Operatheek: Kurt Weill “Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny”

“In your face”, deze wat sloganeske titel geeft auteur Pieter Bergé aan de introductie tot zijn boekje gewijd aan Kurt Weill Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. Het is verschenen in de reeks Operatheek van Opera Ballet Vlaanderen en Universitaire Pers Leuven. De eerste zin is dan ook ontleend aan een allesbehalve zachte sporttak, bokssport, maar dat wordt verder nog duidelijk.

Reeds die zeer gevatte inleiding geeft in een notendop direct een goede introductie tot inhoud en betekenis van de opera van Kurt Weill (1900-1950). Wil je de verborgen finesses van deze opera ontdekken, dan is deze gids een absolute aanrader, zelfs bijna noodzaak.

In vier hoofdstukken schetst Pieter Bergé de weg hoe Kurt Weill tot het eindresultaat van de opera gekomen is. 

1) Op naar Mahagonny

Een belangrijk element is de kritiek op de wereldvreemde en gedateerde Walhalla-wereld van Wagner en het streven naar “thema’s met een herkenbare, actuele relevantie”. Politieke onderwerpen mogen niet geschuwd worden en de muziek moet aansluiting zoeken bij jazz en volksmuziek. Van Bertolt Brecht (1898-1956) ontleende hij het idee van episch theater, de kijker mag zich niet laten meeslepen. Hun samenwerking voor Mahagonny-Songspiel (Baden-Baden 1927) is een eerste stap en directe voorbereiding op de latere opera. Via het uitgesproken sociaalkritische Dreigroschenoper komen ze tot het plan voor Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny dat het ultieme bewijs moet worden dat “de zuiverste vorm van episch theater ook de zuiverste vorm van muzikaal theater is” (citaat Weill).

2) De paradijsstad

In het tweede deel wordt eerst de periode van de Weimarrepubliek kort en scherp geschetst als niet te miskennen aanleiding tot de thema’s die Brecht en Weill in hun stuk uitwerken. Wanhoop, superinflatie en verzet, communistische sympathieën tegenover extreemrechtse kleuren een maatschappij die afleiding zoekt in perversie. Een “verontrustende context”, waarin Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny in première gaat op 9 maart 1930 in Leipzig, amper vier maanden na de beurscrash van Wall Street. De apocalyptische situatie van de stad weerspiegelt zich in de kunst van die periode (vb. Otto Dix). In die context creëert Brecht zijn Mahagonny, een nieuwe stad als utopie, die evenwel al snel opnieuw in verval verzinkt. De stad is de protagonist, de personages zijn eerder types dan individuen met wie men kan meeleven. De opera is opgedeeld in drie bedrijven, de opbouw, de bloei en het verval van de stad. De meeste episodes van de “kroniek” van de stad krijgen een  inleidend opschrift, dat dan verder uitgewerkt wordt in de scènes. De bedrieglijke paradijsstad verzandt al gauw in misdaad, egoïstisch winstbejag, corruptie en decadentie. Dat Brecht/Weill de actuele politieke problemen tot onvervalst onderwerp van hun opera maken, is essentieel deel van hun vernieuwing.

3) Babylon/Berlijn/New York

Dit hoofdstuk is een bijzonder boeiende en verrassende doorlichting van de diepere lagen van de epische Mahagonny-opera. Een eerste onderdeel is “Bijbeltaal”. Pieter Bergé verwijst naar de Bijbelse invloed die in de taal van Brecht herkenbaar is en kan teruggebracht worden naar zijn protestantse opvoeding. Ook Weill heeft als Jood een religieuze achtergrond – die hem uiteindelijk tot de exodus verplichtte. Erop gewezen liggen de elementen die naar de Bijbel verwijzen voor het grijpen. En we krijgen er een boeiende reeks van opgesomd! Voor de hand liggend is “Paradijs” en de naam van “Drievuldigheidsmozes”. Maar er is nog veel meer en het derde bedrijf kan zelfs gelinkt worden aan het passieverhaal! In het hoofdstuk over de muziek van Mahagonny wordt ook verwezen naar het koraal.

Tweede onderdeel in dit hoofdstuk is “Amerika”. Behalve het Bijbelse parabelgehalte, zijn ook de verwijzingen naar Amerika legio. Weill en Brecht zijn gefascineerd door Amerika, het werelddeel dat in de jaren twintig tot de verbeelding sprak en tot utopie van vooruitgang werd, terwijl Berlijn een symbool van verval was. Anderzijds loerde het gevaar van ontmenselijking in de geïndustrialiseerde Nieuwe Wereld. Ook de naamkeuze, het gebruik van het Engels en het voorkomen van de orkaan zijn uitgesproken elementen die verwijzen naar Amerika. Voor de omschakeling van Duits naar het Engels voor twee songs  (waaronder de meest populaire “Oh! Moon of Alabama”) suggereert Bergé als mogelijke interessante reden, “couleur locale”.

Derde onderdeel is “Goldrush in Hollywood”, dat uiteraard gaat over de goudontginning in Amerika en vooral de daarmee te vergaren rijkdom, een thema dat geregeld onderwerp was van de Hollywoodfilms die Duitsland bereikten. De link met de goldrushes in Amerika ligt in Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny voor het grijpen en zelfs met Charlie Chaplins film Gold Rush (1925), die trouwens ook een maatschappijkritische dimensie heeft. De avontuurlijke goldrush is ook een exponent van de “Zivilisationsmüdigkeit” (beschavingsmoeheid) in Duitsland, wat tot een verrassende slapsticksong leidt in de opera. (de inhoud van het liedje laat ik u graag ontdekken in het boekje – maar heeft te maken met een geslachtsziekte). Ook uit een andere stomme filmkomedie namelijk The great Navigator van Buster Keaton hebben Brecht en Weill een passage gepersifleerd. Weills opera vertoont dus meteen een duidelijke grensvervaging tussen film en opera, “met de expliciete bedoeling om die oudere kunstvorm een meer herkenbare actualiteit en relevantie te  geven” 

Het vierde onderdeel kreeg als titel: Een epische uppercut, verwijzend naar een ander verrassend “Amerikaans” aspect. De uppercut heeft uiteraard te maken met de bokssport, die overgewaaid was uit Amerika en waarvoor Brecht een meer dan gewone belangstelling had. En – zoals blijkt uit de tekst van de bokswedstrijd in de tweede akte – mag het er best ruw en brutaal aan toe gaan! Bovendien had hij een hoge achting voor het “sportpubliek” binnen de cultuurwereld!

4) Laat u (niet) verleiden. De muziek van Mahagonny

De muziek van de opera is een ruime uitbreiding van het ervoor ontstane Songspiel, met nog steeds een “overwegende blazerssonoriteit”. In het uitgebreidere orkestpalet is er plaats voor: “schlagers, operamuziek, religieuze muziek, volksmuziek, ceremoniële muziek en zelfs ouderwetse instrumentale muziek”.  In wat volgt licht de auteur de uiteenlopende stijlen en technieken van Weill niet alleen beknopt en bijzonder duidelijk toe maar legt ook de vaak verbindende en vooral symbolische betekenis ervan uit. (vb de dodenmars en enkele thema’s van liederen die herhaaldelijk terugkeren met telkens gevarieerde en verdiepte inhoud). De koraalachtige stukken leunen aan bij de stijl van het oratorium, maar dan in een profane betekenis. Maar hoe uitgekiend Weill de thema’s ook met elkaar vervlochten heeft soms over scènes heen, het werk blijft toegankelijk voor de toehoorder. Een enscenering kan daartoe bijdragen, zeker als die het muzikale tempo dat streng bepaald is door het tempo van de handeling respecteert.

Conclusie

Deze uitgave van Operatheek waarin Pieter Bergé de opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Kurt Weill onder het vergrootglas legt, is uiterst verhelderend. Ze brengt je dichter bij de essentie van het stuk, verheft het boven entertainmentgehalte. Ze doet je inzien dat het stuk best wat verdieping van de theaterervaring waard is en er een pak aan betekenis bij wint. De operabezoeker krijgt een kans meer te appreciëren wat hij op de scène ervaart. Een geslaagde zet dus van Opera Ballet Vlaanderen om deze uitgave aan te bieden bij het programmaboek van de voorstelling. 

P.S.: citaten van P. Bergé uit het boek staan in cursief en tussen aanhalingstekens.

WIE: Pieter Bergé

WAT: Kurt Weill Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny

UITGAVE: Operatheek, Opera Ballet Vlaanderen en Universitaire Pers Leuven (ISBN 9789462703346)

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: