Overtuigende opmaat

Frank Braley en zijn Orchestre Royal de Chambre de Wallonie: gaven een aanstekelijk startschot voor het Brusselse festival Midis-Minimes.

Festivalitis. De microbe heeft ook de klassieke muziekliefhebber stevig in haar greep, getuige het openingsconcert van Midis-Minimes. Met de immer populaire Bach en een bruisende Mendelssohn bracht het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie onder leiding van pianist Frank Braley een tot de nok gevuld Brussels conservatorium in vervoering.

Festivalitis. De microbe heeft ook de klassieke muziekliefhebber stevig in haar greep, getuige het openingsconcert van Midis-Minimes. Met de immer populaire Bach en een bruisende Mendelssohn bracht het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie onder leiding van pianist Frank Braley een tot de nok gevuld Brussels conservatorium in vervoering.

We zijn opnieuw vertrokken. Twee zomermaanden lang bedient het festival Midis-Minimes de melomaan op zijn stille wenken. Elke weekdag is het Koninklijk Conservatorium Brussel het decor voor een fijn middagconcert. Met verschillende cycli, de traditionele pianoweek én een thematische vijfdaagse gewijd aan het strijkkwartet biedt deze 28ste editie meer dan ooit voor elk wat wils. Even ontsnappen aan de professionele beslommeringen of als grootouder de kleinkinderen laten kennismaken met de wonderen der (klassieke) muziek. Het kan! En dat voor een luttele vijf euro.

Doordachte plaatsing

Met een concert voor uitgebreide bezetting opent Midi-Minimes naar goede gewoonte groots: een taak die het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie (ORCW), net als bij de allereerste editie van dit festival in 1986, met veel enthousiasme op zich nam. Het Bergense kamerorkest is in volle voorbereiding van wat een bijzonder druk 2015 belooft te worden, het jaar waarin Mons zichzelf Capitale européenne de la Culture mag noemen. Die voorbereiding vatte het ensemble begin dit jaar onder een nieuwe muzikale leiding aan, toen de Franse pianist Frank Braley, in 1991 eerste laureaat én publiekslieveling van de Koningin Elisabethwedstrijd, het dirigeerstokje overnam van zijn landgenoot Augustin Dumay. Het Brusselse publiek is zijn chouchou duidelijk nog niet vergeten. Het rode pluche was uitverkocht, met op de balkons ook opvallend veel aandachtige kindergezichten.

On a besoin absolument de changer d'angle de vue, d'essayer de trouver autre chose dans le laboratoire musical”, verklaarde Dumay over zijn opvolging in het RTBF-journaal. Na een decennium aan het roer is zo'n frisse wind uiteraard welgekomen, maar veel experiment was er in de eerste helft van dit openingsconcert niet terug te vinden. Met het wellicht populairste klavierconcerto van Johann Sebastian Bach – compositiedatum onbekend, maar wel als vijfde gerangschikt in een eerste, zesdelige bundel – kozen het ORCW en haar nieuwe coach en mentor voor een veilige tactiek, doch het spelresultaat was daarom niet minder overtuigend. Puristen hadden zich kunnen storen aan de anachronistische keuze voor een moderne piano, maar Braley is nu eenmaal gaan klavecinist, noch een adept van de pianoforte. Belangrijker was dat er van bij de tutti aanhef, en ondanks het grote volume van het solo-instrument, een zeer geslaagde balans werd gevonden. Of hoe een doordachte plaatsing van de uitvoerders, met het klankbord van de vleugelloze piano naar achteren en de contrabas op een hoger echelon, een doorslaggevende impact kan hebben op de concertervaring. Bovendien nestelde Braley zichzelf in wat volgde comfortabel in het klankweefsel, wetende dat zijn moment de gloire nog zou komen in het overbekende, trage middendeel. Sierlijk, maar niet overdreven geornamenteerd en met een minutieuze, geplukte begeleiding werd eens te meer onderstreept hoe prachtig dit dromerige Largo wel is. In de gejaagde finale werd de drive er stevig ingehouden, op en heel even ook over het randje van wat de strijkers konden bolwerken.

Mendelssohns Negende

Voor de tweede helft vonden de uitvoerders dan toch een veel minder gespeelde vrucht uit het klassieke repertoire. Voor hij aan het grote symfonische werk begon, had Mendelssohn al twaalf symfonieën voor strijkorkest op papier gezet. De negende Sinfonia in de rij (1823), net als de andere werken zonder opusnummer achtergebleven, laat een uitzonderlijk vroegrijpe componist horen. Verbluffend en tegelijk heerlijk hoe een veertienjarig jochie een opgewekt, oeverloos charmant Allegro laat voorafgaan door een ernstige, ja zelfs ietwat zwaarmoedige inleiding (Grave), hoe in het Andante de hemelse en ingetogener registers op sprekende wijze tegen elkaar worden afgezet of hoe in het slot de uitbundigheid regeert. Hier verraadt zich grote klasse, die we zonder verpinken ook aan het ORCW mogen toedichten. De enkele intonatieprobleempjes in het scherzo wogen immers niet op tegen de fluwelen fraseringen, volle timbres en aanstekelijke dynamiek van het ensemble. Met zijn allure van rockster heeft Braley hoe dan ook de looks om uit te groeien tot een charismatisch voorman, en hij had de partituur duidelijk grondig onder de knie. Toch had je het gevoel dat het Koninklijk Kamerorkest deze klus evengoed onder leiding van haar concertmeester had kunnen klaren. Maar Mons 2015 mag hoe dan ook gerust zijn. Dat deze intense samenwerking tot mooie dingen kan en zal leiden, is nu al duidelijk.

Het reguliere concertseizoen mag er dan al opzitten, dankzij Midis-Minimes worden het in het Brusselse conservatorium alweer twee mooie maanden…

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: