijzonder.

Deze heel mooie cd die ik ten zeerste kan aanbevelen, is één en al ontdekking van een belangrijk deel van ons roemrijk, Belgisch muzikaal patrimonium. Met dank aan violist Hendrik Ide, cellist Ludo Ide en pianist Hans Ryckelynck. Op naar de volgende.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

[bsa_pro_ad_space id=3]

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC