Orchestra of the Age of Enlightenment

Sir Simon Rattle

Een paar dagen geleden gooide ik een steen in de kikkerpoel van de “grote orkesten”. Don’t read me wrong, beste lezer. Het was helemaal geen absolutistisch betoog om grote orkesten af te schaffen… 

Een paar dagen geleden gooide ik een steen in de kikkerpoel van de “grote orkesten”. Don’t read me wrong, beste lezer. Het was helemaal geen absolutistisch betoog om grote orkesten af te schaffen… Veeleer een pleidooi om de kwaliteit ervan op te trekken en het ballonnetje van onbekwame chefs nogmaals door te prikken. Nogmaals? Wel ja. In zijn bestseller “De Mythe van de Maestro” (uitg. J.H. Gottmer) – nu al twintig jaar geleden – legt  Norman Lebrecht de vele mythes over de dirigenten en hun macht bloot. Provocerend, toen al, maar hier en daar nog steeds actueel. De beroemde violist Carl Flesch zei ooit: “Er is geen beroep waar een bedrieger makkelijker binnenkomt”. En dat kan tellen.

België telt een viertal grote orkesten (qua getalsterkte) maar moet uitstekende dirigenten in het buitenland gaan zoeken. Een beetje dirigent van bij ons zoekt het bij kleinere orkesten, maar met een groot muzikaal potentieel of… eveneens in het buitenland. Dat heeft onder andere te maken met ons ‘uitstekend’ kunstonderwijs, waarmee politici om de haverklap uitpakken…

Enlightenment

Een groot(s) orkest en een fenomenaal goede dirigent kregen we te horen op een European Gala in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Het Orchestra of the Age of Enlightenment werd opgericht in 1986 en specialiseerde zich in oude muziek. Speciaal was vooral het principe van zelfbestuur. Geen chef-dirigent en geen muziekdirecteur.  Dat bleek wonderwel te functioneren en gastdirigenten als Frans Brüggen, Roger Norrington, Gustav Leonhardt, Christopher Hogwood, Sigiswald Kuijken en vooral Simon Rattle bezorgden het ensemble wereldfaam. Hun repertoire spitst zich toe op de 18e eeuw, maar gaat in feite van Purcell tot Debussy. Opvallend is de schitterende sound, de prachtige kleuren van een orkestraal palet waar we met grote bewondering hebben zitten naar luisteren. Dus nee, lieve lezer: schaf het grote orkest niet af. We zouden te veel missen!

Sir Simon Rattle

Geboren in Liverpool in 1955 is hij niet de man die naast zijn schoenen loopt te pronken met de titel die hij van de Queen gekregen heeft. In tegendeel. In een gewatteerde jas loopt hij door de gangen van het PSK op zoek naar de chauffeur die hem naar een restaurant moet brengen voor een eenvoudige en voedzame maaltijd. Wat een geheugen die man heeft, zal blijken tijdens de avond – waarbij hij zowat het hele programma uit het hoofd dirigeert – maar hij is ook niet te pretentieus om uw dienaar te herkennen ‘van lang geleden’. Tijd voor een gesprek is er jammer genoeg niet. Over iets meer dan een uur staat hij op het podium met een – wat ons betreft – nogal zwaar programma. De carrière van Rattle volgen we inderdaad al een hele tijd. Als een van de voornaamste dirigenten van het orkest dat hij vanavond dirigeert en als chef-dirigent van het City of Birmingham Symphony Orchestra. Sinds 2002 is Rattle chef-dirigent én artistiek directeur van de Berliner Philharmoniker.

Toetsentovenaar

Het middenstuk van vanavond is het Pianoconcerto in D voor de linkerhand, van Maurice Ravel. En daarvoor heb je een pianist nodig…  Pierre-Laurent Aimard, geboren in 1957 in Lyon, is dus praktisch een leeftijdgenoot van Simon Rattle. Dit is een van de allerbeste pianisten ter wereld en in Klassiek Centraal kon u reeds lezen wat de man zoal presteert. Een pittig detail uit zijn jeugd: op 19-jarige leeftijd werd hij de eerste solopianist van het Ensemble Intercontemporain. Samenwerking met dirigenten als Boulez, Dudamel, Harnoncourt en Eötvös zijn mijlpalen in zijn carrière en ‘en passant‘ is Aimard ook artistiek directeur van het befaamde Aldeburg Festival.

De Franse toer

Let wel: niet de Franse slag (dat is meestal pejoratief), maar wel de Franse toer op vanavond.

Pelléas et Mélisande is een toneelstuk van Maurice Maeterlinck, geboren in Gent in 1862, overleden in Nice in 1949 (toch een Belgische link dus vanavond). Eigenlijk werd Claude Debussy (1862-1918) gevraagd om de toneelmuziek te schrijven maar die had een opera in gedachten en weigerde, waarna de opdrachtgeefster Mrs. Patrick Campbell zich wendde tot Gabriël Fauré ((1845-1924). Het succes van zijn beroemde Sicilienne (bestemd voor Le Bourgeois Gentilhomme) bracht Fauré op het idee die muziek in zijn orkestsuite Pelléas et Mélisande op te nemen. Het werd zijn populairste stuk. Rattle gaat er subtiel tegenaan en laat vooral de solerende instrumenten hun ‘ding’ doen terwijl – de hele avond lang trouwens – vooral het wonderbaarlijke kleurenpalet van het orkest permanent bewondering afdwingt.

Het Concerto voor de linkerhand van Maurice Ravel (1875-1937) werd geschreven voor Paul Wittgenstein (broer van filosoof Ludwig) die zijn rechterarm verloor in de Eerste Wereldoorlog. Het is allicht het meest dramatische werk van Ravel en bovendien een bonte mengeling van stijlen en karakters. De componist zelf noteerde “musae mixtatiae” – mengeling van verschillende muzen – en we horen inderdaad elementen uit de jazz, maar ook je reinste lyriek en meeslepende marsmuziek. Om dit allegaartje tot één brok overtuigende, pakkende muziek te versmelten heb je sterke muzikanten nodig. En die zijn vanavond verenigd op het podium. Na een daverend applaus speelt Aimard “iets meer Mélisande dan Pelléas” (zo introduceert hij zijn ‘encore’): La fille aux cheveux de lin van Debussy. Een stille wenk voor wat volgt na de pauze. Nog dit: vanavond speelt Aimard op een Erard-vleugel uit 1921. Dit instrument klinkt nog bijzonder ‘gezond’ en past vooral zeer goed bij de sound van dit orkest. Simon Rattle zorgt voor een lumineuze transparantie en voor harmonisch samenspel tussen orkest en solist. 

Hoestbuien

Tot dan toe viel het met de hoestbuien in het PSK nog mee, maar na de pauze – en het bijbehorende drankje – zijn de hoestzenuwen geprikkeld en valt de sfeer aan diggelen. De Prélude à l’après-midi d’un faune van Claude Debussy (1862-1918) redt het nog wel, want in één adem, maar de sfeer in de drie delen van La Mer (De l’aube à  midi sur la mer, Jeux de vague en Dialogue du vent et de la mer) wordt ongenadig ‘uiteengekucht’. Niet dat de muziek eronder lijdt, gelukkig maar. Toch zien we de dirigent ‘ontgoocheld’ de schouders laten zakken vooraleer hij het tweede en het derde deel kan aanvatten.

Maar Rattle zou Rattle niet zijn als hij dit niet van zich af kon schudden. Het applaus drukt de nodige waardering uit. Geen staande ovatie maar toch fel en lang genoeg om de chef opnieuw naar voor te ‘dwingen’. “We will have to play something to calm down everybody”,  klinkt het humoristisch. Als afsluiter: Gymnopedie nr. 3 van Eric Satie in een versie voor groot (!) orkest.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: