Oorlog en loopgraven in Verdi’s Il Trovatore

il Trovatore

Donkere tombes op het toneel en dreigend paukengeroffel dat opdoemde uit de orkestbak, het beloofde allemaal niet veel goeds. De première van Il Trovatore, één van Verdi’s meest duistere opera’s, was beklemmend, indrukwekkend en werd vol vaart op de planken gebracht. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde onder leiding van Verdi- en Belcantospecialist Maurizio Benini.

De belangrijkste gebeurtenissen in deze bizarre verhaallijn vonden al plaats voordat de spelers nog maar één toon hebben kunnen zingen. De narratieve elementen in de bespiegelingen van Ferrando en Azucena maken dat verleden tot dreigende actualiteit voor de hoofdrolspelers in deze opera.

Die actualiteit is door regisseur Àlex Ollé en zijn regieteam, La Fura dels Baus,  bewust in een oorlogssituatie geplaatst, waar loopgraven en grafkruizen het decor domineren, omdat ‘alleen in oorlogen dergelijke bizarre zaken aan de orde zijn, zoals in deze absurdistische plot’.

Decor en scènes

Het regieteam vertelt dat dit verhaal zich overal in Europa kan afspelen, maar ten tijde van de eerste wereldoorlog is gelokaliseerd. Het decor vol kruitdampen, dat soms prachtig oranje kleurde, zoals aan het begin van de derde akte, veranderde daardoor in een slagveld, waar aan het eind van de opera alleen maar slachtoffers over blijven. Het decor symboliseerde de loopgraven waarin we verstrikt raken, wanneer we uitsluitend onze passies en hartstochten volgen. Dit leverde, nog extra versterkt en verlicht door spiegelende achterwanden, schitterende en ook doeltreffende scènebeelden op. Ontwerper van dit decor, Alfons Flores, werkte eerder voor NO&B bij de veelgeprezen productie van Faust. Destijds eveneens met regisseur Àlex Ollé.

Er zitten prachtige vondsten in deze uitvoering, zoals de afschuwwekkende geesten die tot hun nek uit hun graven komen, wanneer Azucena verhaalt welke schimmen zij ziet op het moment dat haar moeder verbrand wordt. De schimmen versterken    dat toch al intense verhaal. Velen noemen Il Trovatore een romantische opera, maar wanneer je de tekst leest die Azucena op dat moment zingt, word je gepakt door Verdi’s gruwelijke realisme.

Regie

Verdi’s libretto van deze opera wordt veelal als absurd beschouwd. Een reden waarom veel regisseurs het niet aandurven om Il Trovatore op de planken te zetten. Maar hoe bizar is dit libretto? Waanzin door in het leven opgelopen trauma’s is uiteindelijk van alle tijden. Zigeunerin Azucena wordt in de opera achtervolgd door beelden van haar moeder op de brandstapel, wier laatste kreet is dat zij gewroken wil worden. In de shock die Azucena oploopt weet ze niet meer wat ze doet. Ze werpt haar eigen zoon, in plaats van het  zgn. behekste kind van de graaf, in de vlammen. Vervolgens wijdt haar gewonde hart zich, met alle moederliefde die ze bezit, aan dit ‘verkeerde’ kind, Manrico. Moederliefde, het was een groot thema voor Verdi in die jaren. Tijdens het scheppingsproces van de opera verloor hij zijn moeder.

Cast

De zigeunerin Azucena is de spil in Verdi’s opera geworden en de Litouwse mezzosopraan Violeta Urmana, die de rol eerder zong, was met haar vertolking de onbetwiste ster van deze avond. Met haar naturelle wijze van acteren en haar diepe, ronde stem wist zij één van Verdi’s laagst geschreven vrouwenrollen tot in alle hoeken en ruimtes gestalte te geven. Tenor Francesco Meli speelde een fantastische Manrico. Hij bewees zowel in zijn heldenpassages als in de meest innerlijke momenten zijn vak tot in de puntjes te beheersen. Zijn innige, laatste scène met Azucena is één van de ontroerendste momenten in de opera. Hier weet Verdi de liefde tussen moeder en zoon tot in zijn vezels bloot te leggen en beide hoofdrolspelers gaven deze relatie uiterst fijnzinnig weer. Orkest, belichting en zangers waren hier volkomen in balans.

Simone Piazzola, Graaf van Luna, met mooie baritonklank, leek nog wat op dreef te moeten komen tijdens deze première. Maar Carmen Giannattasio was een sterke en rolvaste Leonora, die terzijde werd gestaan door een veelbelovende Florieke Beelen. Opvallend was de presentatie van Roberto Tagliavini, die in zijn rol als Ferrando het eerste woord had in deze opera. Hij had met gemak een hoofdrol kunnen zingen met zijn sterke uitstraling, stem en dictie. Het pittige Nederlands Philharmonisch Orkest speelde vanaf het begin vol vaart onder leiding van Benini, die met zijn baton de noten uit zijn zangers wist te zuigen. Hij wist de vele ritmische variaties en dynamische, maar vooral ook sferische contrasten, waar deze opera zo rijk mee bedeeld is, volop uit te buiten. Pakkend en een feest voor het oor.

Tragiek en verlichting

Geen brandstapels, maar geweerschoten klinken aan het eind van de opera, met alleen nog een slagveld met kruizen. Maar eerst kwam nog die prachtige, verlichte scène, waarin Manrico en Azucena voor het laatst samen zijn, en de dood al in de ogen kijken. Verdi weet vaak aan het eind van alle misère een glimp van hemels licht over zijn gekwelde personages te laten schijnen. Zo ook hier, en bijzonder mooi vertolkt. Azucena wist haar gefragmenteerde zijnstoestand in alle ijlheid op ons over te brengen. Hoewel niet iedereen gecharmeerd is van vernieuwende regie en decors is deze voorstelling absoluut een aanrader: stijlvol, smaakvol en uitgebalanceerd.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: